Kleinkinderen willen weten wat opa in de oorlog deed

Het vrijheidsdefilé bij hotel Wageningen Beeld ANP

De Vereniging voor Kinderen van Verzetsdeelnemers 1940-1945 jubileert vandaag. Ook kleinkinderen van Nederlanders die in het verzet zaten, sluiten zich aan. ‘Ik wil het verhaal doorgeven.’

Het is bijna 75 jaar geleden dat in Nederland de bevrijding van de Duitse bezetters begon. Voor de Vereniging Kinderen van Verzetsdeelnemers 1940-1945 (KvV) geen reden om zich op te heffen, al is het niet altijd gemakkelijk nieuwe jonge bestuursleden te vinden, zegt voorzitter Henk Mreijen, zelf 73 jaar oud. Er sluiten zich nu ook kleinkinderen van verzetsmensen bij zijn vereniging aan, vertelt hij. Het geeft hoop voor de toekomst, al is daar nog geen nieuwe jonge voorzitter bij.

Vandaag viert de KvV haar 30-jarig jubileum in Nunspeet. Onder de ruim tweehonderd leden tussen de 37 en honderd jaar oud, zitten nu zo’n twintig kleinkinderen. Mreijen: “Ook zij hebben behoefte om elkaar te spreken over wat opa of oma in de oorlog deed.”

Mensen sluiten zich bij zijn vereniging aan om twee redenen, zegt Mreijen: trots of een trauma. “Helaas zijn er nog mensen die psychische problemen hebben vanwege het oorlogsverleden. Dat werkt door in de familie, soms tot in de derde generatie.”

Mreijen: “Wij bieden als vereniging een platform waarin deze mensen hun verhalen kunnen delen en elkaar kunnen ontmoeten. We hebben een hechte vaste kern trouwe leden. Er zijn ook regionale lotgenotenbijeenkomsten. We pretenderen niet hulpverleners te zijn, maar we kennen wel de weg naar hulp, als dat nodig is.”

Beeld KvV

Stichting 1940-1945

De KvV heeft nauwe contacten met de Stichting 1940-1945, vertelt directeur Josine Oost, die vandaag op het jubileum aanwezig is. Haar stichting behandelt al sinds de oorlog aanvragen van oorlogsgetroffenen die een uitkering willen. “Deze mensen horen vaak tot onze cliënten.”

Het verzetsverleden kan een grote stempel op het gezin drukken, weet ook zij. “Soms is er ook helemaal niet meer over die verzetsdaden in het gezin gesproken na de oorlog. Of een vader is opgepakt en vermoord, maar de achterblijvende weduwe weet niet eens waarom precies. Dat kan moeilijk zijn voor nabestaanden. Ook speelt soms de vraag: waarom heeft deze ouder zoveel risico genomen terwijl hij of zij kleine kinderen had?”

Leden van de KvV zitten vooral vaak met vragen over wat er nu precies is gebeurd in de oorlog, merkt zij. Haar stichting beschikt over een uitgebreid archief van oorlogsgetroffenen, waarin veel te vinden is over het verzetswerk. Oost: “Een gesloten archief, maar directe familieleden kunnen soms wel informatie krijgen.”

Irene Rutte-Hermsen Beeld x

Soms praat het gemakkelijker met een kleinkind

Irene Rutte-Hermsen (55), uit Velsen-Noord:

“Als kleinkind van een opa en oma die actief waren in het verzet, ving ik van jongs af aan flarden op van wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Al waren die verhalen incompleet, ik had mijn opa en oma altijd heel hoog zitten vanwege hun verzetswerk. Mijn opa, Albertus Roelof Gooijer, heb ik zelf niet gekend. Hij is in de Tweede Wereldoorlog omgekomen. Mijn oma, Jeltje Jans Gooijer–Haantjes, kende ik wel goed, zij overleed toen ik eindexamen deed. Ze vertelde mij soms dingen uit de oorlog die ze mijn moeder nooit heeft verteld. Tegen mijn moeder zweeg ze vooral over wat er was gebeurd. Moeilijk. Dat is bij meer kleinkinderen zo, blijkt, soms praat het gemakkelijker met een kleinkind.”

Trouwfoto van Albertus Roelof Gooijer en Jeltje Jans Haantjes, opa en oma van Irene Rutte-Hermsen. Beeld x

In 2002 ging ik met mijn moeder mee naar een bijeenkomst van de Vereniging Kinderen van Verzetsdeelnemers 1940-1945. Mijn moeder was al lid vanaf 1999, ik wilde zien wat dat voor bijeenkomst was. Ik was verbaasd hoezeer het me beviel. Op school heb ik in de geschiedenisles wel eens iets verteld over mijn grootouders, maar daar blijft het dan toch bij. In deze vereniging gaat het daar écht over. Ik voel me in die groep opgenomen, warm.”

Ik heb nu een completer beeld over mijn grootouders,mede dankzij de hulp van mijn man die erg in de oorlog geïnteresseerd is. Ze woonden in Delft. Mijn oma bracht baby’s naar veilige adressen, ze zat in een verzetsgroep. Nadat mijn moeder in januari 1942 werd geboren, was dat makkelijker om te doen. Mijn moeder bleef dan als baby bij de dokter. De baby die naar een veilig onderkomen moest, ging in de kinderwagen mee. Mijn opa is met de trein naar een werkkamp in Reineckersdorf Duitsland gebracht. Het was ontdekt dat hij Joden had geholpen met onderduiken. Hij is overleden in het kamp op 3 juli 1942.”

Martine Letterie Beeld X

Ik wil het verhaal van mijn opa doorgeven

Martine Letterie (60), uit Vorden:

“Als kinderboekenschrijfster nodigde de Vereniging Kinderen van Verzetsdeelnemers 1940-1945 mij in 2008 uit om iets over mijn boek ‘Oorlog zonder vader’ te vertellen. Het klikte meteen. Ik ben lid geworden. De geschiedenis van deze club sprak me aan. Vaak is tegen kinderen na de oorlog gezegd: ‘Ach, jij was nog zo klein, je hebt van die oorlog niks meegekregen’. Maar ik weet dat het heel anders kan zijn: dat kinderen veel mee krijgen. Dat kan tot trauma leiden, hun leven beïnvloeden en later dat van hun (klein)kinderen. Ik ben zelf een kleinkind van Martinus Letterie, een verzetsman, vermoord in Neuengamme. Ik ben naar hem vernoemd. Mijn vader roept altijd dat hij een hele leuke jeugd heeft gehad, geen last van trauma’s. Maar de oorlog heeft hem wel degelijk beïnvloed, zie ik.

Martinus Letterie, opa van Martine Letterie. Beeld X

“Kort voordat mijn opa werd weggevoerd door de Duitsers zei hij tegen mijn vader: ‘Als er ooit iets met mij gebeurt, moet jij voor je moeder zorgen’. Mijn vader was toen negen jaar. Mijn opa voorvoelde dat het mis zou kunnen gaan, vanwege zijn verzetswerk. Mijn vader heeft die verantwoordelijkheid genomen. Hij is 87 en nog altijd bezig met de oorlog. Hij praat en leest erover.

“Ik voel de verantwoordelijkheid om het verhaal van mijn opa en de oorlog door te geven; hoe ingrijpend het is als de rechtsstaat verdwijnt, wat er gebeurt als je je niet verzet. Die thema’s verwerk ik in mijn boeken. Ik ben naast KvV-lid ook voorzitter van de Stichting Vriendenkring Neuengamme, dat doe ik ook voor mijn vader en mijn grootvader. Wij kleinkinderen moeten het stokje overnemen.”

Lees ook

Verzetskinderen: ‘Wij konden nooit iets presteren omdat mijn ouders het altijd beter hadden gedaan.’ Na afloop van de Tweede Wereldoorlog bleef de strijd bij mensen die actief waren in het verzet thuis nog voelbaar. Ook voor hun kinderen.

Wat als er geen grootouders meer zijn om over de oorlog vertellen? Nederland herdenkt jaarlijks dan wel de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, maar de generatie die hem heeft meegemaakt sterft uit. Moet het ons zorgen baren dat de herinneringen verdwijnen, of het roer omgooien?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden