Klem tussen een tragedie en een mening

Het Holland Festival opent met Euripides' 'Kinderen van Herakles' volgens de interpretatie van Peter Sellars. Hij probeert daarmee de discussie over het vluchtelingenvraagstuk op gang te brengen.

Als Ivo van Hove, de scheidende directeur van het Holland Festival, zich met zijn openingsvoorstelling stelt achter de politieke boodschap die daarin heel beslist wordt uitgedragen, dan schopt hij onverwacht venijnig tegen de schenen van de gevestigde orde en de vrijwel volk-breed gedragen meningen over asielzoekers.

De voorstelling is de Griekse tragedie 'De kinderen van Herakles', die we gerust een van de zwakkere drama's van Euripides mogen noemen. De Amerikaan Peter Sellars, die de laatste tien jaar in Nederland vooral bekend is vanwege zijn opera-regies, koos al eerder voor een als vrij zwak bekend staande tragedie om een politiek standpunt in te nemen: de 'Ajax' van Sophokles, waarin hij de handeling verplaatste naar het Pentagon en de karakters transformeerde tot generaals uit de oorlog in Vietnam. Het werd gespeeld in het Holland Festival van 1990.

Ook deze keer zien we dat het 'perspectief' van het origineel een ingrijpende wijziging heeft ondergaan, terwijl tegelijkertijd de grondtoon van de voorstelling die van het origineel dicht benadert. Bij de 'Ajax' was dat de ontreddering van een legertop na de oorlog; in 'De kinderen van Herakles' is het de humaniteit van een staat in de omgang met vluchtelingen.

'De kinderen van Herakles' behoort tot het genre 'smekelingendrama', waarvan we verscheidene voorbeelden over hebben. Een smekelingendrama heeft een hoofdplot en twee nevenplots. De hoofdplot kent een groep vervolgden, die asiel komen zoeken en voor de vervolger, die weldra verschijnt, hun toevlucht zoeken op het altaar van de tempel. De vervolger, absoluut slecht, dreigt hen van het altaar te sleuren; de heersers en het volk van het land waar de vervolgden hun toevlucht hebben gezocht, absoluut goed, verhinderen dat.

In dit geval gaat het om de kinderen van Herakles. Hun vervolger is de wrede koning Eurystheus van Argos, die hun vader Herakles opdroeg zijn twaalf schier niet te volbrengen werken uit te voeren. Nu vreest hij, na Herakles' dood, de wraak van zijn kroost en tracht hen om te brengen. Onder leiding van Herakles' oude vriend Jolaos zoeken zij hulp in Athene. Voor de voorstelling die ik vorige week in Antwerpen zag, deden voor de smekelingenrol een zeventiental jonge asielzoekers, voornamelijk uit het Opvangcentrum Kapellen, mee: acht jongens op het toneel op het altaar, negen meisjes binnen in de tempel.

De eerste nevenplot heeft als thema: 'opoffering'. Er doet zich een obstakel voor, waardoor de helper belemmerd wordt in zijn hulp. In dit geval eisen de goden van koning Demophon van Athene het offer van een jonge adelijke maagd, voordat hij Eurystheus kan verslaan. De verslagenheid is groot: welke edelman zal zijn dochter afstaan zonder een burgeroorlog te ontketenen? Dan treedt Makaria, een dochter van Herakles, naar buiten en toont zich bereid om zichzelf voor het heil van de anderen op te offeren. Aldus geschiedt.

De tweede nevenplot heeft als thema: 'wraak'. Het leger van Argos wordt verslagen, Eurystheus geboeid ten tonele gevoerd. Dan komt Alkmene, de moeder van Herakles, die haar kleindochters onder haar hoede had, naar voren en eist dat Eurystheus wordt gedood. Het slot van de tragedie is waarschijnlijk verminkt door de magere overlevering van de handschriften. Het meest waarschijnlijk is dat Alkmene, onder protest van het koor van Atheners, haar zin krijgt, en dat Eurystheus de Atheners vraagt hem aan de voet van de Akropolis te begraven: zijn goede geest zal hen dan beschermen.

In de tijd waarin het stuk werd opgevoerd, woedde de Peloponnesische Oorlog en vielen de vijanden jaarlijks het land binnen om de oogst plat te branden; onder hen waren ook de nazaten van Herakles' kinderen die na Eurystheus' dood naar Argos waren teruggekeerd. Het gaf het Atheense publiek van die dagen nog meer de voldoening van zijn morele gelijk; 'De kinderen van Herakles' is immers voor alles een lofzang op de Atheense normen en waarden boven die van de vijand. In zijn regie laat Sellars de afloop van de wraakplot wat in de lucht hangen - het is ook niet essentieel voor zijn onomwonden vaststelling dat een vluchteling hoe dan ook recht heeft op bescherming, als beschaving nog iets inhoudt.

Intussen zit de toeschouwer stevig klem tussen de Griekse tragedie en Sellars' stellingname. Hij maakte de voorstelling al in 2002 voor de Ruhr-Triennale in Bottrop. De voorstelling deed onder andere al Parijs, Rome, Boston en Antwerpen aan en gaat gepaard met talrijke parallel-programma's: films en documentaires over vluchtelingen en asielzoekers, confrontaties tussen de regisseur en zijn publiek, en voorafgaande aan de voorstelling, een optreden van asielzoekers aan de ene kant en beleidsmakers aan de andere kant.

Voor Amsterdam is onder meer een optreden van de baas van het Hoge Commissariaat van de vluchtelingen (UNHCR), Ruud Lubbers, te verwachten. In Antwerpen was er sprake van een volstrekt zinloos langs elkaar heen praten van beleidsmakers, die de bekende standpunten onder woorden brachten, en drie asielzoekers, van wie twee op een gegeven moment, door emoties overmand, er het zwijgen toe moesten doen. Buitengewoon hypocriet was het betoog van de ethicus Etienne Vermeersch, die zijn vriend uit India graag een verblijfstatus toewenste, maar tegelijkertijd begreep dat de zaken anders lagen als een miljoen Indiërs de kant van België opkwamen.

Om met de tragedie te beginnen: het is een voorstelling waarbij je tenen bij tijd en wijle spontaan gaan krommen, en niet zo'n beetje ook. Neem de slachting van Makaria, een scène die bij Euripides uiteraard ontbreekt: als zij zich bereid heeft verklaard voor de goede zaak te sterven, treedt ze af en horen we verder niets meer over haar. Sellars laat de actrice, Zainab Jah, in een minutenlang durend afscheid de acht broers één voor één kussen en omarmen in zo'n onvoorstelbare hoeveelheid geween en geklaag dat ik, heel onbetamelijk, er een beetje lacherig van werd.

Merkwaardig was de slachting zelf: een esthetisch kelen met een kommetje rode verfstof, maar wel boven een plastic onderlegger, zodat ze zonder vlekken te maken daarna door broers en zusters rondgedragen kon worden. Dit lijken badinerende opmerkingen over een handeling waar wellicht oudgriekse en Afrikaanse begrafenisrituelen aan ten grondslag liggen. Maar die handeling bleef volstrekt in de lucht hangen.

En wel heel misplaatst was het 'koorlied' van Ulzhan Baibussynova, die zich begeleidt op de dombra (een soort luit) en begon te zingen van Abraham en Isaüc, toen van Jezus, om te eindigen met een strofe dat God ook nog zonder succes ons Mohammed had gestuurd.

De offerdood van een meisje uit een Griekse tragedie naast die van de Nazarener der christenen en daar vervolgens Mohammed nog even als een toefje slagroom over heen, getuigt misschien wel van veel engagement, maar niet van helderheid. Dat is des te pijnlijker, omdat Sellars' standpunten helder zijn.

Sellar wil geen onderscheid maken tussen een politieke en een economische vluchteling. Daarmee veegt hij de Geneefse Conventie van tafel, en het Europese asielbeleid. Dat is naar mijn mening terecht: na eeuwen van uitbuiting laten we op de wereldhandelsconferenties de wurgpaal in een wat vertraagd tempo doordraaien en proberen we intussen de vluchtelingen te weren. Als ik mijn kinderen zag sterven door honger en ziekte, mijn situatie volstrekt uitzichtloos was, en ik wist dat duizend of tweeduizend kilometer verderop de worsten aan de bomen groeiden, zou ik het ook wel weten.

Daarom is het appèl van Sellars aan zijn toeschouwers, hoe middle-class, welopgeleid en niet-representatief ze ook zijn, een schamele, maar nobele poging tot een andere manier van denken. Maar die andere manier is zo radicaal, dat het er voorlopig niet van zal komen. Want het gaat niet om vrijblijvend een slavenmonumentje neer te zetten in het park, maar om werkelijk delen: of je welvaart naar ginds brengen, of ze met miljoenen laten komen en evenzeer je welvaart kwijtraken. Immers, zoals de dieren nieuwe levensgebieden zoeken als de oude verloren gaan, zo zal het ook ons, tenslotte ook een soort dieren, vergaan. Niet de oorlog met een handvol islamitische fundamentalisten moeten we vrezen, maar het naderende ogenblik dat miljarden gerechtigheid komen eisen.

Sellars heeft koning Demophon vervangen door een presidente (Brenda Wehle), met haar permanentje en saaie presidente-jurk aangenaam verschrikkelijk; de gezant van Eurystheus door zo'n enge dame in chocolade mantelpak van Buitenlandse Zaken (Karen Kandel). Jan Triska als Jolaus met zwaar oost-europees accent is verrukkelijk. Zijn verjonging op het slagveld door de goden was een van de weinige werkelijk komische momenten van de voorstelling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden