Kliniek voor levenseinde is geen goed idee

Het plan voor een ’levenseindekliniek’ is eigenlijk een pleidooi voor een wijziging van de Euthanasiewet

Eerder deze week maakte de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) bekend de haalbaarheid van een levenseindekliniek te willen onderzoeken. Dit is geen goed idee. Met het voorstel lijkt de vereniging de euthanasiewet te willen omzeilen.

Volgens de NVVE moet er aandacht komen voor mensen met een serieuze doodswens die nu ’permanent in de kou’ staan. Personen met chronische psychiatrische klachten, dementerenden en mensen die vinden ’klaar met het leven’ te zijn, krijgen te weinig hulp (euthanasie dus of hulp bij zelfdoding), hoewel bij de overgrote meerderheid van de Nederlandse hospices (80 procent) dergelijke hulp wel mogelijk is.

Zo vragen jaarlijks ruim 500 patiënten met chronische psychiatrische klachten om hulp bij zelfdoding, maar worden hooguit twee gevallen gehonoreerd. Ook mensen die de ontluistering van dementie niet willen ondergaan, vragen tevergeefs om euthanasie. Volgens opgave van de vereniging kent Nederland 320.000 dementerenden, van wie er per jaar hooguit zes een euthanasieverzoek ingewilligd krijgen. De NVVE wil niet zelf een levenseindekliniek beginnen, maar zou deze graag ondergebracht zien in een ziekenhuis of verpleeghuis.

Over de euthanasiewet bestaan veel misverstanden. Zo verschaft de wet de burger geen afdwingbaar recht op euthanasie. De wet is allereerst een ’dokterswet’, in beginsel bedoeld om de arts die een euthanasieverzoek inwilligt en daarbij de wettelijke zorgvuldigheidseisen in acht neemt, te vrijwaren van strafvervolging. Het inwilligen van euthanasieverzoeken acht de wetgever slechts te billijken bij lijden dat een erkende medische oorzaak heeft. Mensen die ’klaar zijn met leven’ kunnen zeker ernstig lijden, maar zullen bij de arts geen gehoor vinden. Mensen die psychiatrisch lijden wel, indien dat lijden ’uitzichtloos en ondraaglijk’ is. Hetzelfde geldt voor dementerenden.

Toch aarzelen artsen bij euthanasieverzoeken door mensen met chronische psychiatrische klachten en dementerenden. Bij de eersten wordt vaak de uitzichtloosheid van het lijden niet aanvaard. Maar uitzichtloosheid wil alleen maar zeggen dat er medisch gezien geen uitzicht op verbetering meer bestaat. Van terminaal lijden hoeft geen sprake te zijn.

Bij dementerenden onderschrijven artsen gewoonlijk wel de uitzichtloosheid van het lijden maar niet de ondraaglijkheid. Althans, niet meteen. De patiënt bij wie dementie is vastgesteld, maar die de symptomen nog niet vertoont, zal in de ogen van zijn arts niet ondraaglijk lijden. De patiënt voor wie het vooruitzicht van dementie ondraaglijk is, zal vergeefs om euthanasie verzoeken.

Een verzoek om levensbeëindiging zal pas serieus worden overwogen nadat de dementie is voortgeschreden. Anders dan uitzichtloosheid is ondraaglijkheid een subjectief criterium, maar ook daar is het het oordeel van de arts dat ertoe doet, niet dat van de patiënt. Hoewel de wet die beperking niet kent, laat de praktijk zien dat artsen verzoeken om euthanasie vooral inwilligen bij terminaal somatisch lijden, iets wat de NVVE ervaart als een probleem. Biedt de levenseindekliniek een oplossing?

Duidelijk is dat zo’n kliniek kan worden bemenst door artsen die beter geïnformeerd zijn over de ruimte die de wet biedt, door hulpverleners die vooral op het punt van de ondraaglijkheid minder behoudend (in de ogen van de NVVE) zijn. Maar hier is geen kliniek voor nodig.

Ik denk dat een vereniging als de NVVE vooral moet doen wat zij altijd al deed: hulpverleners informeren en met hen de discussie zoeken. Ook in een kliniek brandt een arts zijn vingers als hij een euthanasieverzoek inwilligt van iemand die aangeeft klaar met leven te zijn. Een kliniek verandert daar niets aan. De wet staat het domweg niet toe. Met deze strategie laadt de organisatie de verdenking op zich, ’klaar met leven’-mensen in een bijzondere kliniek alsnog van medische argumenten te willen voorzien.

Het nieuwste NVVE-initiatief lijkt te zijn ingegeven door ongeduld met de politiek. Dat is niet terecht. De opvatting dat de keuze voor de dood na een voltooid leven ten diepste een privé-aangelegenheid van het individu is, diskwalificeert het ’klaar met leven’-vraagstuk niet als onderwerp van politieke bemoeienis. Het is zuiverder om met goede argumenten een wijziging van de Euthanasiewet te bepleiten. Dat vergt een politieke keuze, waaraan in een democratie een goed inhoudelijk debat vooraf dient te gaan. Ook de misschien wel betere argumenten van de tegenstanders van zo’n wetswijziging verdienen het om gehoord te worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden