Knokkend voor zijn vrienden

Davide Enia's epische debuut voert je een rauw Palermo binnen

Bevestigt stereotypen over Sicilië, maar maakt indruk als meeslepend verhaal over een jongen die zich omhoogvecht

Davidù is een arme straatjongen uit Palermo, die een glanzende bokscarrière opbouwt en onverschrokken jaagt op de landstitel. In een ambitieus, episch opgezet romandebuut vertelt toneelschrijver Davide Enia over Davidù's kinder- en tienerjaren tegen de achtergrond van een stereotiep Sicilië waar ingeroeste waarden het leven bepalen: eer en eerwraak, geweld, familie, grenzeloos respect voor vrouwen, angst voor homoseksualiteit als ware het een besmettelijke ziekte. De maffia is oppermachtig en alomtegenwoordig, zij het steeds op de achtergrond.

Naast het volwassen worden van Davidù in deze keiharde omgeving belicht de roman enkele episodes uit de bewogen geschiedenis van Sicilië: de Tweede Wereldoorlog, de ervaringen van Italiaanse krijgsgevangenen in Afrika en de maffia-aanslagen van 1992 op antimaffia magistraten Paolo Borsellino en Giovanni Falcone. Stilistisch en taalkundig zijn deze verhaallagen gescheiden, wat vooral in het Italiaanse origineel sterk wordt aangezet door een afwisseling van standaardtaal, hoogdravend literair Italiaans, Siciliaans dialect en volkstaal. In dit opzicht is het boek niet altijd even geslaagd, maar het verhaal maakt veel goed.

Origineel en intrigerend is bijvoorbeeld het thema van het boksen - de beelden van Visconti's beroemde film 'Rocco e i suoi fratelli' dringen zich geregeld op. Boksen loopt als rode draad door Davidù's familiegeschiedenis, tegelijkertijd is het een metafoor voor de strijd om het bestaan in het vieze en gewelddadige Palermo: al boksend leert Davidù te leven. Hij is pas negen jaar oud als zijn natuurtalent ontdekt wordt - gezien de grandeur waarmee Enia zijn roman heeft opgetuigd is deze leeftijd waarschijnlijk ook een verwijzing naar het 'Nieuwe Leven' van Dante Alighieri dat ook op negenjarige leeftijd begint, als de verteller zijn grote liefde Beatrice heeft ontmoet.

Davidù maakt van dichtbij mee hoe Gerruso, zijn latere boezemvriend, voor de zoveelste keer wordt bedreigd en mishandeld door een groepje bully's aangevoerd door Pullara. Om zijn nichtje tegen Pullara's geweld te beschermen, is Gerruso zelfs bereid om een kootje van zijn eigen wijsvinger af te snijden. Bij die gelegenheid ontdekt de kleine Davidù zijn kracht: "Een zaadje dat een leven geleden was geworpen en dat nu ontkiemde." Met zijn blote vuisten slaat hij de bully en diens handlangers tot moes. Op de achtergrond klinken 'geschreeuw, ambulances en politiesirenes. De soundtrack van Palermo'. Gerruso's nichtje, ook niet bang voor Pullara, heet Nina en Davidù is op slag verliefd. Zoals bij Dante en Beatrice zal het vele jaren duren voordat Davidù zijn Nina terugziet, en net als Beatrice zal Nina tergend lang onbereikbaar blijven.

Davidù is omringd door volkse personages, die in de meeste gevallen een epische dimensie krijgen. Zijn belangrijkste opvoeder en trainer is Umbertino: sterk, ruw maar vaak ook liefdevol, een oom met vaderlijke trekjes en 'woorden van warm brood'. Zijn echte vader heeft Davidù nooit gekend. Deze is in het collectieve geheugen van de boksgemeenschap uitgegroeid tot een mythe, bijgenaamd 'De Ridder'. Hij overleed in een motorongeluk, maar zijn legendarische bokstalent leeft voort in zijn zoon. Ook 'De Neger' behoort tot Davidù's mythische voorgeschiedenis: in de jaren na de oorlog bracht hij Umbertino en De Ridder de fijne kneepjes van het boksen bij. Geland op Sicilië met de Amerikaanse marine, verslaafd aan alcohol en plotseling verdwenen op de laatste dag van 1949: 'een vleugelslag en weg'.

En dan is er nog het levensverhaal van Davidù's opa Rosario, die als krijgsgevangene in Afrika gruwelijke, mensonterende toestanden heeft meegemaakt. Zoals 'de kooi': een ijzeren kubus waarin een krijgsgevangene voor straf een etmaal lang onder de kokende zon werd opgesloten. Ook hier krijgt het personage epische kwaliteiten: de getrainde bokser Rosario is namelijk de enige die deze kooi ooit overleefde.

De verwoestende bombardementen van 1942, die Rosario nog zo helder voor de geest staan, herhalen zich vijftig jaar later. Maar dan, in 1992, zijn de oorverdovende bommen afkomstig van de maffia en gericht tegen twee dappere maffiabestrijders. Hier eindigt ook het meeslepende verhaal van de jonge bokskampioen - en met een bezoek aan het graf van De Ridder, aan wie hij eindelijk zijn Nina kan voorstellen. Een laatste blik glijdt over Palermo en over de tijdloze zee die het eiland omsluit.

Davide Enia: Zo ook op aarde. Uit het Italiaans vertaald door Manon Smits. De Bezige Bij, Amsterdam; 304 blz. € 18,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden