Knikkeren met Anne Frank zelf

Is het knikkerblikje van Anne Frank een uniek object, of is het maar kitsch? Auteur Maarten Asscher ziet vooral de historische waarde.

Een voltreffer, noemt Maarten Asscher (56) de keuze om de knikkers van Anne Frank tentoon te stellen in de Rotterdamse Kunsthal. Vlak voordat ze onderdook had Anne Frank haar knikkerblikje aan haar buurmeisje toevertrouwd. Voor het eerst zijn deze knikkers nu voor het publiek te zien. Het was wereldnieuws. Overal reageerden mensen ontroerd. De knikkers rolden zelfs over de voorpagina van The New York Times.

Terecht, vindt Asscher. Hij is jurist en boekhandelaar en schreef in 2002 het boek 'Dingenliefde', over het belang van tastbare objecten en de vraag waarom het ene ding je koud laat, en het andere je de rillingen op de rug bezorgt. Zijn laatste boek is 'Appels en peren. Lof van de vergelijking' (2013).

Asscher: "Niet dat ik nu kwijlend boven dat blikje ga hangen. Dit is niet de Nachtwacht van de Jodenvervolging. Maar ze doen me veel. Ze doen voor mij niet onder voor de lenzen van Spinoza - stel dat die gevonden zouden worden - of het stokje van Van Oldenbarneveldt. Ze geven een echte historische sensatie, zoals Johan Huizinga dat noemde."

Waarom geven ze die sensatie precies?

"Dat heeft met hun 'beladenheid' te maken. Daarmee doel ik op het associatieve potentieel van een ding. Historische voorwerpen zijn verbonden met gebeurtenissen die de geschiedenisboekjes hebben gehaald. Het ene object straalt dat meer uit dan het andere. Hoe klein en triviaal het ook lijkt, het kan je in één klap oog in oog met de geschiedenis brengen. De afstand tussen ons en die jonge Anne Frank, knikkerend op het Merwedeplein vlak voor het noodlot toeslaat, lijkt opeens verdwenen.

"Zo'n magische overbrugging brengt zo'n object niet automatisch tot stand. Die beladenheid is tamelijk subjectief. Je moet de geschiedenis natuurlijk wel kennen en er iets mee hebben. De een zal bij de zilveren triomfbeker van De Ruyter in het Rijksmuseum een enorme historische sensatie beleven. Een ander, die niet vertrouwd is met de verhalen over De Ruyter, loopt er aan voorbij en ziet die beker als een soort voetbalcup.

"Zo is dat met die knikkers van Anne Frank ook. Er is tekst en uitleg nodig. En dan nog zal de een zijn schouders ophalen, terwijl de ander heftig en emotioneel reageert, dankbaar voor deze materiële band met het verleden."

Een ding is dus alleen maar 'geladen' als er associaties op geprojecteerd worden?

"Ja, maar het is ook niet alléén maar subjectief. Het ene object werkt gewoon beter, heeft meer potentieel, roept meteen iets op. Waar dat in zit is niet helemaal te verklaren. Een goed historisch voorwerp zet je verbeelding aan het werk, prikkelt je inlevingsvermogen. En dat is waar het om gaat.

"Hoe kun je zoiets onuitsprekelijks als de Jodenvervolging laten zien? Door het grotendeels onuitgesproken te laten. Dat is waarom dat knikkerblik als educatief object zo knap is. Het maakt een onvoorstelbare geschiedenis heel concreet, terwijl het die geschiedenis tegelijkertijd respecteert door haar niet in beeld te brengen. Het is alsof je door een sleutelgaatje kijkt, en zicht krijgt op iets gruwelijks."

Denkt na: "Het is onzinnig om dit schattige, aandoenlijke ding te verwijten dat het heel de gruwelijkheid van de Jodenvervolging niet laat zien. Dan mis je het punt. In zijn onschuld zit in dat knikkerblikje namelijk die gruwelijkheid als tegenbeeld besloten. Daarom werkt het ook zo goed. Juist doordat de knikkers zo onschuldig zijn, contrasteren ze met het afschuwelijke van wat de Joden in Nederland is aangedaan.

"Kijk, als je dit knikkerblik zomaar ergens in een vitrine zou zetten en je zou daar géén informatie bij zetten, dan zou het niets zeggen. Je kunt zo'n blikje op het Waterlooplein voor nog geen 50 cent kopen. Maar door de context is er de associatie met het noodlot."

Om te werken moet het object wel écht zijn, natuurlijk. Asscher gniffelt: "Van Lord Byron is bekend dat hij zijn minnaressen een lok van zijn haar stuurde. Dat riep vast ook allerlei associaties op. Later bleek dat haar van zijn hond te komen. Maar ehm... Dit is een zijpad."

Weer ernstig: "Terug naar de knikkers. Je kunt van één voorwerp niet verwachten dat het de hele geschiedenis toont. Dat moet juist niet. Zo is het Achterhuis op wens van Otto Frank ook leeggehouden. Je moet die kamers met je eigen voorstellingsvermogen vullen. En dan voel je des te sterker de benauwdheid van de mensen die daar opgepropt zaten."

Zijn die knikkers niet een beetje kitsch? Er klonken verwijten van 'sentimenteel' en 'zoetsappig'.

"Mij stoort dat niet. Misschien is ieder historisch voorwerp wel kitsch, als je het vergelijkt met de ideeën die het in zich bergt. Maar kitsch of niet, je hebt iets concreets nodig waarmee je je kunt identificeren, iets dat je verbeelding aanzet."

Anne Frank lijkt zelf ook bijna een 'ding' te worden, een icoon. Zuiver en onschuldig, een toonbeeld van humaniteit.

"Misschien, maar is die iconisering slecht? Om de geschiedenis voorstelbaar te maken, zeker als die onvoorstelbaar is geweest, heb je versimpelingen nodig. Personages. Schurken, slachtoffers, heiligen. Door die versimpelingen maken mensen het verleden hanteerbaar. Het is volgens mij niet een proces dat je kunt beheersen of sturen, die versimpelingen gebeuren gewoon. Er is niemand bezig doelbewust van Anne Frank een icoon te maken. Dat zou een perfide complottheorie zijn."

Koning Willem-Alexander bekijkt de knikkers in de Rotterdamse Kunsthal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden