Klimaatzaak: hoger beroep of niet?

Urgenda-directeur Marjan Minnesma in de rechtszaal. De kans dat er hoger beroep in de klimaatzaak komt is groot, vooral omdat de uitspraak door politici en staatsrechtdeskundigen wordt gezien als een ongewenste inmenging van de rechter in de politieke besluitvorming. Beeld ap

Het kabinet reageert mogelijk morgen op het vonnis van de Haagse rechtbank over de CO2-uitstoot. Welke juridische keuzes heeft de overheid?

Voor 24 september moet de staat beslissen of er beroep wordt aangetekend tegen het besluit van de rechter dat Nederland gehouden is aan internationale klimaatafspraken en meer moet doen om de uitstoot van broeikasgas CO2 terug te dringen. Wijzigt de overheid haar beleid niet, dan haalt Nederland die afspraken niet, zo constateerde de rechter afgelopen juni. Nederland moet overigens - hoger beroep of niet - al beginnen met uitvoering van dit vonnis, en dat betekent een forse aanscherping van het klimaatbeleid.

Op 10 september houdt de Tweede Kamer een hoorzitting over de kwestie. Daarna volgt nog een Kamerdebat.

De kans dat er hoger beroep komt is groot, vooral omdat de uitspraak door politici en staatsrechtdeskundigen wordt gezien als een ongewenste inmenging van de rechter in de politieke besluitvorming. De rechter zou op de stoel van de wetgever zijn gaan zitten.

Vier juridische mogelijkheden op een rijtje.

1. Niets doen
Op Twitter loopt al weken een felle campagne met de oproep #ganietinberoep. Met het afzien van hoger beroep accepteert de staat het oordeel van de rechter. Het vonnis wordt dan op 24 september onherroepelijk. Voordeel: een lange rechtsgang wordt vermeden; politiek Den Haag kan zich volledig concentreren op aanscherping van het klimaatbeleid, nu met ruggensteun van een rechterlijk vonnis.

Nadeel: het principiële punt - mag een rechter zich mengen in politiek beleid? - blijft onweersproken. "Ik zou dit bezwaarlijk vinden", zegt Ivo Giesen, hoogleraar privaatrecht in Utrecht. "De vraag of de rechter op de achterbank van de wetgever mag gaan zitten, speelt in de kwestie nadrukkelijk. Als de staat dit accepteert, open je de weg voor andere belangenorganisaties om ook met een beroep op internationale verdragen via de rechter te proberen strenger beleid af te dwingen."

2. In beroep gaan
Als de staat beroep aantekent, wordt de zaak in volle omvang opnieuw behandeld door het gerechtshof in Den Haag: drie raadsheren (m/v) bekijken alle argumenten, stukken, overwegingen en vellen een nieuw oordeel.

Nadeel: nu gaat de teller lopen, het hof heeft (veel!) tijd nodig en de kans dat de zaak later ook nog door het hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, moet worden bekeken wordt groot. Als de staat bij het hof weer verliest, volgt ongetwijfeld cassatie bij de Hoge Raad. Als Urgenda verliest zal dit ook gebeuren. Je bent zo drie jaar verder.

Maar er zit voor Urgenda ook een voordeel aan hoger beroep. Urgenda kan er 'beter' van worden, zegt advocaat Gerrit van der Veen, die veel voor overheden werkt en daarnaast bijzonder hoogleraar milieurecht is in Groningen. "Als de staat beroep aantekent, en ik zou de verleiding daartoe wel erg groot vinden, dan kán Urgenda besluiten ook beroep in te stellen, dat heet dan incidenteel hoger beroep. Het biedt Urgenda de mogelijkheid aan het hof te vragen onderdelen van de eis die de rechtbank eerder niet inwilligde, alsnog mee te nemen in het arrest. Urgenda kan de eisen in de zaak ook verder aanscherpen en zo proberen om er meer uit te halen bij het hof."

3. Sprongcassatie aantekenen
Wat? Sprongcassatie? Als de staat en Urgenda het er onderling over eens worden, kunnen ze samen beslissen de tijdrovende gang naar het gerechtshof over te slaan en direct de Hoge Raad te vragen naar de zaak te kijken. Cassatie met een sprongetje dus. Voorwaarde is wel dat beide partijen dit willen.

"De zaak is er principieel genoeg voor", vindt advocaat Van der Veen. "Ik heb niet de indruk dat er nog heel veel feiten liggen in de zaak die nog discussie opleveren. Dan kun je beslissen om de stap naar het hof, waar de zaak van a tot z opnieuw moet worden behandeld, over te slaan."

Ook hoogleraar Giesen ziet voordelen in sprongcassatie. "De kans is in deze zaak toch al vrij groot dat partijen uiteindelijk bij de Hoge Raad uitkomen. Dus dit zou ook voor de staat misschien helemaal niet slecht zijn. Het scheelt gauw een jaar. Maar ik schat in dat dit voor Urgenda een minder goede optie is, want die hadden de oorlogskas natuurlijk gevuld voor drie rondes, bij rechtbank, hof en Hoge Raad en missen door sprongcassatie het publicitaire voordeel van een langdurige rechtsgang."

4. Cassatie in het belang van de wet
Dit is een optie die zich alleen maar kan voordoen als partijen zelf besluiten niet in beroep te gaan. Het is volgens Giesen en Van der Veen de minst voor de hand liggende mogelijkheid. De procureur-generaal (pg) bij de Hoge Raad kan op eigen gezag beslissen de Hoge Raad te vragen een oordeel te vellen in een zaak waarin geen beroep is ingesteld, maar waarin wel principiële vragen spelen die de 'eenheid van de rechtspraak' raken. De staat zou trouwens zelf ook aan de pg kunnen vragen om cassatie in belang van de wet in te stellen. Het is vervolgens aan de pg om te beslissen welke vragen aan de Hoge Raad worden voorgelegd.

Een oordeel van de Hoge Raad zou in zo'n geval geen gevolgen hebben voor het inmiddels onherroepelijke rechtbankvonnis, maar zou wel duidelijkheid bieden voor volgende zaken waarin vergelijkbare principiële vragen spelen. Giesen: "Dit is voor mij in dit geval een ongeloofwaardige optie. De principiële kwestie hier is de vraag of de rechtbank zich heeft begeven in het politieke domein. Als de procureur-generaal zegt: ik vind dat de Hoge Raad zich hierover dient uit te spreken, dan begeeft die pg zich op zijn beurt in het politieke domein, omdat immers de politiek zelf heeft besloten af te zien van hoger beroep."

Van der Veen: "Wat zou het belang zijn voor de staat of voor Urgenda? Partijen geven in dit geval in feite hun eigen procesbelangen prijs."

Belangrijker is: welke milieumaatregelen komen er?

In politiek Den Haag twijfelt nie-mand eraan dat het kabinet in hoger beroep gaat tegen het vonnis in de klimaatzaak. Voor de VVD is het uitgesloten dat de staat zich neerlegt bij de uitspraak van de rechter. En coalitiegenoot PvdA heeft, gezien het principiële karakter van deze zaak, begrip voor het hoger beroep.

Veel interessanter is wat het kabinet inhoudelijk doet met het uitspraak van de rechtbank. Omdat van hoger beroep geen opschortende werking uitgaat, zal het vonnis (minimaal 25 procent CO2-reductie in 2020) moeten worden uitgevoerd. Daar zijn flinke milieumaatregelen voor nodig.

Het kabinet gebruikt deze week om hier een plan voor op te stellen. De afgelopen weken hebben het Planbureau voor de Leefomgeving en het Energieonderzoek Centrum Nederland enkele maatregelen doorgerekend: in hoeverre helpt het de CO2-uitstoot te verminderen? En, niet onbelangrijk: wat kost het?

In Den Haag circuleren enkele ideeën: het stimuleren van elektrisch vervoer, energiezuiniger bouwen en nog meer werk maken van zonne-energie. Dit moet uiteindelijk optellen tot die geëiste 25 procent CO2-reductie. De VVD wil geen al te ingrijpende maatregelen nemen, zoals het sluiten van alle kolencentrales. Dat zou namelijk betekenen dat het energieakkoord nu moet worden opengebroken. En daar is VVD-minister Henk Kamp van economische zaken geen voorstander van.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden