Kleintjes zijn vooral lastig voor Royal

In de marge van het gevecht tussen de Grote Vier voeren de kleine kandidaten hun eigen strijd.

De kans dat Frédéric Nihous van de jagerspartij CPNT of Philippe de Villiers van de ’soevereinistische’ MPF komende zondag de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen zullen halen, is nihil. Samen met nog zes anderen vormen zij de petits candidats – ieder goed voor zo’n 2 procent van het electoraat.

Erg zichtbaar waren ze lange tijd niet, maar sinds twee weken profiteren zij van een gelijke verdeling van radio- en televisiezendtijd. En dus waren de karakteristieke druipsnor van andersglobalist José Bové, de sober geklede trotskiste Arlette Laguiller en de kokette Dominique Voynet van de Groenen avond aan avond te zien.

Strijd voeren ze vooral met elkaar. Zo maakte Nihous Voynet uit voor salon-ecologist en betwisten de zes kandidaten van la gauche de la gauche (het meest linkse links) elkaar onophoudelijk het leiderschap van ’anti-liberaal links’.

Maar ook al spreekt de oude schrijver-commentator Jean d’Ormesson in de krant Le Figaro over ’tuinkabouters’, ze kunnen wel een politieke factor van betekenis zijn. Dat ondervond de socialistische kandidaat Lionel Jospin in 2002. Extreem-links had zoveel stemmen bij hem weggehaald dat hij het in de eerste ronde aflegde tegen de rechts-extremist Jean-Marie Le Pen.

Het scenario van 2002 kan zich herhalen. Alles bij elkaar opgeteld is extreem-links in de peilingen nog goed voor zeker tien procent van de kiezers. Kiezers die Ségolène Royal dit jaar hard nodig heeft om de centrum-rechtse François Bayrou te verslaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden