Klungelig, hoopvol begin van het nieuwe Tunesië

Tunesië ontdeed zich als eerste land in de Arabische Lente van zijn dictator, vandaag precies een jaar geleden. Het land leert met vallen en opstaan de spelregels van de democratie. De persvrijheid en de economie baren zorgen.

Het was in Carthago, voorstad van Tunis, in het paleis van Zine El-Abidine Ben Ali. Op de ochtend van 14 januari 2011 belt de Tunesische premier Mohammed Ghannoechi, de president.

Hij vertelt over de mensenmassa die zich verzamelt op de Avenue Bourguiba in de hoofdstad, en die schreeuwt om Ben Ali's vertrek. De president stelt Ghannoechi als volgt gerust: 'Ze zullen niets klaarmaken, op de voorwaarde dat je er minstens duizend doodt'.

Dit vertelde de ex-premier eergisteravond in een interview op de Tunesische televisie.

"Ik was geschokt, ik ontdekte een andere man dan de persoon met wie ik al jaren samenwerkte", stelt Ghannoechi.

Wanneer hij in de gaten krijgt dat het Ben Ali ernst is zou hij besloten hebben af te treden. Dat blijkt overigens niet nodig. Tegen 17.00 uur komt het bericht dat de president is gevlucht.

Ghannoechi zal dan nog tot 27 februari aanblijven als interim-premier. Op die dag neemt hij onder druk van aanhoudende protesten tegen zijn persoon alsnog ontslag.

'Het is alsof de tijden van Ben Ali zijn weergekeerd', zegt Soefiane Ben Farhat vanachter een bord couscous in een restaurant aan de Avenue Bourguiba, de statige hoofdstraat van Tunis. Farhat is een van de invloedrijkste journalisten van Tunesië, met een veelgelezen column en politieke talkshows op radio en tv.

Hij toont zich teleurgesteld in de nieuwe, grootste regeringspartij, de islamistische Ennahda, die na de omwenteling in Tunesië de verkiezingen won. "Ennahda heeft altijd gezegd dat ze voor de vrijheid van meningsuiting is. In aanloop naar de verkiezingen gaf ik ze nog het voordeel van de twijfel. Ten onrechte, naar is gebleken. Nog geen twee weken aan de macht en de aap komt al uit de mouw!" Farhat doelt met zijn kritiek op een aantal omstreden benoemingen bij staatsmedia (zie verhaal op de volgende pagina).

Vandaag, 14 januari, is het op de kop af een jaar geleden dat de Tunesische president Zine el-Abidine Ben Ali de benen nam naar Saoedi-Arabië. Vier weken geleden werd in Tunesië al uitvoerig stilgestaan bij de 'verjaardag' van de zelfgekozen dood van de jonge groente- en fruitverkoper Mohammed Boeazizi. Zijn daad inspireerde een volksopstand die uiteindelijk geen land in de Arabische wereld onberoerd zou laten. In Egypte kwam president Hosni Moebarak ten val, in Libië werd afgerekend met Moammar Kadafi; in Jemen en met name in Syrië woedt de strijd tegen de autocraten nog steeds.

Hoe staat Tunesië een jaar na dato ervoor? Is het land op dreef met zijn overgang naar democratie of stagneert die, zoals in Egypte? Voor de huidige regering heeft Ben Farhat misschien geen goed woord over, maar over al het overige is hij positief. "Zeker in vergelijking met de andere landen waar vorig jaar opstanden zijn uitgebroken. Historisch gezien is het grootste gevaar bij een revolutie anarchie en bloedvergieten. Dat hebben we hier goeddeels weten te vermijden. En van een terugval naar dictatuur is vooralsnog geen sprake. We liggen op koers."

In zijn gunstige oordeel staat Ben Farhat niet alleen. Zo spreekt Adrianus Koetsenruijter van een 'groot succes'. In een restaurant, op een steenworp van zijn imposante kantoor, somt de (Nederlandse) ambassadeur van Europese Unie zijn argumenten op. "Het openbaar bestuur is blijven functioneren, de verkiezingen zijn eerlijk verlopen en de samenleving is niet uiteengescheurd - ondanks de ingestorte economie. Nu is er een legitieme regering en die gaat er fris en opgewekt tegenaan, net zoals de oppositie er op haar beurt fris en opgewekt tegenaan gaat. Nee, ik kan niet anders dan positief zijn, zeker in vergelijking met Libië, waar 25.000 doden zijn gevallen en dat vrijwel bij nul moet beginnen. Of met Egypte, waar een junta het nu voor het zeggen heeft."

Opiniepeilingen onderschrijven dit optimisme: 40 procent van de Tunesiërs ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. Vier maanden geleden was dat nog 24 procent. "Alle pogingen van de restanten van het oude regime om de muur van de angst weer op te trekken zijn mislukt", stelt Malek Khadhrawi, één van de vier drijvende krachten van Nawaat.org, het beroemde blog dat een cruciale rol in de revolutie speelde. "Een publieke opinie is geboren. De democratische overgang gaat eigenlijk zó snel. Als je kijkt naar de aard van de problemen waarmee we nu te maken hebben zoals met de omstreden benoemingen dan zitten we eigenlijk al op het niveau van de westerse democratieën, al hebben we natuurlijk nog een hoop te leren."

Dat laatste geldt volgens de ondervraagden vooral voor de zittende regering. Koetsenruijter spreekt van een 'klungelig' begin, en wijst op een aantal ondiplomatieke uitspraken van Monsef Marzoeki, de nieuwe (interim)president. Marzoeki, oprichter van de centrum-linkse Congrespartij en een voormalig mensenrechtenactivist, riep 'Franse politici' in zijn nieuwjaarstoespraak op hun 'islamofobie' in te tomen en omschreef de president van buurland Algerije met zoveel woorden als een dictator. Misschien niet helemaal onwaar, maar niet handig voor een president.

Anderen, zoals Emna El-Hammi, microbiologe en ook als blogster actief bij Nawaat, ergeren zich aan Ennahda, dat weliswaar hoog opgeeft van de islam, maar geen ideeën heeft om de economische problemen aan te pakken, terwijl de revolutie daar toch om begonnen was. Iemand als Ben Farhat stoort zich eraan dat de coalitie alle belangrijke parlementscommissies naar zich toegetrokken heeft, en ziet dat als zoveelste bewijs van Ennahda's machtsbelustheid.

Koetsenruiter ziet ook een nieuw elan: "Ministers komen nu naar mij toe met ideeën; onder Ben Ali was daar geen sprake van. Ze zoeken de dialoog, met echte argumenten".

Sjeik-Roehoe, econoom en lid van een links-liberale oppositiepartij, benadrukt dat in het parlement alle partijen samenwerken. "Ik zie vaak genoeg dat afgevaardigden van Ennahda niet met de eigen partij meestemmen en wel met ons."

Toch zijn er ook serieuze incidenten. Naast de benoemingskwestie is daar het weifelachtige optreden jegens orthodoxe salafisten, die wekenlang een universiteit bezet hielden omdat zij tegen de regels in een gezichtsbedekkende sluier wilden dragen. Of wanneer premier Hamadi Jebali, zoals in november, een prominent lid van de als terroristisch aangemerkte Palestijnse organisatie Hamas uitnodigt en in diens bijzijn een toespeling maakt op het Zesde Kalifaat, de pan-Arabisch-islamitische heilstaat. Tijdens hun protestmars begin deze week zagen journalisten zich plotseling geconfronteerd met een tegendemonstratie van Ennahda-aanhangers. Ze scholden, maar er vlogen ook stenen door de lucht. Spoedig komt een moment dat onervarenheid geen excuus meer is voor zulke zaken.

Zied el-Heni, bestuurslid van de Tunesische journalistenvakbond, benadrukt dat het hier gaat om incidenten en niet om een trend richting een nieuwe dictatuur. "We leggen momenteel de fundamenten van een democratie ondanks alle excessen die wijzen op het tegendeel."

Dat wil wat zeggen uit de mond van de geharnaste mensenrechtenactivist die El-Heni is. Hij is verlaat op onze afspraak omdat hij tien minuten eerder een journalist heeft ontzet die werd gemolesteerd midden op de Avenue Bourguiba. Volgens de journalist in kwestie door aanhangers van Ennahda.

"Democratie is geen jas die je naar believen aan- en uittrekt", vervolgt de nog steeds zichtbaar aangedane El-Heni. "Het is een cultuur die we ons eigen moeten maken en zoiets kost inspanning en tijd. Dat geldt voor ons allemaal: regering, oppositiepartijen én journalisten. Het gebrek aan professionalisme bij Tunesische media is schrijnend."

De beste garantie tegen het afglijden naar despotie is het bestaan van een krachtige en zelfbewuste tegenmacht. Volgens El-Heni vervullen de vrije pers en de vakbond UGTT die rol al. "Zij kunnen op ieder moment en waar dan ook aan de bel trekken".

Khadhrawi put hoop uit de waakzaamheid jegens de klunzigheid van de regering. "Bij iedere ongelukkige uitspraak of actie is het land direct in rep en roer en gaan de mensen overal de straat op. Niet alleen de media en de vakbonden, de hele bevolking verkeert in de hoogste staat van paraatheid".

Ook de overige ondervraagden maken dit punt. "De geest is uit de fles", zegt Sjeik-Roehoe. "De Tunesiërs laten zich niet weer opnieuw een dictatuur indragen, hun waakzaamheid is de allerbeste tegenmacht."

Zo bezien lijkt het slechts een kwestie van tijd eer de 'Arabische Lente' in Tunesië tot volle bloei zal komen en de democratische overgang een feit zal zijn. Maar er is één factor die het hele feest nog wel eens zou kunnen verpesten: de economie. Weliswaar is de export onlangs wat aangetrokken, maar het toerisme, een belangrijke inkomstenbron voor Tunesië, vertoont nog steeds weinig tekenen van leven. De werkloosheid schommelt rond de 800.000, op een bevolking van circa 10 miljoen. In het verwaarloosde achterland begint de situatie zo langzamerhand kritiek te worden.

Interim-president Marzoeki kan daarover meepraten. Tijdens een herdenkingbijeenkomst voor Mohammed Boeazizi, de jongen die zich in december 2010 in brand stak in Sidi Boezid, hief de president het volkslied aan. Maar de zich achtergesteld voelende plaatselijke bevolking viel niet in. Koetsenruijter: "Marzoeki was de enige die zong. Het was heel beklemmend. Na afloop kruisten onze blikken elkaar en stapte hij direct op me af, blij als hij was dat hij een bekend gezicht zag en hij zo uit die ongemakkelijke sfeer kon stappen."

In de arme regio's zijn de verwachtingen hooggespannen, te hoog wellicht. "Men wil economische verbeteringen en wel nu", zegt Khadhrawi. "Dat is niet realistisch, maar door al het gepraat over religieuze identiteit lijkt het soms of de regering is vergeten dat de belabberde economische toestand de drijfveer achter de opstand was. Het gevaar van radicalisering, danwel communistisch, danwel islamistisch, ligt op de loer. Karama, waardigheid, dáár ging het om een jaar geleden. Voor de mensen in de arme regio's betekent dat in de eerste plaats 'werk', maar ook dat men in de welvarende kuststeden de blik niet honend van hen afwendt."

'Niks aan de hand, als je er maar duizend doodschiet'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden