Kloof tussen migrant en Nederland blijft

Het is onzinnig te denken dat Arabisch-islamitische migranten zich zomaar zullen aanpassen. Hun cultuur en sociale bagage staan te ver af van de Nederlandse samenleving. Integratiebeleid is gedoemd te mislukken.

'Nederland kent een traditie die ruimte biedt aan de cultuur en de religie van mensen uit alle windstreken', aldus de koningin in de laatste Troonrede. Zo simpel ligt het echter niet. Nederland heeft weliswaar in zijn geschiedenis een aantal vluchtelingenstromen gehad. Maar die liepen uit op verschillende, en niet altijd soepel verlopende processen van absorptie.

Twee van deze groepen, zijn zeer illustratief voor het hedendaagse probleem van gebrekkige integratie: de joden en de Hugenoten. De Hugenoten zijn hier warm ontvangen. Daar liggen motieven van geestelijke en sociale verwantschap aan ten grondslag, zo stelde Milo Anstadt vorig jaar in de Groene Amsterdammer. Alleen hun taal was anders. Zowel autochtonen als allochtonen hadden geen bijzondere reden om zich af te zonderen. Assimilatie en integratie verliepen daardoor snel. Na enkele generaties herinnerden alleen de Franse namen nog aan de afkomst van de binnengekomen calvinisten.

De tweede omvangrijke groep, de joden, vestigde zich in Nederland in de zestiende en zeventiende eeuw. Eerst kwamen sefardische joden die gevlucht waren voor de inquisitie in Spanje en Portugal. Ongeveer een eeuw later volgden asjkenazische joden uit Oost-Europa die waren gevlucht voor de massaslachting aangericht door de Oekraïners. De verhoudingen met de joden waren anders dan met de Hugenoten, constateert Anstadt. Er waren grote religieuze drempels. Er waren nogal wat antisemieten die de joden als vreemde groep in de Nederlandse samenleving zagen. Tot begin negentiende eeuw spraken weinig joden Nederlands omdat ze binnen de gemeenschap van de synagoge bleven. Gemengde huwelijken, zelfs tussen asjkenazische en sefardische joden, waren zeldzaam. Pas onder koning Willem I, na drie eeuwen joodse aanwezigheid, werd de Nederlandse taal verplicht gesteld voor joden en kregen zij, met het oog op vernederlandsing, ook burgerrechten.

De migratiegeschiedenis van de Hugenoten en de joden relativeert het beeld van de ruimhartigheid waarmee Nederland vreemden opneemt. Een landelijk, algemeen 'minderhedenbeleid', was destijds onlogisch en zelfs bizar geweest. De eigen culturen van de sefardim en asjkenazim, ofwel hun geestelijke en sociale bagage, verschilde veel meer van die van de Nederlanders dan die van de Hugenoten. Dit verschil blijkt een belangrijke rol te hebben gespeeld bij het gegeven dat drie eeuwen lang de joden als vreemdelingen werden beschouwd.

Als de kloof met joden die per slot van rekening uit Europa kwamen, zo diep was, hoe is dat dan voor groepen die nog op een veel grotere afstand staan van de autochtone Nederlanders als het gaat om culturele, geestelijke en sociale bagage?

Hoe immens die afstand is met de grote groep Arabisch-islamitische migranten, staat helder in het onlangs door de VN gepubliceerde Arab Human Development Report. De Arabische landen vertonen tekortkomingen op drie cruciale punten: vrijheid, kennis en de positie van vrouwen. Deze tekortkomingen verklaren volgens het rapport de frustraties in de Arabische landen. De Arabische regio kent de laagste participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt ter wereld. In de regio van 22 Arabische landen met 280 miljoen inwoners, van Mauretanië tot Irak, leeft 20 procent van de bevolking van minder dan 2 dollar per dag. De culturele kloof met de rest van de wereld neemt toe. Per jaar worden slechts 300 buitenlandse boeken in het Arabisch vertaald. Alleen al in Nederland werden in 1997 bijna 5000 vertaalde boeken uitgegeven. Van de Arabische bevolking is 38 procent onder de 15 jaar en van de jonge Arabieren wil de helft weg uit eigen land.

Op de index van burgerlijke en politieke vrijheden scoort de Arabische regio het laagst in de wereld. Vrijwel alle Arabische landen worden autocratisch bestuurd. Bovendien komt het overgrote deel van de migranten in Nederland en de rest van Europa, uit de armere, agrarische, meer traditionele gedeeltes van deze regio.

In het licht van de gigantische afstand met de ontvangende Europese landen is de uitspraak uit de Troonrede 'De regering zal daarom de integratie van allochtonen verder bevorderen', volstrekt onrealistisch, hoezeer ook gewenst. Hetzelfde geldt voor de wens dat 'nieuwe Nederlanders zich inleven in de Nederlandse identiteit en cultuur'. De eis om de Nederlandse taal te leren en zich te houden aan de hier geldende wetten is wel haalbaar. Zoals de Marokkaan Ahmed Aboutaleb stelt dat ook een belijdend moslim de Nederlandse rechtsorde zonder problemen kan naleven. De culturele, geestelijke, sociale en normatieve waarden liggen echter veel dieper in het wezen van een mens en laten zich niet door welke oproep of welk beleidsvoornemen dan ook transformeren.

Dat verandert niet met de komst van de tweede of derde generatie. Uit vrees voor westerse invloeden worden de opvoeders van de tweede generatie 'roomser dan de Paus'. De derde generatie, zo heeft de Molukse bevolking aangetoond, valt weer terug uit nostalgie op de eigen roots van de grootouders. Kortom, de roep om aanpassing aan de 'Nederlandse identiteit en cultuur' is emotioneel wel begrijpelijk maar feitelijk onhaalbaar. Zeker als die onophoudelijk klinkt. Dan gaat men zich juist afzetten.

Bieden de islamitische immigranten dan helemaal geen verrijking voor de Nederlandse samenleving?, hoor ik de politiek correcte denkers vragen en met hen de grote populatie die gebaat is bij de minderheden-industrie. De Marokkaanse schrijver Hafid Bouazza was daar in zijn enkele maanden geleden gehouden Mosse-lezing duidelijk over: ,,We werden geconfronteerd met eerwraak, met het legitiem slaan van vrouwen, het beledigen van homoseksuelen, het vermoorden van 'te vrije meisjes', met hysterie rondom het hoofddoekje, we hebben gehoord van groepen moslims die terroristische aanslagen steunden, we hebben gehoord van islamitische scholen met gevaarlijk lesmateriaal.''

Volgens Bouazza begint het fanatisme waarmee de Nederlander de moslim probeert te begrijpen 'angstaanjagende vormen' aan te nemen. Nederlanders gooien hun eigen verworvenheden daarbij overboord, vindt Bouazza. Dat was inderdaad te zien na de moord op René Steegmans in Venlo. Omdat de dader van Marokkaanse afkomst was, wilde burgemeester Schrijen 'zo snel mogelijk' een gesprek met vertegenwoordigers van de Marokkaanse gemeenschap. Een gesprek? Na het doodschoppen van een burger die louter om een beetje respect voor ouderen vroeg? Ook de Amsterdamse burgemeester Cohen met zijn eindeloze roep om 'dialoog' valt onder het fanatisme dat Bouazza signaleerde.

Integratiebeleid is per definitie op groepen gericht, terwijl integratie een individuele aangelegenheid is. Daarbij geeft integratie geen garantie voor acceptatie. Zelfs niet in het zogenaamd 'tolerante' Nederland, waaruit, na Polen, het hoogste percentage joden is weggevoerd, ondanks de verwoede pogingen van joden, in hun latere geschiedenis, om te integreren.

Segregatie leidt niet noodzakelijkerwijs tot isolement, zo heeft onderzoek naar de joodse wijken in Marokko en Turkije aangetoond. Een eigen identiteit is een levensbehoefte. Eigen scholen, eigen wijken, eigen voorzieningen dienen niet bij voorbaat te worden afgewezen; zij kunnen juist de eigen identiteit versterken. Dit is positief voor betrokkenen en dus voor hun gehele leefomgeving.

Paul Scheffer, Paul Schnabel en alle andere aanhangers van de assimilatietheorie hebben ongelijk. De gigantische kloof tussen de nieuwe migranten en de westerse samenlevingen is een gegeven. De migratie uit de Arabische landen is niet te stoppen. De gevolgen van een en ander worden met de dag zichtbaarder en zijn niet meer te keren. Zeker niet met een integratiebeleid dat slechts verliezers heeft opgeleverd, zowel voor de migrant alsook voor de ontvangende populatie.

Laat de roep om integratie daarom los, zeker als het om aanpassing aan 'de Nederlandse identiteit en cultuur' gaat. Het is een onhaalbare wens. Schaf ieder centraal en groepsgericht beleid af. Duitsland kent geen specifiek 'minderhedenbeleid' en de migranten aldaar zijn beter af. Het hoogst haalbare is een redelijke sociale participatie van individuen, waarbij geen plaats is voor overspannen verwachtingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden