Opinie

Kleine school moet zelf proberen het tij te keren

null Beeld ANP
Beeld ANP

Scholen worden kleiner en zijn soms gedwongen te sluiten. Zij zouden intensiever kunnen samenwerken, of zelfs fuseren.

Alle basisscholen krijgen de komende jaren te maken met een daling van het aantal leerlingen. Gemeenten en schoolbesturen beseffen dat vaak onvoldoende. Ze nemen te laat maatregelen door bijvoorbeeld in­tensiever te gaan samenwerken of te fuseren­­. Daardoor staat het dorp op zijn kop als de laatste school dicht moet. De tekortschietende wet­­geving is daar debet aan.

De komende tien jaar daalt het aantal leerlingen in het basisonderwijs met 140.000, ofwel zeven procent, zo blijkt uit recent onderzoek van het Sectorbestuur Onderwijs­arbeidsmarkt (SBO). De situatie is bijzonder nijpend in de drie noordelijke provincies en in Gelderland, Limburg en Zeeland. Daar is sprake van een daling van twaalf procent.

De huidige wet bepaalt dat scholen minimaal 23 leerlingen moeten hebben. Als ze onder dat aantal belanden, moeten ze de deuren sluiten. Er is tegenwoordig een uitzondering hierop. Het is toegestaan om tot 21 leerlingen te zakken, mits de kwaliteit van het onderwijs goed is, en als er zicht is op groei. Dat kan bijvoorbeeld worden afgemeten aan het aantal geboortes in een dorp.

Dit is een slechte ontwikkeling. De ondergrens van 23 kinderen stimuleert niet tot het nemen van maatregelen, zoals het onderzoeken van een fusie. Op deze te kleine scholen hebben leerlingen te weinig leeftijdsgenootjes. Ze kunnen zich niet aan elkaar optrekken, samen toetsen maken en controleren. Kleuters hebben bijna niemand om mee te spelen.

Bovendien staan de leraren voor de schier onmogelijke taak om goed onderwijs­­ te bieden. Ze moeten veel schakelen tussen de verschillende niveaus­­ en kunnen weinig klassikaal doen. Kleuters willen spelen, liedjes zingen. De bovenbouw vindt dat niets en verveelt zich. Daardoor komen­­ de jongere kinderen weer onder druk te staan.

Het is essentieel dat gemeenten en schoolbesturen al in actie komen als het aantal leerlingen onder de 45 dreigt te zakken. De leerlingen kunnen dan nog in drie groepen van elk vijftien kinderen werken. Dan heb je gemiddeld vijf kinderen per leerjaar, wat beter onderwijs oplevert. Dit maakt de schooltijd plezierig voor leerlingen en leraren.

Bovendien is er dan nog tijd om het dorp voor te bereiden op het misschien wel onvermijdelijke moment dat een school dicht moet. Dat vergt wel een andere mentaliteit van schoolbesturen en gemeenten, want in veel krimpende gemeenten geldt het motto 'ieder voor zich'. Men probeert elkaar vliegen af te vangen om zoveel mogelijk leerlingen binnen te halen. Zo is het cruciaal welke school de buitenschoolse opvang krijgt: heb je die eenmaal in huis, dan stromen de leerlingen vanzelf binnen. Tussen christelijke en openbare scholen is samenwerking soms lastig.

Dit valt niet te billijken. In dorpen waar binnen tien jaar scholen onder de 45 leerlingen dreigen te zakken, moet nu al worden onderzocht of een fusie of andere vorm van samenwerking mogelijk is, om te voorkomen dat er straks helemaal geen school meer is. Door nu al hierover te praten met ouders en leerkrachten, voorkomen schoolbesturen dat een fusie op een later tijdstip verzet oplevert en dat het dorp een knauw krijgt. Een opstap naar een fusie is het gezamenlijk organiseren van bijvoorbeeld een sportdag of een toneelvoorstelling­­.

Sluiting van een school is geen ongeluk maar het sluitstuk van een langlopend proces. Het heeft geen zin je hoofd in het zand te steken. Als gemeenten en schoolbesturen niets doen, loopt het sowieso slecht af. Met veel pijn voor de bevolking en veel weerstand. De enige manier om dat te voorkomen, is de realiteit te erkennen en in actie te komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden