Klinkende afkorting

Hoezo gestopt? De muzikanten van CCC Inc. houden nog steeds besloten reünies. Maar hun oeuvre staat nu eindelijk op cd.

Arend Evenhuis

Aanstalten makende popmuzikanten behelpen zichzelf nog steeds met dat amechtig in de microfoon geroepen ’test, one-two, test, test, one-two’.

Stemmen en geluidstesten beloven altijd veel goeds, er hangt wat in lucht. En dat hing er steevast als de muzikanten van CCC Inc. het podium betraden.

Neem een willekeurige zaterdagavond begin jaren zeventig. Terwijl daar van achter de sta-microfoons dat zotte ’test-test’ weerklonk, werd er ook zittend op het podium getest. En van een volslagen andere orde dan het one-twoniveau. Een muzikant had z’n wasbord meegenomen, klemde dat tussen de knieën en deed tien vingerhoedjes om vingers en duimen. In soepele wegwerpmanoeuvres roffelde hij op de voor- en achterkant van het wasbord. Versterkt klinkt dat als een vertrekkende stoomtrein.

Het hoogtepunt van de avond brak aan wanneer de muzikanten tergend langzaam ’Midnight Special’ inzetten. Beginnend als monoloog voor het wasbord, uitwaaierend naar dialoog met de mondharmonica, en uitmondend in symfonische veelspraak voor viool, banjo, theekistbas, mandoline, dobro, accordeon, pedalsteel, autoharp, concertina en drums. Een magistrale vorm van stemmen kortom.

Dat was de muziekgroep CCC Inc. ten top.

Of is, want al treden ze amper meer op, het oeuvre van CCC verscheen op elf cd’s, met een dvd waarin het hippiesprookje ’Avontuur met een geheimzinnigen spieghelman’ en een fragment van ’Ooit dachten wij dat’, een koorwerk voor honderd popmuzikanten. Plus het fotoboek ’Een band 1967-2007’.

Maar de verzamel-cd ’The best of 1967-2007’ zegt afdoende over toonzetting en koers van de muziekgroep. Voordat in Nederland en Engeland begin jaren zeventig een renaissance van volks(zeemans)liederen loskwam (Fungus, Fairport Convention) musiceerde CCC al volkse ’folk’ en blues in blue grass-atmosfeer. Niet zozeer naar Iers-Keltische verten, eerder naar Amerikaanse prairiepollen neigend.

In ’Old Joe Clark’ met listige loopjes en geraffineerde stroomversnellingen en het daarin voortklippetiekloppende ’Run Mountain’ vliegen de lasso’s je om de oren en weet je niet van welke kant (’Hurry, hurry! Sixty miles from home’) er nu weer een doldrieste bison je op de hielen komt zitten. Het wasbord is dan een duivels achtervolgende ratelslang, met ginds terloops ook de zweepslagen van de bezwete koetsier die zijn paarden aanspoort.

Buitelend snarenspel van gitaar, viool en banjo weerklinkt in ’Little Maggie’ met een tegen de wassende maan kermende mondharmonica. ’Pretty women are made for lovin’ / Little Maggie was made for mine.’ Die rivierlijk voortsnellende tuimeling van ’Little Maggie’ brengt zelfs Schuberts ’Forellenkwintet’ voor piano, viool, alt, cello en contrabas in verlegenheid.

’The Visitor’ is een van de zelf gecomponeerde CCC-nummers. Nog steeds niet in het Nederlands, dat via Doe Maar-omwegen wel weerklinkt in het in ska-tempo voortslenterende ’Nederwiet’. (’...maar de wiet, die doet ’t in Bussum niet. / En verder gaat dit lied eigenlijk niet.’)

’The Visitor’ is een bijna a capella gezongen kloosterlijke klaagzang (’I am a simple merchant sir, / singing is my trade.’) Het had ook ’De ballade der kloosterlingen’ geheten kunnen hebben.

Doodzonde dat de ’Midnight Special’-versie op de verzamel-cd zo onverdiend hard van stapel loopt en de traag opgebouwde tweespraak tussen wasbord en mondharmonica zo goed als overslaat.

Behalve een popgroep was CCC ook een commune. In zuidoost-Brabant kochten ze een ’overtollige boerderij’ en trokken daar met vriendinnen, kinderen, honden en poezen in. De kerngroep bestond uit: Appie Rammers (basgitaar), Ernst Jansz (accordeon, piano, wasbord), Huib Schreurs (concertina, mondharmonica), Jaap van Beusekom (autoharp, banjo, dobro, pedalsteel), Jan Kloos (gitaar, mandoline) en Joost Belinfante (gitaar, mondharmonica, viool).

Ze kwamen elkaar ooit op de Rietveld Academie tegen. Uiteindelijk belandden (ex-)CCC-leden via de Slumberlandband tot zanger van Doe Maar, artistiek leider van Paradiso, oprichter van Stichting Popmuziek Nederland, directeur van Nationaal Popinstituut en banjobegeleider van Ischa Meijer & Jenny Arean en Elly & Rikkert.

De eigennaam verwijst, behalve als repeterende klank, naar de hoofdstedelijke woonplaats van de meeste muzikanten, al woonden die niet allemaal aan de grachten: Capital Canal City.

Tot op de dag van vandaag houdt naamgever Joost Belinfante de oorsprong tactisch mistig. „Een klinkende afkorting en dan: Inc. Exotisch achtervoegsel. Ik hield wel van het raadselachtige. Het kon van alles betekenen. Buitenlandse firma, schimmig bedrijf, gehaaide handelsonderneming. Het werd al gauw een popgroep van hippies die zich kon vinden in een gemeenschappelijke muzikale liefde voor wat nu ’americana’ heet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden