COLUMN

Kleingeld is voor mijn vader dus ook belangrijk

Beeld Trea van Vliet

Mijn vader gaat voor het grote geld. Hij is continu bezig met offertes voor duwboten en sleepboten en kijkt daarbij niet op een miljoentje meer of minder. Het grote geld, daarover verbaas ik mij niet meer. Wat me dan weer wel verbaast, is dat het kleine geld voor mijn vader net zo belangrijk blijkt als het grote geld.

“ Wat ben je aan het doen pap?” vraag ik als ik hem bel.

“Ik zit mijn geld te tellen”, ­antwoordt hij.

Negenentwintig euro en vijftig cent heeft hij.

Ik moet even denken.

Het beetje geld dat hij heeft staat op de bankrekening die zijn bewindvoerder voor hem beheert. Contant geld heeft hij maar zelden, dus welk geld zit hij dan te tellen? Omdat ik geen zin heb in een gesprek over geld laat ik het onderwerp gaan.

Als ik de week erna op bezoek kom, zit hij alweer zijn geld te tellen.

Op het bijzettafeltje schuift hij muntstukken heen en weer, vandaag staat de teller op dertig euro en twintig cent.

“Hoe kom je daaraan, pap?” vraag ik terwijl ik mijn jas uittrek.

Mijn vader vertelt dat hij elke dinsdag, als hij naar fysiotherapie gaat, taxigeld meekrijgt. En dat hij elke dinsdag het wisselgeld stiekem in eigen zak steekt. Hij wrijft in zijn handen van genoegen. “Zeventig cent per week. Daar kan ik leuke dingetjes van doen”, zegt hij tevreden.

Die fysiotherapie is voor m’n vaders rugpijn. Iedere week fietst hij in Middelburg een kwartier onder begeleiding op een hometrainer en na afloop drinkt hij koffie met medecliënten. Ik vond het geweldig dat hij dit ging doen: beweging, geen rugpijn meer, eropuit, socializen, een boel vliegen in een klap.

Maar eerlijk gezegd had het me al verwonderd dat mijn vader zo enthousiast was over iets dat niets met boten te maken heeft.

Ik ga op zijn bed zitten, kijk naar mijn geld tellende vader en realiseer me dat kleingeld voor mijn vader dus ook belangrijk is.

Ik vraag of hij zin heeft om iets te gaan drinken. Ik trakteer, zeg ik erbij. Mijn vader bergt zijn eurootjes zorgvuldig op in een sigarenkistje dat hij in de la van zijn nachtkastje legt. Daar haalt hij ook een kraslot uit. Hij heeft 2 euro gewonnen en wil even gaan cashen.

“Het is de moeite”, zeg ik.

“Zeker wel”, zegt m’n vader.

Had ik kunnen weten.

Ik mag bij de sigarenboer eigenlijk niet parkeren en zeg tegen m’n vader dat ik in de auto wel op hem wacht. Ik open zijn portier en kijk toe hoe hij naar de winkel strompelt, zijn gezicht afgewend van de wind en de regen.

Op naar de twee eurootjes.

En ik weet niet goed waarom, maar ineens word ik hier zo verdrietig van.

Journalist en schrijfster Trea van Vliet schrijft over haar vader, die verblijft in een woonvorm voor psychiatrisch patiënten in Zeeland. Lees meer in het dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden