kleinklimaat

Het Zeeuwse waterschap weet dat je de zee niet kunt vertrouwen. Eigenlijk moet je bij alle nieuwbouw hier een watertoets doen, zeggen ze.

De vader van Guiljam van der Schelde maakte als boer in Zeeland de Watersnoodramp van 1953 mee. Toen hij stopte met boeren ging hij hoog en droog in Burgh-Haamstede wonen. Maar bij elke fikse storm ging hij 's nachts nog meerdere malen uit bed om even naar buiten te kijken. Waren de straten nog droog? Hielden de dijken het nog? "Het ontzag voor het water zat er diep in", zegt Guiljam van der Schelde. "Dat heb je als je hier woont."

Van der Schelde staat even buiten Breskens in Zeeuws-Vlaanderen op de dijk en hapt in een boterham met kaas. Hij is opgeleid als ingenieur en werkt als 'afdelingshoofd waterkeringen' bij het waterschap Scheldestromen. Naast hem staat Bert de Smet, ook ingenieur en lid van het dagelijks bestuur van het waterschap. Gevraagd of de zee voor hem als Zeeuw een vriend of een vijand is, antwoordt hij stellig: een vriend. "Ik kom alle seizoenen aan zee. En ook voor alle inkomsten die we ervan hebben, met toerisme en scheepvaart, is de zee voor ons een vriend. Maar het is wel een gevaarlijke vriend. Je moet hem niet onderschatten. In de zomer is het prachtig, maar bij een klein stormpje zijn de krachten al enorm." Daar schuin aan de overkant, wijst De Smet, worden bij Westkapelle bij een storm basaltblokken van duizenden kilo's zwaar door de kracht van het water zó op de dijk gesmeten.

De dijk bij Breskens waarop we nu staan is zonder te overdrijven enorm te noemen. En hij wordt nog groter en zwaarder. In de verte krioelen vrachtwagens en graafmachines door elkaar. Ze doen wat ze doen omdat dit stuk van de Zeeuwse kust is aangemerkt als zwakke schakel: niet in staat tot het weerstaan van een superstorm die eens in de vierduizend jaar voorkomt. Ter vergelijking: de storm die vader Van der Schelde in 1953 meemaakte (en die 1836 mensen het leven kostte) komt gemiddeld eens per 250 jaar voor.

Een toekomstige superstorm levert extra gevaar op, omdat tegelijkertijd de zeespiegel stijgt. Tegen het jaar 2100 zal het water, door het veranderende klimaat, 80 centimeter hoger staan dan nu. "Dat is een sluipmoordenaar", zegt Bert de Smet, en hij spreekt dat grote woord uit zonder een spoortje van overdrijving. "Die zeespiegelstijging, daar merk je van dag tot dag niks van. Dat is een gevaar voor de bewustwording."

De ingenieurs geven het grif toe: als zij zelf 's ochtends opstaan is het peil van de zeespiegel ook niet het eerste waaraan ze denken. De gemiddelde Zeeuw, merken de waterschapsmannen op voorlichtingsavonden, is niet erg bezig met de vraag of de dijk hoog en sterk genoeg is om een superstorm bij een hogere zee te weerstaan. Als Van der Schelde en De Smet vertellen over kustversterking krijgen zij steevast de vraag of boven op de vernieuwde dijk wel weer een fietspad komt. En dan met voldoende bankjes graag. Van der Schelde: "Het vertrouwen in het waterschap is heel groot. De mensen gaan ervan uit dat wij het allemaal goed regelen."

In hun werk, zegt De Smet terwijl hij wijst naar Van der Schelde, is de eerste prioriteit de huidige dijken goed onderhouden. Maar daarna komt de toekomst in het vizier. En dan moet je aan meer denken dan de dijk alleen. Als de zee een stuk hoger komt te staan, moet je ook zorgen voor nieuwe evacuatieplannen en nadenken over de manier waarop je het land achter de dijken inricht. "Je kunt niet alles opnieuw bouwen. Maar een vitale functie zoals het verdeelstation voor het hoogspanningsnet staat nu in Goes, op het laagste punt van Zeeland. Daar zou je in de toekomst beter een andere locatie voor kunnen kiezen. Hetzelfde geldt voor Dow Chemical in Terneuzen, dat ligt pal aan de Westerschelde. Bij een overstroming dreigt daar een ramp zoals in Fukushima." In Middelburg, vult Guiljam van der Schelde aan, waren plannen om een nieuw ziekenhuis te bouwen, op een heel laaggelegen punt. Uiteindelijk ging het plan niet door, en bezien met de blik van een waterschapsman is dat maar goed ook. Het waterschap kan bij dit soort nieuwbouwplannen wel opmerkingen maken, maar een officiële stem in de besluitvorming heeft het niet. De Smet: "Eigenlijk zou je bij alle nieuwbouw in dit gebied een watertoets moeten doen. Dat je bijvoorbeeld kijkt of bij nieuwe huizen de vitale functies niet in de kelder zijn gepland."

Mensen wonen graag op een mooi plekje. Dicht bij de dijk, of in de uiterwaard van een rivier. De Smet: "Dat zal in de toekomst waarschijnlijk niet altijd meer kunnen, omdat dat te gevaarlijk is."

Guiljam van der Schelde knikt. Hij kijkt peinzend voor zich uit. Mogelijke overstromingen, zegt hij dan, zijn niet het enige probleem waarvoor een stijgende zee zorgt. Een hogere zeespiegel zorgt namelijk ook voor meer zoute kwel, waardoor het grondwater en water in sloten meer verzilt. Dat water wordt dan ongeschikt om landbouwgewassen (Zeeland kent veel fruitteelt) mee te beregenen. Van der Schelde: "De klimaatverandering zal ook voor langere periodes van droogte zorgen, dan heeft de landbouw het water hard nodig. We moeten hier dus ook nadenken over de vraag hoe we zoet water kunnen bufferen." Eigenlijk, zegt Van der Schelde, zit niemand te wachten op een hogere stand van de zee. "Alleen de vissers denken: hoe meer water, hoe beter."

Muren met waterkerende functie

Een dijk is een bult die het water tegenhoudt. Maar, zeggen ze in Zeeland, dat betekent niet dat je die bult de bult moet laten en verder niks mee kunt doen. Op verschillende plaatsen langs de Zeeuwse kust zijn hotels op en in de dijk gebouwd. Hotel Arion in Vlissingen is al jarenlang een voorbeeld, en bij Zoutelande komt een hotel dat er uit gaat zien als een met helmgras beplante duintop met daarin tien appartementen. Is dat geen gevaarlijke verzwakking van de dijk? Niet noodzakelijkerwijs, zegt Bert de Smet van het waterschap Scheldestromen. "Een object in een dijk brengt altijd een risico met zich mee. Maar dat risico kun je weer beperken door bijvoorbeeld de muren van een parkeergarage van zo'n hotel een waterkerende functie te geven. Zo proberen we ons landje leuk te maken en tegelijk veilig te houden."

In Parijs wordt eind dit jaar gepraat over een strenger VN-klimaatverdrag. Wat merken we in Nederland van de weersveranderingen, en hoe bereiden we ons voor op wat komen gaat? Slot van een serie: het waterschap kijkt verder dan de dijken alleen.

Een gevaarlijke vriend

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden