Knappe reconstructie pianoconcert Mendelssohn

Residentie Orkest, Miguel Harth-Bedoya, dirigent, Roberto Prosseda, piano. Dr Anton Philipszaal 16/10.

Tussen de talloze onvoltooide manuscripten van Felix Mendelssohn Bartholdy in de Berlijnse Staatsbibliotheek ontdekte de Italiaanse pianist Roberto Prosseda onlangs schetsen van een pianoconcert. Hij vroeg de musicoloog Marcello Bufalini een reconstructie hiervan te maken. Zo werd het repertoire uitgebreid met Pianoconcert nr. 3 in e.

In 2006 gaf Prosseda in Liverpool de wereldpremière. Inmiddels zette hij het werk ook op cd. In het overwegend aan Mendelssohn gewijde concert van het Residentie Orkest beleefde dit werk vrijdag zijn Nederlandse première, met Prosseda als solist. Het werd een bijzondere ervaring muziek te horen die dankzij de herkenbare Mendelssohn-stijl zo vertrouwd klonk als betrof het ijzeren repertoire, terwijl deze noten in deze volgorde en samenklank nooit te horen waren geweest.

In Mendelssohns manuscript, ontstaan tussen 1842 en 1844, was alleen de pianopartij van de eerste twee delen redelijk compleet. Op basis van onderzoek van Mendelssohns schrijfstijl voor orkest heeft Marcello Bufalini een alleszins overtuigende reconstructie weten te maken van de complete partituur. Voor de luisteraar was geen moment duidelijk welke noten van Mendelssohn en welke van de Italiaanse muziekwetenschapper waren. In deel 3, 'Finale: Rondo brillante', lag dat anders: van dit deel had Mendelssohn zulke summiere notities nagelaten, dat Bufalini het feitelijk helemaal zelf, als een Mendelssohn stijlpastiche, heeft gecomponeerd. Dat deed hij overigens heel knap.

Hoewel het om een compositie van de rijpere Mendelssohn gaat, komt dit pianoconcert vanwege de zeer contrasterende en elkaar snel opeenvolgende emoties in het eerste deel nogal jeugdig over. Het begint als een opera-ouverture met een hoekige, dramatische orkestinleiding, maar de sfeer verandert op slag zodra de piano een lyrisch thema inzet dat helemaal in de stijl van Mendelssohns bekende "Lieder ohne Worte" is. Naderhand volgen donderende, Lisztiaanse octavenpassages en vederlicht loopjes à la Weber. Het tweede deel, een vriendelijk siciliano, riep opnieuw de sfeer van de salonesque "Lieder ohne Worte" op, maar balanceerde teveel op het randje van sentimentaliteit. Zou de componist dit werk daarom gelaten hebben voor wat het was?

Vooral de finale bleek een effectief concertstuk, waar Prosseda zijn enorme vingervlugheid in kon demonstreren. Toch waren al die snelle nootjes achter in de akoestisch lastige Dr Anton Philipszaal lang niet allemaal waar te nemen. Doordat Prosseda weinig gewicht in zijn aanslag legde en het vol bezette orkest luid klonk, ging er veel verloren.

De concertpremière was ingebed in een fraai programma, met de minder bekende, programmatische Ouverture 'Meerestille und glückliche Fahrt' als openingsstuk, en de 'Italiaanse' Symfonie nr. 4 in A als afsluiting. Vooral in de symfonie kon Miguel Harth-Bedoya laten horen dat hij een verfijnd en gedreven orkestleider is, die het Residentie Orkest zeer gedreven liet musiceren. Meer dan een curiositeit bleek het charmante 'Allegro voor vier strijkkwartetten' van de 'Nederlandse Mendelssohn' Johannes Bernardus van Bree.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden