Knagen aan de macht van de katholieke kerk

Paus Johannes Paulus II spreekt in 1999 het Poolse parlement toe. FOTO © EPA Beeld
Paus Johannes Paulus II spreekt in 1999 het Poolse parlement toe. FOTO © EPA

Een crucifix in het Poolse parlement zorgt voor controverse. Het gekrakeel maakt duidelijk dat de verstrengeling van kerk en staat in Polen niet langer vanzelfsprekend is.

Weg met het crucifix in het parlement. Met die eis heeft de nieuwe antiklerikale partij van Janusz Palikot in het Poolse parlement een discussie ontketend over de relatie tussen kerk en staat.

Het nieuwe Poolse parlement komt pas volgende maand bijeen, maar de eerste controverse is al een feit. De kersverse fractie van de Beweging Palikot eist dat het crucifix boven de linkerdeur achter het spreekgestoelte verdwijnt. Het argument is artikel 1 van de Poolse grondwet: "De Poolse Republiek is het gemeenschappelijke goed van alle burgers." Alle burgers, dat wil zeggen: ook van niet-katholieken en niet-gelovigen, zoals de inleiding bij diezelfde grondwet benadrukt: "Zowel van hen die in God geloven, als van hen die dat geloof niet delen."

Juridisch is dat ongetwijfeld een sterk punt, maar in de Poolse realiteit is het een knuppel gooien in het hoenderhok. "Wie het kruis wil verwijderen uit de publieke ruimte in Polen, wil zijn eigen ideologie van de haat introduceren", vermaande aartsbisschop Jozef Michalik, secretaris van het Poolse episcopaat. Het is de gebruikelijke reactie: iedereen die een idee oppert dat de kerk niet zint, handelt volgens de bisschoppen te kwader trouw en is dus geen partner voor discussie.

In dit geval heeft de kerk de publieke opinie mee. 71 procent van de Polen is tegen het verwijderen van het kruis uit de parlementaire vergaderzaal, wist de Gazeta Wyborcza te melden na telefonisch consult met 500 landgenoten. 53 procent vindt dat het kruis in alle overheidsgebouwen thuishoort, 72 procent wil een lijdende Christus zien in alle klaslokalen, en 84 procent wil kruisen in ziekenhuizen.

Op Janusz Palikot maakt dat geen indruk. 21 procent van de Polen is vóór het weghalen van het kruis, twee keer zoveel als de 10 procent die Palikots partij deze maand - tot veler verbazing - tot derde partij van het land maakte. Gevraagd naar de wortels van zijn electorale succes wijst Palikot op het de controverse rondom het 'presidentiële kruis'. Dat kruis werd vorig jaar voor het presidentiële paleis geplaatst tijdens de rouw na het verongelukken van president Kaczynski. Na afloop van de rouw werd het kruis lange tijd niet verwijderd, omdat fanatieke Kaczynski-aanhangers er dag en nacht bij waakten. De bisschoppen zwegen, terwijl de overheid zich in alle bochten wrong om het kruis zonder rellen te verplaatsen naar een kerk.

Met een 'Tweede Oorlog om het Kruis' - zoals de media het crucifixdebat hebben gedoopt - speelt Palikot in op verdere ontkerkelijking van de Poolse samenleving. Hijzelf verklaarde vier jaar geleden nog voor de camera dat het kruis in het parlement 'een nationaal symbool' was, dat niet mocht worden weggehaald. Of zijn veranderde mening nu het resultaat is van een spirituele zoektocht of gewoon van politiek opportunisme, het is een feit dat de verstrengeling van troon en altaar in Polen niet langer vanzelfsprekend is.

Het parlementaire crucifix illustreert die verstrengeling. Het werd in 1997 opgehangen door een rechtse parlementariër, zonder debat, zonder daglicht, maar met een fotograaf die vastlegde hoe de deurpost het begaf en de vermetele volksvertegenwoordiger een gevoelige smak maakte. Een teken uit de hemel, grapte menigeen, maar niemand durfde te protesteren.

Zelfs de voormalige communisten sputterden alleen wat tegen: "Het zou slecht zijn indien een strijd om symbolen de strijd om de toekomst van Polen vervangt." Telkens weer accepteerden politici voldongen feiten, uit angst dat de kerk zich zou uitspreken tegen economische hervormingen, tegen het lidmaatschap van de EU, tegen de liberale democratie.

Toen godsdienst werd ingevoerd op openbare scholen, zou het een vak zonder cijfers worden voor het eerste dan wel het laatste uur van de schooldag. De realiteit is dat godsdienst meetelt voor het eindcijfer en niemand zich bekommert om de tussenuren van buitenbeentjes die niet naar de katholieke catechese gaan.

Het verbod op abortus zou - volgens linkse politici - worden gecompenseerd door gratis anticonceptiemiddelen en seksuele voorlichting op school. Het eerste is onverminderd van kracht, van die laatste twee is weinig meer vernomen, ondanks jaren waarin links regeerde. Een speciale commissie moest de kerk schadeloos stellen voor onroerend goed dat door de communisten werd geconfisqueerd. Twintig jaar later blijkt de kerk als enige volledig te zijn gecompenseerd en dit in veel gevallen door middel van juridische trucs en zelfs corruptie.

Ondertussen is de kerk bij verkiezingen nadrukkelijk aanwezig. De clerus steunt in meerderheid de nationalistische partij 'Recht en Rechtvaardigheid' van oud-premier Jaroslaw Kaczynski, die de afgelopen maanden verkiezingsbijeenkomsten hield in parochiezaaltjes.

Radio Maryja, de grootste katholieke radiozender in Polen, voerde actief campagne voor Kaczynski. Bisschop Michalik loofde Radio Maryja afgelopen week en benadrukte daarbij de innige band tussen religie en staat: "Wij willen ons publieke leven ondergeschikt maken aan het evangelie, aan de goddelijke geboden, niet aan de leugen, niet aan het belang van een of andere partij, maar aan het belang van het volk."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden