Review

Kloof tussen jood en christen valt niet te overbruggen

Rabbijn Lody van de Kamp en Dick Houwaart: Als de mezoeze maar goed zit - een briefwisseling. Kok, Kampen; 255 blz. - ¿ 32,50.

Toch spreekt mij die samenvoeging aan. Zij brengt tot uitdrukking dat beide godsdiensten een stevig aandeel hebben gehad in het fundament van onze samenleving. Een traditie die zoveel eeuwen heeft standgehouden, kan niet zonder betekenis zijn. Dat laatste zal noch een religieuze jood noch een christen ontkennen. Maar begrijp ik het goed, dan kan er van enige gemeenschappelijkheid, bij voorbeeld door te verwijzen naar het Oude Testament als gezamenlijke inspiratiebron, geen sprake zijn. Kennelijk verhouden jodendom en het christendom zich tot elkaar als dag en nacht: waar de één is, kan de ander niet bestaan, hooguit in de gedaante van een beperkt schemergebied, en daar wil of kan noch de een noch de ander in berusten.

Hoe groot en onoverbrugbaar de kloof in feite is, toonde Andreas Burnier enkele maanden geleden aan in haar Abel-Herzberglezing (Trouw, 19 september) over 'het jodendom als religie tussen de wereldreligies'. Sprak zij vroeger onbekommerd over 'de joods-christelijke traditie', in deze lezing verdween dit begrip en toen Jaffe Vink haar in Letter & Geest op dit punt uitdaagde, reageerde zij aldus (Trouw 1 oktober): “Uitdrukkingen zoals 'joods-christelijke traditie' gebruikte ik vroeger, als westers-christelijk geschoolde Nederlander zonder enige aarzeling. Nu ik mij in het jodendom ben gaan verdiepen, heb ik daar talloze, mijns inziens zeer gefundeerde bezwaren tegen.” En : “Die kloof valt ook niet met overigens hopelijk harmonieuze, wederzijds welwillende of zelfs vriendschappelijke contacten te overbruggen.” Burnier schetste de kloof in filosofische termen. In de pasverschenen briefwisseling tussen de journalist Dick Houwaart en rabbijn Lody B. van de Kamp blijkt de kloof voor een religieuze jood vooral ook een rauwe werkelijkheid te zijn.

Het grote struikelblok is dat in de ogen van de jood het christendom het jodendom niet alleen geannexeerd heeft, maar bovendien 2 000 jaar lang systematisch heeft vervolgd. Van de Kamp: “Zou ik christen zijn, ik denk dat het leven dan onleefbaar voor mij zou zijn. Hoe kun je als mens verder leven met een geloof dat zo belast is? Wetende dat je eigen kerk, je bron van je geloof in G'd en de mensheid, met bloed aan haar handen, vroeger jodenhaat en jodenvervolging heeft uitgedragen en nu doet alsof het iets van een andere wereld is.”

Van de Kamp weet ook precies waarom: “Die machtige kerk wist dat haar leer was gebouwd op leugen en bedrog. Dat gold eerst voor de kerk van Rome. Later eveneens voor het reformatorisch christendom. Er was maar één stroming die die waarheid kon bevroeden. Dat was dat lastige, hardnekkige jodendom dat er eigenlijk allang niet meer had moeten zijn.” De rabbijn is er ook niet gerust op dat het vandaag zoveel beter is. Ondershuids houden veel christenen er nog altijd een middeleeuwse visie op joden en jodendom op na, meent hij. Inderdaad zijn de voorbeelden die hij noemt, weinig opwekkend. Hij blijft daarom bij de opvatting die hij eerder al eens heeft kenbaar gemaakt: een jood zal alert moeten blijven voor de toekomst en doet er verstandig aan zich er af en toe van te vergewissen 'hoe de koffers erbij staan'.

Dick Houwaart vertelt in deze openhartige en daarom intens boeiende briefwisseling hoe hij, jaren geleden al weer, in Jeruzalem met de journalist Arie Kuiper tot de conclusie kwam dat het christendom in feite het resultaat is van 'een uit de hand gelopen jodenruzie'. In die typering viel iets gemoedelijks en ook iets gemeenschappelijks te beluisteren. Maar gaandeweg is ook Houwaart teleurgestelder geraakt over het christendom. Toen hij ook nog eens een preek over de barmhartige Samaritaan aamhoorde, waarin joden als onbarmhartige, gewetenloze schurken werden neergezet, was voor hem de maat vol. Houwaart zal nooit meer een voet in de kerk zetten.

Zoals gezegd, een openhartige briefwisseling, onthullend ook omdat er indringende vragen aan de orde worden gesteld over de jodenvernietiging en wat daaraan ten grondslag heeft gelegen, over het aandeel daarin van het christendom en over de hoogmoed van veel christenen - vragen vaak waar tot voor kort iedereen met een grote boog omheenliep en die nu, zo goed en zo kwaad als dat kan, eerlijk worden beantwoord.

Ik heb het als verfrissend ervaren dat dit keer van joodse kant geen blad voor de mond werd genomen. Dat verscherpt weliswaar het inzicht dat de kloof inderdaad onvoorstelbaar groot is. Maar anderzijds: is dit boek niet tevens het bewijs dat men gehoord wil worden? Ik beschouw het daarom als een uitnodiging elkaar eindelijk eens eerlijk in de ogen te kijken en met erkenning van het totaal anders zijn van elkaars godsdienst, toch op voet van gelijkwaardigheid met elkaar om te gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden