Kluivert was nog een kind

Patrick Kluivert is op Marc Overmars na de populairste Ajacied. Bijna alle jochies willen hem zijn als ze op straat een partijtje voetballen. Kluivert is hun held. Vandaag verschijnt hij voor het gerecht. Dood door schuld is het vergrijp waarvoor de officier van justitie hem aanklaagt.

ANDRE BISSCHOP

“Niet iets alledaags”, zeggen zijn vrienden. “Of hij erg is veranderd?”, herhaalt collega-Ajacied Michael Reiziger de vraag. “Wat denk je?” Hij heeft het vreselijk moeilijk. Ik bid elke dag voor hem.”

Patrick was het kind van Ajax, altijd een grote bek, bekommerde zich nergens om. De overigen, soms nog jonger dan hij, stelden zich gereserveerd op, zich er meer van bewust wat de buitenwereld van hen verwachtte.

Kluivert werd zich pas bewust van zijn voorbeeldfunctie op 9 september 1995. Toen liet hij de sportauto van een vriend door de straten van Amsterdam-Noord blazen. Voor het hem gewaar werd was hij medeveroorzaker van een botsing, waarbij Maarten Putman het leven liet en diens vrouw enkele chronische handicaps opliep. Omwonenden die het ongeluk zagen ontfermden zich over Kluivert. Ze namen hem mee naar binnen, gaven hem een glas water en moesten plechtig beloven zijn moeder niet te bellen. Die zou er te veel verdriet van hebben. Kluivert klonk verward.

“Een traumatische ervaring”, zegt een sportpsycholoog. “Daar heeft hij heel wat slapeloze nachten van gehad. Iemand doodrijden gaat je niet in de kouwe kleren zitten.”

De therapeutische diagnose wijkt af van de indruk die de verdachte zelf wekt. Kluivert staat voor bravoure, branie, verwaandheid en soms zelfs voor gewetenloos gedrag. Wie scoort en juicht kent wroeging noch spijt. “De mensen begrijpen hem niet”, weerlegt Reiziger de generalisering. Beeld en werkelijkheid stemmen in zijn optiek niet overeen. Maar wie Kluivert is, houdt de Ajax-verdediger angstvallig verborgen. “Alles wat ik zeg wordt tegen hem gebruikt.” En er zijn al zoveel mensen tegen hem, getuige de brieven die de familie Kluivert sedert september ontvangt. In de ene moet moeder Lidwina het ontgelden (“We vermoorden je”), in de ander bedreigen de schrijvers Patrick zelf (“Rot op naar je eiland vuile Papoea”). Postmerken en dagstempels verraden dat het merendeel van de afzenders in en om Vlaardingen woont, de gemeente waar Putman directeur was van de Stadsgehoorzaal. Het gezin Kluivert gaat gebukt onder de vuilspuiterij, zegt een Ajaxwoordvoerder. Maanden geleden schreeuwde Lidwina al eens door de telefoon: “We gaan weg. Jullie merken vanzelf wel waarheen.” Afgelopen zondag verklaarden kennissen uit haar naaste omgeving dat de familie naar Curaçao verhuist zodra het gerechtelijke proces ten einde is.

De aanhoudende publiciteit en de naargeestige reacties hebben haar te zeer verongelijkt. De familie is gebroken. Ze verlangt naar rust en hunkert naar vreedzaamheid. Van het zondagskind dat Patrick Kluivert eens was, is weinig over. De tegenslagen maken dat de woorden niet meer zo ratelend over zijn lippen rollen. Hij denkt na eer hij iets zegt: “Maar wat hij zegt klinkt veel harder”, vindt Ronald de Boer, een ploeggenoot. De onbevangenheid is verdwenen. Argwaan is er voor in de plaats gekomen. Zijn ogen staan dof, de fonkeling komt niet weerom. Daar helpt geen landskampioenschap aan. Kluivert is terneergeslagen. De gang naar de rechter valt hem zwaar. En dat heeft niets met zijn recente meniscusoperatie van doen. In samenspraak met Ajax en mr. Manfred Nan, zijn raadsman, heeft hij verkozen nergens inhoudelijk op in te gaan. Ja, hij is blij met de titel al wordt die dan overschaduwd door de zitting. “Verder zeg ik niks.” Hoe is het met je knie gesteld? “Dat is nou een goede vraag. Het gaat redelijk.”

Patrick Kluivert is oud geworden. Een jaar geleden maakte hij het beslissende doelpunt in de Europa-Cupfinalete Wenen contra AC Milan. Achttien was hij, de wereld lag open. Zorgeloos bewoog hij zich er in voort. Nu brengt broer Renato hem naar het trainingsveld of haalt een ander hem op. Ajax wil hem voorlopig geen auto meer zien besturen. Andere disciplinaire maatregelen heeft de club niet genomen. Zijn vrijheid is voldoende beperkt. Het publiek slaat hem van nabij gade en de opinie die het daar uit distilleert is hard. Feyenoord-fans hebben haar kortgeleden bruusk verwoord: “Kluivert is een moordenaar.” En een hoerenjong, aldus spreekkoren van Utrecht-supporters.

Kluivert antwoordde met doelpunten. Maar ook die werkten averechts. Als hij de bal hard raakte werd hij een koele kikker genoemd, de belichaming van arrogantie. “Ik heb de mensen er niet van kunnen overtuigen dat ik alleen voetbalde om de ellende te vergeten”, zei Kluivert in december. Ajax was meer dan werk. Het was bezigheidstherapie. Op het veld ging alles vanzelf. Daar deed ieder normaal en lieten ze hem in zijn waarde. Hij beseft terdege dat buitenstaanders het ongepast vonden dat hij op de dag van de begrafenis van de heer Putman zijn rentree maakte in het wedstrijdvoetbal. “Natuurlijk kan ik me dat voorstellen.” Maar trainer Louis van Gaal en hij hadden het zo besloten. Zodra het slachtoffer ter aarde zou zijn besteld, kon Kluivert voetballen. Meer piëteit wenste Ajax niet op te brengen. De geringe vergevingsgezindheid van de familie Putman was daar mede debet aan. Als je de vereniging hierop aanspreekt ontsteekt ze in woede. Van Gaal vindt het ronduit beledigend als je zijn besluit onverstandig noemt. Dan wil hij je niet meer spreken.

Donderdagavond 21 september. Feyenoord 2 tegen Ajax 2 in het Olympisch Stadion. Kluivert scoort. Na afloop feliciteren Van Gaal en andere trainers hem met de prestatie. In de kantine wachten zijn vrienden en familie. High fives kletsen door de lucht. Kluivert zegt blij te zijn weer te mogen spelen. Niets duidt die avond op verdriet, rouw of verantwoordelijkheidszin. Kluivert laat zich verleiden tot een daad die misdadig aandoet. Uitgelaten stapt hij in zijn lease-auto en sjeest het parkeerterrein af. Op weg naar huis bezondigt hij zich opnieuw aan roekeloos rijgedrag. Dat beweert de Amsterdamse politie tenminste. Agenten hebben hem staande gehouden en gewaarschuwd. Kluivert zelf ontkent door rood te zijn gereden en andere weggebruikers links en rechts te hebben gepasseerd. De waarheid zal in het midden liggen, in het centrum van de stad in de nacht tussen het Stadionplein en de Stadhouderskade.

“Sport”, zegt de psycholoog, “vormt geen karakters. Sport onthult ze.” Competitie en emoties tonen 's mans ware ik. Patrick Kluivert is een kind. Hij heeft een beschermde opvoeding genoten. Van zelfstandigheid kwam het niet zo erg. Moeder Lidwina sprong altijd voor hem in de bres. Ze vroeg jeugdtrainers om opheldering als haar Patrick het grote talent van Ajax eens reserve zat. Ze keurde zijn vriendinnetjes goed of af en schroomde niet voor de televisie te zeggen dat zoonlief tot zijn dertigste bij haar zou wonen, omdat hij toch geen beter thuis kon treffen. Moeder Lidwina is de kloek die kinderen graag hoedt. Volgens zeggen is ze een rechtgeaard familiemens, streng en rooms-religieus. Ze hamert op waarden en normen. Het gezin is de hoeksteen van de samenleving. Ze frituurt lekkere hapjes en bakt soms Surinaamse pasteitjes voor alle Ajacieden. Ze zorgt voor ieder die het nodig heeft. Patrick adoreert haar. Hij heeft nooit de geringste behoefte gevoeld om tot wasdom te komen. Hij leefde het leven en het was goed.

Ajax volgde de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid met argusogen. Co Adriaanse, de directeur opleidingen, zei anderhalf jaar geleden nog dat hij Kluivert maar een kinderachtige knul vond. Hij flapte er van alles uit, voelde zich heel geweldig en toonde nauwelijks respect voor anderen. Als hij een schop kreeg schoot zijn gemoed vol tranen en deed hij zijn beklag bij de trainer. Adriaanse veronderstelde dat Patrick Kluivert aan weerbaarheid moest winnen wilde hij de top ooit bereiken. Hij moest zijn plaats weten en zich daarnaar gedragen. “Hij moest dimmen” zoals Ajacied Martijn Reuser zegt. Een doelpunt te Wenen en twee verkeersovertredingen later zijn de lichten gedoofd. Bekers hebben hun glans verloren. Hij werd tot talent van het jaar 1995 uitgeroepen. “Ik heb het moeilijk”, zei hij. Andere woorden vond hij niet. Onder druk van verwachtingspatronen is zijn spontaniteit stilaan weggeëbd. Kluivert mag nooit meer uitbundig zijn. Hij wordt voortaan geleefd. In Nederland heeft hij nog maar weinig te zoeken. Drie van zijn beste vrienden voetballen straks in Italië. Reiziger en Davids bij Milan, Seedorf bij Sampdoria. Ooit zal hij hen volgen. En misschien zelfs binnenkort. En Ajax? Hij is erkentelijk voor de steun die de club hem toezegde en bood.

Voorzitter Michael van Praag en trainer Louis van Gaal zijn vandaag bij de zitting aanwezig. Net als een bestuurslid van de supportersvereniging. Ajax staat onvoorwaardelijk achter de verdachte in het beklaagdenbankje. “Wie schuld heeft moet boeten, maar dat maakt hem nog niet minder menselijk. Iedereen maakt fouten”, zegt Corrie van de supportersvereniging. Ze kijkt naar boven en doet een schietgebedje. “Ik bid voor hem. Dat is de steun die ik hem geef. Dat kan toch geen kwaad?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden