Klikken

Anniek van den Brand is redacteur van Trouw. Ze is getrouwd, heeft twee kinderen op de basisschool en kreeg er via haar man nog twee twintigers bij. Ze schrijft elke week over familie en alles wat daarop lijkt.

a.vandenbrand@trouw.nl

Bij zoon in de klas zit een meisje dat elke kans aangrijpt een praatje met me aan te knopen. Dat klinkt gezelliger dan het is. Negen van de tien keer begint ze een klaagzang over zoon. Om de een of andere reden vindt ze dat ik moet weten dat hij druk is, geregeld een waarschuwing oploopt en dat hij zich af en toe termen laat ontvallen die niet voor herhaling vatbaar zijn.

Ik mompel iets in de trant van: ja, het is me er eentje, die zoon van ons, en maak dat ik wegkom.

Ik kan niet tegen klikken.

Als bakkersdochter in een klein dorp maakte ik al vroeg kennis met het favoriete spreekwoord van mijn vader: Spreken is zilver en zwijgen is goud. Wilde je je nering in een amper duizend zielen tellende gemeenschap nog een tijdje voortzetten, dan kon je maar beter je mond houden, wist hij.

Nee, vond mijn vader, dat was geen zwakte, dat was een kunst.

Dus zei hij niets, toen hij met een arm vol broden een boerderij binnenliep en de heer des huizes aantrof met de broek op zijn enkels, in innige omstrengeling met de getrouwde buurvrouw, terwijl zijn eigen vrouw boven in het kraambed lag. Ook hield hij zijn mond over een koeienstal die in feite een drukbezocht illegaal café was. Op de winkelruit hingen de verkiezingsposters van het CDA, de VVD en de PvdA gebroederlijk naast elkaar.

De bakker was zo'n vertrouwd figuur in het dorp dat hij tijdens zijn vaste ronde aan diverse keukentafels werd genood. Burenruzies, familietwisten, echtelijke ellende en erfeniskwesties - hij luisterde en knikte. Pas 's avonds, als zijn drie dochters al lang in bed lagen, zei hij tegen mijn moeder wat hij er écht van vond.

Ooit riep hij me op het matje toen een klant zich had beklaagd over mijn gedrag tegenover haar dochter, een klasgenootje van mij. Als ik mijn leven niet zou beteren, had de vrouw gezegd, kon mijn vader hun huis voortaan beter voorbijrijden. Ik liep rood aan. Waarom vocht dat stómme kind het niet gewoon met mij uit? Wat hadden mijn vader en de winkel, zei ik, in vredesnaam met deze zaak te maken?

Mijn vader gaf geen antwoord. Hij zei alleen hoeveel brood de familie wekelijks bij ons kocht.

Verhuizen naar de grote stad was een bevrijding. Niemand 'zag jullie Anniek trouwens toevallig nog' op een onchristelijk uur dansen in een foute discotheek, haar tegen alle geboden in naar Eindhoven liften of innig gearmd lopen met de plaatselijke crimineel - toevallig wél de geestigste man van het dorp en verre omstreken. Boven de grote rivieren - ik wist het zeker - waren het zwijgen en het geklik voorgoed voorbij.

Als ik van zoons klas naar de uitgang van school loop, komt het meisje me tegemoet. Néé, denk ik. "Hoi", zegt ze vriendelijk. Ik knik vaag en ga ervandoor.

"Wat zit je haar leuk!", roept ze me na.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden