Kleinere klassen, dat zou pas een oplossing zijn

Een hoger salaris alleen is niet genoeg om het vak van leraar weer aantrekkelijk te maken. Maar de klassen vooral kleiner, want de leraar is te druk.

Binnenkort moet Minister Plasterk zijn plannen voor het onderwijs ontvouwen. Hij staat voor een zware taak: lerarensalarissen verhogen, het lerarentekort pareren. Hij moet nog melden waar hij het geld vandaan wil halen. Maar met een hoger salaris is hij er nog niet: ook de kwaliteit van het onderwijs moet beter, en er moet dringend iets gebeuren aan de doorstroming van kinderen uit lagere milieus.

Misschien moet de minister zich dit eens afvragen: hoe komt het dat leerkrachten dagelijks kampen met het akelige gevoel tekort te schieten tegenover de leerlingen en hun (veeleisende) ouders? Hoe komt het dat het taal- en rekenonderwijs in het gedrang is gekomen? Meer dan leerkrachten al doen kunnen ze echt niet opbrengen.

De oplossing is zo logisch: maak de klassen kleiner.

Het probleem is dat de maatschappij steeds meer taken op het bordje van het onderwijs heeft gelegd, zonder te beseffen hoe dat allemaal geregeld moet worden. De leerkrachten moeten rekening houden met de verschillen tussen de inviduele leerlingen. Dat verwachten ook de ouders. Leerkrachten moeten hun kennis op het gebied van taal en rekenen gedegen overbrengen, en tegelijkertijd moeten ze zorgvuldig omgaan met alle individuele leerlingen èn ze moeten de emotionele intelligentie van de leerlingen ontwikkelen, met alles wat daarbij hoort.

Leerkrachten geven meer ruimte aan de talenten van kinderen dan voorheen en houden rekening met het tempo waarin ze zich ontwikkelen. Klassikaal lesgeven is daardoor bijna niet meer mogelijk. Die verschillen tussen leerlingen blijken heel groot te zijn. Het leesonderwijs in groep 3 is daar een goed voorbeeld van. Steeds meer leerlingen kunnen al lezen voordat ze in groep 3 komen, maar ook steeds meer leerlingen blijken er grote moeite mee te hebben. Bij hen valt het kwartje pas later, of ze blijken dyslexie te hebben.

Dat is nog maar één van de serieuze gebruiksaanwijzingen waar leerkrachten tegenwoordig rekening mee moeten houden. Ik heb het onderzoek zelf verricht op de basisschool van mijn dochter.

De speciale programma’s voor de hoogbegaafden moeten klaarliggen, de aanpak van de adhd-ers moet bekend zijn, de omgang met ’nieuwe tijdskinderen’ vergt een speciale benadering, het autisme-spectrum verdient aandacht, de dyscalculie heeft een apart programma. En steeds meer ouders klagen terecht dat hun gemiddelde kind, waar niks speciaals mee is, ook aandacht wil!

Dan zijn er nog de verschillende leerstijlen waar bij voorkeur rekening mee gehouden moet worden. Ook de thuissituatie vergt soms wat extra emotionele opvang op school (bij scheidingen bijvoorbeeld). Dat doen die leerkrachten tegenwoordig allemaal. Zelfs met voedelsallergieën houden ze rekening. De lessen moeten het liefst in de vorm van leuke projecten. Belangrijke taak van de school is tegenwoordig ook het bespreekbaar maken van normen en waarden (democratisch burgerschap), lessen te geven waarin sociale vaardigheden centraal staan, iets te doen aan geloof en spiritualiteit, aandacht te hebben voor voeding en gezondheid, creatieve activiteiten te organiseren en sportlessen te geven. Trouwens, docenten hebben ook nog een signaleringsfunctie als het gaat om kindermishandeling, of – om nog maar iets nieuws te noemen – moslimradicalisering.

Dat doen leerkrachten allemaal, onder hoge werkdruk tegen een niet passend salaris. Vroeger deden ze dat allemaal niet. Ze gaven klassikaal leesonderwijs en iedereen viel in slaap als die ene trage lezer de beurt kreeg, inclusief de juf. Vroeger had mijn juf meer leerlingen in de klas dan nu, maar haar taak was stukken overzichtelijker.

Volgens Gronings onderzoek – het ‘GION-onderzoek’ – zouden kleinere klassen alleen maar helpen in groep 3 (Trouw, 11 oktober). Ik betwijfel het. Wat wil de maatschappij van het onderwijs? Er ligt veel op het bordje van de leerkrachten. Maar minder taken aan de school toebedelen willen ouders en maatschappij niet. Dus is het nodig om te kijken hoe scholen al die taken moeten aanpakken en wie dat moet doen. Naast kleinere klassen is er nog meer nodig: beter gekwalificeerde leerkrachten met onderwijsassistenten, in combinatie met afwisseling van werkvormen en groepsgrootte.

Dat is meteen nog een taakje voor minister Plasterk erbij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden