Review

Kleitabletten? In Troje?

Heinrich Schliemann was een amateur-archaeoloog die als koopman een fortuin had verzameld. Nadat hij zichzelf, naast vele andere talen, nieuw- en oud-Grieks had bijgebracht, trok hij op 47-jarige leeftijd naar Griekenland en Turkije om daar te gaan graven, eerst op Ithaca, waar hij het paleis van Odysseus meende gevonden te hebben, en daarna in het Turkse Hissarlik, waar volgens zijn vaste overtuiging Troje moest liggen, de door Homerus bezongen machtige stad die na tien jaar door de Grieken werd ingenomen en vernietigd.

Schliemann ging de heuvel van Hissarlik met een dusdanige, ontembare energie te lijf, dat moderne archeologen er nu nog de bibbers van krijgen: hij haalde de verschillende lagen (er bleken een stuk of tien Troje’s boven elkaar te liggen) grondig door elkaar en hij heeft onherstelbare schade aangericht. Hij zag een veel te diepgelegen laag aan voor de stad van koning Priamos, een rijke nederzetting uit het derde millennium, minstens duizend jaar te vroeg voor de datering van de Trojaanse oorlog, en haalde daaruit zijn beroemde ’schat van Priamus’ naar boven.

Hij geloofde onvoorwaardelijk dat Homeros exact de werkelijkheid van Grieken en Trojanen had beschreven. Daarin stond hij geïsoleerd van de vakmensen van de negentiende eeuw, die de Ilias en Odyssee als puur dichterlijke fantasie beschouwden. Hij was een aartsleugenaar en iemand die met list en bedrog vele kostbare voorwerpen aan het Ottomaanse Rijk ontfutselde en naar Griekenland smokkelde.

Over deze Schliemann heeft Peter Ackroyd, een vooraanstaand Brits auteur die in zijn vorige boek het leven van Shakespeare prikkelend heeft beschreven, een roman geschreven: ’De val van Troje’.

De naam van de archeoloog heeft hij veranderd in Obermann, en dat is maar goed ook. Obermann is een fanaat die niet alleen, net als zijn alter ego, liegt en bedriegt, en die op elk moment Homerische verzen voordraagt, maar die ook niet terugdeinst voor het vervalsen en vernietigen van hem onwelgevallige opgravingsresultaten, en die probeert tegenstanders uit de weg te ruimen. Het zouden onaanvaardbare aantijgingen zijn geweest tegen de historische Schliemann.

We bezien hem vaak door de ogen van zijn jonge, Griekse vrouw Sophia die, in tegenstelling tot de Sophia van Schliemann, haar man vergezelt en meewerkt in de opgravingen. Haar liefde voor Obermann eindigt in bittere tragiek, wanneer zij merkt dat ook zij door haar echtgenoot is voorgelogen.

De motor die het verhaal voortstuwt tot dit tragische einde is een ingenieuze fantasie van Ackroyd die niets met de historische werkelijkheid van Schliemann te maken heeft.

Op een gegeven ogenblik vinden de opgravers in een nieuw ontdekte ruimte kleitabletten met inscripties. „Het zijn geen stenen. Het zijn kleitabletten. Ze zijn in een of ander groot vuur gebakken”, zegt Obermann. Binnen enkele weken arriveert Alexander Thornton van het British Museum. In een barak op het opgravingsterrein verzamelt hij de tabletten, tekent ze na en bestudeert ze met grote aandacht. Hoewel hij de inscripties niet kan ontcijferen, is hij er van overtuigd dat het geen Grieks is.

Obermann is woedend. De conclusie van Thornton zou betekenen dat de Trojanen geen met de Grieken stamverwante Europeanen waren, die volgens Homeros dezelfde goden vereren en grotendeels onmiskenbaar Griekse namen dragen. In een hevig onweer treft de bliksem (of een lucifer van Obermann) de barak, die afbrandt, waarna de regen de stenen tot modder verpulvert.

In dit apocalyptisch einde van de roman vluchten Sophia en Thornton naar Constantinopel. Maar Obermann is hen voor: hij sterft onder de hoeven van het paard van zijn voor Sophia altijd verzwegen zoon. Obermann wordt plechtig verbrand voor de poorten van ’zijn’ Troje.

In Troje zijn nooit kleitabletten gevonden. Door ze in zijn roman daar wel te leggen, geeft Ackroyd een thrillerachtige spanning aan het verhaal. Maar tegelijkertijd boet de roman in aan overtuigingskracht. Ackroyd maakt het ál te dol: Obermann is een beetje rare kwibus die zijn gezelschap gebeurtenissen uit de Ilias van Homeros laat naspelen, zijn zoon Leonid ’Telemachus’ noemt en zijn paard ’Pegasus’, en ervan overtuigd is dat de antieke goden zijn missie begunstigen. En met die kleitabletten zijn we dan wel te veel in een avontuur van Kuifje beland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden