Knikkergallen leverden vroeger inkt

De ouderen onder ons zullen zich de grote flessen met galnoteninkt herinneren, waarmee de inktpotjes in de schoolbanken werden gevuld. Galnoten waren een voornaam bestanddeel van die inkt.

Gallen komen voor bij bijna alle plantesoorten. Je vindt ze op bladeren, knoppen, stengels, bloemen, boomvoeten, scheuten en wortels. Ze kunnen er heel verschillend uitzien. Aan de vorm van de gallen is de soort verwekker te herkennen. Over de hele wereld zijn ongeveer vijftienduizend verschillende gallen bekend.

Gallen zijn uitgroeisels van planten, woekeringen van planteweefsel, veroorzaakt door parasieten die erin en ervan leven. De knikkergal of galnoot heeft maar één larvekamer met één larve in het midden van de gal. Als de gal meerkamerig is, zijn de larven erin inwonenden of parasieten op de oorspronkelijke bewoner.

De galnoten groeien speciaal op eiken en vallen niet af, maar blijven de hele winter aan de takken. Ze zijn zo rond als een knikker, glad en kaal, een tot twee centimeter in diameter, eerst groen, later bruin en houtig. De larvekamer wordt beschermd door een dikke, harde wand. De gal zit in de oksel van een blad aan tweejarige takken en ontstaat naast de knop die erdoor opzij wordt gedrukt.

Uit de gallen komen alleen vrouwtjes, die dus zonder te paren onbevruchte eitjes leggen. Deze parthenogenetische vrouwtjes, tot zes millimeter lang, verschijnen in de herfst en overwinteren op een beschutte plek.

In de tuin komen de grijsgroene bladtoppen van het sneeuwklokje boven de grond. Hier en daar staan ze al vier centimeter hoog en zijn de witte bloemknoppen te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden