kleinklimaat Dr. Firelady wil de brand voor zijn

De kans op natuurbranden neemt toe. Daar kunnen we ons nu al op voorbereiden, zegt bodemkundige Cathelijne Stoof.

Ooit was het land ermee bepokt maar van alle Nederlandse brandtorens staat nog hooguit een handjevol overeind. De hele Veluwe, toch geen klein gebied, telt er nog welgeteld een. Niet dat die nog dienst doet, want de gevaren van natuurbranden worden nu met vliegtuigjes vanuit de lucht in de gaten gehouden.

Voor het ontstaan van een natuurbrand, weet bodemkundige en natuurbrandonderzoeker Cathelijne Stoof van Wageningen Universiteit, heb je drie ingrediënten nodig: een risicovol klimaat (lees: droogte), brandstof (bomen en struiken die in de fik kunnen vliegen) en een ontsteking - waarvoor in verreweg de meeste gevallen de mens verantwoordelijk is.

Cathelijne Stoof weet alles over natuurbranden. Op Twitter heet ze dr. Firelady. We lopen over het Rozendaalse veld, een heidegebied bij Rheden. Onze bestemming: de laatste brandtoren van de Veluwe. De voet daarvan, of nog liever de top, zou een uitgelezen locatie zijn voor een gesprek over het gevaar van natuurbranden.

Als de klimaatverandering doorzet, krijgen we langere periodes van warm droog weer. En ja, zegt Stoof, dan neemt de kans op natuurbranden toe. Al hangt het risico erg af van de duur en de timing van zo'n droge periode. Haar intonatie verraadt ervaring met colleges geven als Stoof vraagt: in welke periode van het jaar is het risico van een natuurbrand het grootst? De leek denkt dan: in augustus, op het hoogtepunt van de zomer. Nee, glimlacht Cathelijne Stoof geduldig. Gevaar is er vooral in het voorjaar, aan het begin van het groeiseizoen. Dan zijn de sapstroom van de vegetatie en de bladgroei nog niet op gang gekomen en is de omgeving relatief droog. Een brand zou zich snel verspreiden. Maar ook in droge tijden is er niet zomaar brand. Elk vuur is het gevolg van een vonk.

De Veluwse brandtoren staat bekend als een baken in de omgeving. Toch laat die zich niet zo een, twee, drie vinden. Vanaf wat de dichtstbijzijnde parkeerplaats zou moeten zijn is het weliswaar luttele minuten lopen naar een prachtig uitzicht, maar dat stipje aan de horizon lijkt toch meer op een kerktoren. Cathelijne Stoof neemt het uitzicht in zich op. Haar blik glijdt langs de verschillende tinten in het heuvelachtige landschap. "Zie je die lichtgroene en bruine kleuren? Wat zou dat zijn? Ik denk dat daar stukken heide zijn afgebrand in het recente verleden. Als ik zo'n kale plek zie, denk ik: dat is vast een burn scar."

Vanuit de verte nadert een groepje scholieren met hun docent, die het gebied goed lijkt te kennen. Cathelijne Stoof schiet hem aan. Is hier de afgelopen jaren brand geweest en zien we daar nu de sporen van? De man schudt zijn hoofd. Die verkleuring lijkt hem eerder het gevolg van afplaggen dan van heidebrand. En de brandtoren? Ja, die weet hij wel, dat is een kilometer of anderhalf de andere kant op.

Of een natuurbrand per se erg is? "Dat ligt eraan vanuit welk perspectief je kijkt", zegt Stoof als we ons hebben omgedraaid en verder lopen. "Je hebt de natuur, de mens en de economie. Voor de natuur is een brand niet altijd erg. Het ligt eraan hoe heet de brand is en hoe lang die op dezelfde plek woedt. Als de bodem nog vochtig is, gaat de hitte niet diep de grond in en zal de natuur zich prima herstellen. Voor mensen is vuur evident gevaarlijk. En economisch is de schade van een natuurbrand vaak ook groot. Denk maar aan wat het kost om een snelweg tijdelijk af te sluiten of om beschadigde gebouwen te herstellen."

Brullend monster

Zonder het te weten, blijken we op een historische dag op een historische plek te lopen. Hier op het Rozendaalse veld woedde op deze dag in 1976 een van de grootste natuurbranden uit de Nederlandse geschiedenis. Wat begon als een kleine brand groeide volgens ooggetuigen al snel uit tot 'een brullend, vuurspuwend monster dat zich door niets en niemand laat tegenhouden'. De snelweg A12 en wegen rond Arnhem worden afgesloten. Campings worden ontruimd. De brandweer doet wat ze kan, krijgt hulp van boeren en militairen, maar het zware materieel heeft moeite met de mulle ondergrond. Bijna vierhonderd hectare natuur (en een brandweertankwagen met de mobilofooncodenaam Tanja) gaat verloren.

"We weten dat het klimaat verandert", zegt Cathelijne Stoof. "Daar hebben we goede data over." En dus kunnen brandbestrijders alvast inspelen op vaker voorkomende natuurbranden. Naar Amerikaans voorbeeld, weet Stoof, kent Nederland sinds 2013 een hand crew. Dit speciale brandweerteam is gestationeerd in Dedemsvaart, Den Ham en Nijverdal in Overijssel. Bij een natuurbrand kan het team (als extra versterking) door heel Nederland worden ingezet. De brandweermensen hebben speciale pakken en zijn uitgerust met bijlen, harken en waterrugzakken.

Opklimmend vuur

Cathelijne Stoof onderbreekt zichzelf als het geklingel van een fietsbel klinkt. Een ouder Vlaams echtpaar vraagt ons de weg naar de brandtoren. Stoof lacht een hartelijke lach. Want tja, waar die toren toch staat? Nadenken over de bestrijding (repressie) van brand is een ding, vervolgt Stoof. Het voorkomen ervan, preventie, is minstens zo belangrijk. Je kunt natuurbranden voorkomen of beperken door het landschap anders in te richten. Het is een kwestie van het beheren van de brandstoffen in het bos. Brand begint op de grond maar eenmaal in de boomtoppen wordt het een probleem. Het is dus zaak het 'laddereffect' van opklimmend vuur te voorkomen, door lage begroeiing weg te halen. Of: plant in plaats van een naaldbos liever een loofbos, dat is veel minder gevoelig voor brand. En deel natuurgebieden op in compartimenten met brandgangen ertussen. Dat vertraagt een loopvuur en schept ruimte voor veiligere bestrijding. Daar staat tegenover dat vliegvuur (gloeiende deeltjes die als brandende regen in de wijde omtrek kunnen neerkomen) zich door niets of niemand laat stoppen.

Uit de verte klinkt geroep. Het Vlaamse echtpaar heeft de brandtoren ontdekt. Stoof fotografeert het bouwwerk met haar telefoon. Zo'n toren, zegt ze als ze de steile ladder naar de eerste omloop heeft beklommen, is nu typisch een symbool van repressie. Het heeft - nu ja, had - zijn functie in de brandbestrijding. "Maar minstens zo belangrijk is preventie. We moeten ons ervan bewust worden dat Nederland niet alleen bedreigd wordt door overstromingen maar ook door natuurbranden. En dan is voorkomen veel goedkoper dan bestrijden."

Schade aan bossen door storm of brand is volstrekt normaal. Maar, ontdekten onderzoekers uit Wenen, Wageningen en Joensuu (Finland), die schade is de afgelopen 40 jaar steeds groter geworden. Tussen 2002 en 2010 ging jaarlijks 56 miljoen kubieke meter hout verloren, schreven zij vorig jaar in Nature Climate Change. De onderzoekers schatten dat dit de komende twintig jaar elk jaar met 1 miljoen kubieke meter hout zal toenemen. De oorzaak is volgens de onderzoekers de klimaatverandering. Want in modelsimulaties met een stabiel klimaat namen zij geen toename van schade aan bossen waar. Vooral in Spanje en Portugal brengen bosbranden steeds meer schade toe.

Schade wordt groter

De brandtoren op het Rozendaalse Veld werd gebouwd in 1949. Toen vanaf 1978 het opsporen van bosbranden werd overgenomen door vliegtuigen raakte de toren buiten gebruik. In 1989 werd een stichting opgericht die de toren voor sloop behoedde en liet restaureren. De toren is 34 meter hoog en staat op het hoogste punt van de Veluwe (110 meter boven NAP).

De laatste brandtoren

Cathelijne Stoof: 'Voor de natuur is een brand niet altijd erg. Als de bodem vochtig is en de hitte niet te diep de grond ingaat, zal de natuur zich prima herstellen.'

In Parijs wordt eind dit jaar gepraat over een strenger VN-klimaatverdrag. Wat merken we in Nederland van de weersveranderingen, en hoe bereiden we ons voor op wat komen gaat? Deel vijf van een serie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden