Klim in je stamboom, het is verslavend

Beeld Anje Jager

In de familie ging het verhaal dat hij zou afstammen van de hugenoten. Maar klopte dat wel? Met die vraag dook Flip van Doorn in zijn familiegeschiedenis. Hij merkte dat onderzoek naar je eigen stamboom leuk, spannend én verslavend is. En hij ontdekte allerhande afstammelingen.

Het begon met een familieverhaal. Mijn oma zou afstammen van hugenoten die ooit vanuit Noord-Frankrijk naar de Nederlanden waren gevlucht. Ik werd nieuwsgierig. Op een druilerige middag tikte ik daarom in een zoekscherm van de website wiewaswie.nl de naam van oma’s vader in. Nog voor het avondeten op tafel stond, was ik diep in de 17de eeuw beland. Het familieverhaal bleek te kloppen. Verre voorouders kwamen vanuit Valenschijn, uit Armentiers en van bij Rijssel naar Leiden. Hun namen vernederlandsten, hun nazaten ook.

Een stamboom heet niet voor niets zo. Bladerend door digitale archieven en websites vol genealogische gegevens, voel ik me als een kind dat in een klimboom van tak naar tak klautert. Steeds een eindje hoger, balancerend, op zoek naar nieuw houvast. Licht verslavend is het ook. Hetzelfde gevoel als toen mijn opa mij ooit een mooie postzegel gaf. Voor ik het wist had ik albums vol en organiseerde ik met vriendjes ruilbeurzen op school. Altijd was er die hoop op een zeldzaam exemplaar te stuiten.

Ook verdriet

Stamboomonderzoek is makkelijk en biedt eenzelfde hoop. En dankzij de digitale ontsluiting van tientallen archieven hoef ik er mijn bureaustoel zelfs niet voor uit te komen. Hoewel ik al speurend voornamelijk op data en plaatsnamen stuit, tekenen zich verhalen af. Soms ligt achter kale feiten in gortdroge aktes ook verdriet verscholen. Moeders die in het kraambed overlijden, een gezin waarin slechts twee van de zeven kinderen de leeftijd van vijf jaar halen, een man die tot drie keer toe hertrouwt na het overlijden van zijn echtgenote.

Voor ik het weet stel ik mijn eigen aflevering samen van ‘Verborgen verleden’, het onvolprezen tv-programma dat met bekende Nederlanders op zoek gaat naar hun wortels. Net als bij veel van hen, blijkt ook mijn persoonlijke geschiedenis middels allerlei kleine draadjes te zijn verweven met de grote verhalen uit de geschiedenisboeken. Zo bleek een van mijn voorouders lijfarts te zijn van de markies van Bergen op Zoom. Was hij niet snel te hulp geschoten, dan was Willem van Oranje aan een eerste moordaanslag in 1582 bezweken. In dat geval was zijn zoon Frederik Hendrik, van wie de koninklijke familie afstamt, niet geboren. Ik sta er toch even van te kijken: een voorvader die door kloek handelen even de loop van de geschiedenis beïnvloedde. Het is maar een voorbeeld.

Meer in de anonimiteit leverden timmerlieden in Lichtenvoorde en Friese landarbeiders hun bijdrage aan de geschiedenis en aan de mijne. Hetzelfde geldt voor een vroedheer, een baggerman, een naaister en noem maar op. Rijk of arm: zonder hen was ik er simpelweg niet geweest en mijn kinderen ook niet. 

Code Napoléon

In 1804 voerde het Franse bewind in naam van de keizer de Code Napoléon in. Onderdeel van dat burgerlijk wetboek was het verplicht vastleggen van geboortes, huwelijken en sterfgevallen in de registers van de burgerlijke stand. Dat betekende ook dat iedereen een achternaam moest aannemen. In de praktijk duurde het enkele jaren voordat het systeem functioneerde.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Anje Jager

Het document waarin Reinder Lieuwes in Birdaard zijn achternaam Vellinga vastlegt, dateert uit 1811. Online heb ik het binnen een kwartier gevonden. Achteloos zoom ik in op de handtekening die mijn oud-grootvader onder het document zette. Als ik wil kan ik afreizen naar Tresoar, de provinciale schatkamer in Leeuwarden, en daar de papieren akte inzien. Steeds meer archiefmateriaal is online beschikbaar en veel lokale en regionale archieven zijn gekoppeld.

Genealogische websites bieden een weelde aan informatie (zie kader) en grasduinen is simpel. In verloren uurtjes reis ik in een paar muisklikken vijf eeuwen terug in de tijd. Na afloop kan ik mijn kinderen vertellen dat ze verwant zijn aan de Friese vrijheidsstrijder Grutte Pier. Niet dat het ze veel kan schelen. De interesse in het familieverleden lijkt vooral te leven bij degenen die zelf kinderen hebben of de vijftig zijn gepasseerd. Voor mij gelden beide criteria.

De zoektocht is misschien nog wel leuker dan het resultaat. Ik heb nu een mooi excuus eens af te reizen naar Raamsdonk, Zierikzee, de Elzas of Lunteren. Overal zal ik sporen van voorouders kruisen. Inmiddels heb ik zelfs enkele mensen leren kennen die ik anders nooit had ontmoet, vriendschappen gesloten, verre verwanten de hand geschud. In Amersfoort mag ik een kijkje nemen in het pand De Keerskorf dat mijn oud-grootvader Assuerus van Doorn in 1789 kocht. Op internet ontdek ik later dat iemand anders het voorgeslacht van zijn echtgenote Dina Huijsinga digitaal heeft uitgewerkt. Zomaar ineens maak ik een tijdreis naar de 13de eeuw. Tot mijn grote verbazing plopt 22 generaties boven mij de naam van Floris V op. Het voelt of ik die zeldzame postzegel heb gevonden: ik stam rechtstreeks af van ‘Der Keerlen God’. Van een van zijn bastaardzonen, weliswaar, maar toch. Die ontdekking betekent echter niet dat ik rechten kan doen gelden op het Muiderslot, de Ridderzaal of andere bezittingen van de Hollandse graven.

Foutmarge

Hoe verder takken naar de hemel reiken, hoe dunner ze worden. Ook bij een stamboom. Om te beginnen is lang niet iedereen verwekt door degene die de vader beweert te zijn. De schattingen lopen uiteen van 1 tot 10 procent. Dat is in een reeks van 22 generaties hoe dan ook voldoende voor een stevige foutmarge, zelfs al zouden alle documenten kloppen. Bovendien blijken de gegevens waar ik op stuit afkomstig uit een wat twijfelachtige database met stamreeksen van families die allemaal beweren rechtstreeks af te stammen van Karel de Grote. Voor wat dat waard is. Statistisch gezien is vrijwel iedere West-Europeaan een nazaat van Karel de Grote, die dus ook in letterlijke zin de ‘Vader van Europa’ was. In Nederland lopen naar schatting meer dan een miljoen afstammelingen van Floris V rond. Zo bijzonder is het dus ook weer niet.

Het neemt niet weg dat deze ontdekking mij het gevoel geeft verbonden te zijn met de geschiedenis. Bij een bezoek aan het Muiderslot kijk ik met andere ogen. Ik vraag de gids wat het oudste gedeelte is, laat mijn hand glijden over de stenen. Het was waarschijnlijk toch maar mooi mijn edel-oud-overgrootvader - de genealogische term voor een voorvader in de 23ste generatie - die opdracht gaf voor de bouw van dit kasteel. Maar net zo goed stam ik af van de werkman die deze muren opmetselde. Wie zal het zeggen? In de archieven liggen nog stapels documenten te wachten op het moment dat iemand ze aan de vergetelheid ontrukt. Misschien neem ik er nog eens de tijd voor.

Op zijn minst heb ik een paar mooie verhalen voor mijn kinderen, voor als zij zelf kinderen hebben en tegen de vijftig lopen. 

Zelf stamboomonderzoek doen

Wie uit liefhebberij onderzoek doet naar zijn of haar stamboom, zal in de meeste gevallen een kwartierstaat willen maken. Dat is een steeds breder uitwaaierend overzicht van alle voorouders, zowel in de mannelijke als de vrouwelijke lijn. Het is ook mogelijk een stamreeks te volgen, de rechtstreekse lijn die naar een enkele voorouder loopt. Hoe verder terug in de tijd, hoe lastiger de zoektocht in de regel wordt. Op genealogische websites staan gegevens die makkelijk te doorzoeken zijn. Sommige sites zijn commercieel en vragen geld voor een lidmaatschap.

Loopt een stamreeks dood, dan helpt het om namen te googelen. Ook een andere spelling (bijvoorbeeld Huysinga in plaats van Huijsinga) of een patroniem (de voornaam van de vader) kan daarbij helpen. Soms geven alleen papieren archieven verder uitsluitsel.

Voordat de burgerlijke stand werd ingevoerd, hielden steden registers bij met koopakten van panden of grond, van wetsovertredingen en andere handelingen van burgers. Kerken hadden doop-, trouw- en overlijdensregisters. Veel van die documenten zijn in te zien in stedelijke of provinciale archieven.

Daarnaast zijn er websites die zich richten op speciale groepen als alle Friezen, of de wezen, kolonisten, bedelaars, en gevangenen die in Veenhuizen leefden. In het Nationaal Archief in Den Haag zijn onder andere gegevens over de VOC, emigranten en de Tweede Wereldoorlog te vinden.

Nationaal Archief: gahetna.nl
Centraal Bureau voor Genealogie: cbg.nl
wiewaswie.nl
Veenhuizen: allekolonisten.nl
Alle Friezen: allefriezen.nl
Uitgewerkte stambomen: genealogieonline.nl

Van pauper tot astronaut

André Kuipers en zijn verre voorvader Gerrit Lut

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld ANP

De redactie van het televisieprogramma ‘Verborgen verleden’ onderzoekt de stamboom van bekende Nederlanders. Toen astronaut André Kuipers deelnam, wachtte hem een confronterende ontdekking.

Tijdens de opnamen voor het televisieprogramma ‘Verborgen verleden’ ontdekte astronaut André Kuipers dat een van zijn verre voorvaderen als landloper gevangen had gezeten in een van de gestichten in Veenhuizen. De persoonskaart, met gegevens en twee foto’s van deze Gerrit Lut, is nu onderdeel van de vaste tentoonstelling in het Gevangenismuseum in Veenhuizen. De opening van de expositie verrichtte Kuipers samen met zijn verre voorvader, wiens rol vertolkt werd door een acteur.

“Er waren allerlei verhalen in de familie”, vertelt Kuipers in Veenhuizen. “Een voorouder was naar Canada gegaan om goud te zoeken. Van mijn moeder had ik begrepen dat haar overgrootmoeder een eigen stoel in de Amsterdamse bioscoop Tuschinski had. Het had zeker mijn interesse.”

Over een verzoek mee te werken aan ‘Verborgen verleden’ hoefde hij niet lang na te denken. “Ik dacht eerst dat ze zouden uitkomen bij Grote Pier. Mijn vaders familie komt uit Friesland en iemand had uitgezocht dat wij afstammen van de broer van Grote Pier. Maar we kwamen terecht in het leger van Napoleon in Rusland en bij een zeeslag in de Middellandse Zee. Mooie verhalen. Ook besloten ze de tak Lut na te gaan. Daarbij bleek dat ene Gerrit Lut overleden was in 1903 in Veenhuizen. Dat triggerde de redactie. Hij had kinderen die het niet slecht deden, maar toen hij ver in de zestig was, is hij blijkbaar opgepakt. In het Drents Archief hebben ze de uitspraak van de rechter gevonden. Daarin staat dat hij is aangetroffen in bedelende houding, met de pet in de hand.”

Beeld Anje Jager

Ambitieus plan

Als onderdeel van een ambitieus plan voor armoedebestrijding richtte de Maatschappij van Weldadigheid in Veenhuizen gestichten op voor weeskinderen. Later werd het een strafkolonie waar bedelaars en landlopers onderdak kregen. Suzanna Jansen beschrijft in haar boek ‘Het pauperparadijs’ hoe haar familie in Veenhuizen terechtkwam. Een andere ‘verpleegde’ was de voorvader van André Kuipers. “Het viel me op dat hij maar liefst acht keer is opgepakt. Elke keer kwam hij weer terug. Ik kreeg het gevoel dat hij het hier prettig vond. Ik voelde wel medelijden en ook verwondering dat hij blijkbaar niet door zijn kinderen was geholpen. Ik weet niet wat zijn psychische toestand was. Op de foto zie je zijn grote ogen. Dat kan ook verwondering zijn, je moet niet te veel interpreteren, maar hij ziet er heel angstig uit.”

Dankzij de zorgvuldig bijgehouden administratie is van bedelaar Gerrit Lut veel meer bekend dan van veel van zijn tijdgenoten. Behalve foto’s van de voorkant en de zijkant van zijn gezicht, werden zijn vingerafdrukken, gewicht en uiterlijke kenmerken vastgelegd. De laatste tien jaar van zijn leven sleet hij in Veenhuizen. Hij kreeg een anoniem graf op de begraafplaats, die bij gedetineerden als het ‘vierde gesticht’ bekendstond. Kuipers nam er een kijkje. “Ik heb gestaan op de plek waar hij begraven ligt. Dat is heel grappig, van mijn andere voorouders weet ik helemaal niet waar ze begraven liggen, waarschijnlijk zijn die graven allang geruimd.”

Het verhaal van zijn voorvader maakt indruk op Kuipers. “Als je vroeger voor een dubbeltje was geboren, werd je nooit een kwartje. Ik kom uit een arbeidersgezin, vroeger zou ik dan ook in de haven zijn gaan werken. Mijn vader zei dat het leven een stuk makkelijker is als je diploma’s hebt. En dat kon in mijn tijd. Ik kon me ontwikkelen, wat ertoe heeft geleid dat ik arts kon worden en uiteindelijk astronaut. Dat is het prachtige van onze maatschappij, dat iedereen alle kansen krijgt. Al kan het leven natuurlijk altijd tegenzitten. Maar als iemand in de gevangenis belandt, betekent dat niet dat volgende generaties hetzelfde lot treft.

Hoopt u ook weleens dat uw familie van goede komaf is? Mail naar tijdpost@trouw.nl in max. 120 woorden

Lees ook: De voorouder van de bloem leek op een lelie

Botanici maken inzichtelijk hoe de voorvader alle hedendaagse bloemen eruit zag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden