Kleine moeite om de telefoon op te nemen

Doorwerken tijdens de vakantie is in opmars. Volgens recent onderzoek zou bereikbaarheid vaak een plicht zijn geworden, en stress opleveren. Maar in de praktijk lijkt het nog steeds een eigen keuze. Over vergaderen vanaf je vakantieadres en werkafspraken maken vanaf de zeilboot.

Wiebe Draijer, de roerganger van McKinsey in Amsterdam, is drie weken met vakantie, zegt zijn secretaresse. Aan adviesbureau McKinsey kleeft een zekere glamour; de romantiek van ’lange werkweken maken’ en een ’heel eigen bedrijfscultuur’.

„Hij is met vakantie, dus hij is niet te bereiken”, voegt de secretaresse eraan toe. „Natuurlijk zal ie weleens contact opnemen, maar de stelregel hier is toch: als je op vakantie bent, dan ben je op vakantie. Hij belt zo ongeveer eens per week, om te horen of er nog bijzonderheden zijn. Het is wel eens voorgekomen dat wij hem hebben moeten bellen. Maar niet vaak. Deze vakantie is dat bijvoorbeeld nog niet gebeurd.”

Aart Strijland, personeelsman van ICT-bedrijf Triple P, is niet met vakantie. Hij las deze week met ingehouden verbazing het bericht over een onderzoek van Ernst & Young naar de, kennelijk oprukkende, bereikbaarheidsdwang tijdens vakanties. Zou het werkelijk zo erg zijn, dacht hij toen.

„Wij hebben duidelijke regels wanneer je op vakantie gaat: je stelt je mailprogramma zo in dat iedereen die jou mailt, een automatische boodschap krijgt dat je op vakantie bent, en welke collega er nu te bellen is. Je spreekt op je voicemail een boodschap met dezelfde strekking in. Dan pas ga je op vakantie. Incidenteel zal het best voorkomen dat een collega tijdens de vakantie even ergens voor gepolst moet worden door een andere collega, maar dat is hoge uitzondering. Geluiden dat mensen vinden dat hun vakantie de soep in draait omdat ze bereikbaar moeten zijn, of omdat ze zo vaak gebeld worden, die heb ik werkelijk nog nooit gehoord.”

Strijland vat de uitkomst van het E & Y-onderzoek daarmee een tikje kort door de bocht samen, maar het onderzoek wijst wel die richting uit. Ruim zes van de tien hoger opgeleiden zou, dankzij mobiele telefoon en e-mail, tijdens de vakantie voor de werkgever bereikbaar blijven – en bijna een kwart zou dat doen op verzoek van de werkgever. Rond de 17 procent ondervindt er ’psychische gevolgen/stress’ van dat ze continu bereikbaar moeten zijn, en 1 procent heeft dat zelfs in sterke mate. De percentages schommelen een beetje naar gelang de sector (industrie, handel, overheid/non-profit, dienstverlening), maar niet sterk. De gevoeligste naturen blijken bij overheid en in de non-profitsector te zitten, want daar vindt 3 procent het stressvol om permanent bereikbaar te moeten zijn.

Nee, dan Jo Warnier, 45 en senior business development manager bij Ernst & Young. Hij is met vakantie. Zijn hele gezin is paardengek, dus in hun vakantie staan paarden centraal. Vanmiddag zijn ze onderweg naar paardenvrienden in Noord-Limburg: kijken hoe het met hun paarden gaat. Verre reizen maken de Warniers tijdens hun vakantie niet, maar wel rijden ze met de paarden in een trailer vanuit woonplaats Maastricht naar de Belgische Ardennen en gaan daar uit rijden.

Tegelijk is Warnier voor zijn werk volop bereikbaar. Neemt hij z’n laptop mee op het paard, om ook daar z’n e-mail te kunnen lezen? Dat is een tikkeltje ouderwetse vraag, corrigeert hij minzaam: e-mail lees je tegenwoordig niet noodzakelijk op zo’n grote laptop. Hij lees zijn mail op de blackberry, een handcomputer waarmee je ook kunt bellen – en sms’en natuurlijk.

Neem nou vanochtend, Warniers eerste vakantieochtend. Er waren een stuk of tien mailtjes. Hij heeft ze even snel doorgekeken, maar er was niks bij dat directe actie eiste. „Vanavond scroll ik er nog wel even doorheen. Dat is een halfuurtje werk. Nee, dat vindt mijn gezin helemaal niet erg. Die hebben ook hun eigen besognes. Maar ik doe zoiets natuurlijk niet tijdens het eten. Dan zou het storen in het vakantiegevoel.”

Vanochtend kwam er ook een telefoontje: of hij even een uurtje kon meedoen aan een conference call, een telefonische vergadering. Waarover dan? „Het ging over een klantenaanpak. Daar moesten een paar knopen over worden doorgehakt.” Hij denkt niet dat beslissingen zonder zijn input totaal anders zouden uitpakken; dat hij ook tijdens vakanties meepraat doet hij in elk geval niet uit de vrees dat het anders fout gaat.

Warnier vindt het he-le-maal niet bezwaarlijk om ook tijdens zijn vakantie bereikbaar te zijn. „Ik doe dat niet omdat het van het bedrijf moet, maar omdat ik zelf die verantwoordelijkheid voel. Ik vind dus zelf dat het moet. Nee, dat voelt niet als een druk. Het voelt als een vorm van waardering, als je ook tijdens vakanties wordt geraadpleegd. Het betekent dat jouw mening op prijs gesteld wordt. Maar, ik ga ook weer niet zelf naar de zaak opbellen.”

Alle vrijetijdswetenschappers van de Universiteit van Tilburg, waar die veelgehoonde studierichting in voorraad is, zijn op het moment met vakantie. Maar bij Psychologie is prof. dr. A. Vingerhoets er wel. Hij houdt namelijk niet zo van vakantie. „Ik ga bijna nooit op vakantie. Niet in de zin van lange reizen naar verre landen. We gaan een paar dagen naar Zeeland en Ameland. Maar ik ben sowieso een vrij moeilijk figuur. Ik heb geen mobiele telefoon. Maar áls ik op vakantie ben, kijk ik wel elke paar dagen naar m’n e-mail.”

De stressdeskundige Vingerhoets is sceptisch over het Ernst & Young-onderzoek. Vooral waar het gaat om die veronderstelde stress. Vingerhoets: „Je moet eerst heel precies definiëren wat je ’stress’ noemt; dat laat je niet over aan de ondervraagden, zoals hier is gebeurd. Iedereen die op vakantie gaat, maakt namelijk iets mee dat ’anders dan anders’ is. Je kunt ongelukken krijgen, of ruzie met je reisgenoten. Vervelend, maar ook buiten de vakantie kan dat gebeuren. De stress van bereikbaar moeten zijn valt vermoedelijk nogal mee – mensen vinden het denkelijk niet leuk. Maar het lijkt me erg overdreven om van ’stress’ of zelfs ’psychische problemen’ te spreken.”

Henk Kool is wethouder in Den Haag, maar deze week is hij in Friesland aan het zeilen. Het verhindert hem niet om zijn mobiele telefoon al na twee keer rinkelen op te nemen. Niks voicemail. „Daar ben ik veel te nieuwsgierig voor”, zegt hij. „De telefoon is vandaag tweemaal gegaan. Dat was de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, die probeerde een afspraak te maken voor na de vakantie. Met alle wethouders van de grote steden. Zo’n vergadering bij elkaar krijgen is een heel werk. In theorie zou ik m’n voicemail ook aan kunnen hebben en die eenmaal per dag afluisteren. Maar die jongen van de VNG gaat morgen op vakantie, dus dan had het maken van die afspraak een paar weken moeten wachten. Dus is het maar goed dat ik de telefoon opnam. En zo erg is dat toch niet?”

Eerder in de week maakte Kool vanaf de Fluessen werkafspraken met mensen die zelf ook op vakantie waren, in Spanje. „Die denken er blijkbaar ook zo over.” Hij krijgt vier, vijf telefoontjes per dag, schat hij – meer dan een kwartier zal het toch niet kosten. Een laptop heeft hij op de boot niet bij zich: „Dat gaat me te ver. Maar als ik in een café een computer zie staan, dan kijk ik wel even. En volgende week ga ik naar vrienden in Boekarest die een computer hebben; ik weet zeker dat ik dan ook m’n mail bekijk. En het nieuws.” In een politieke functie zoals de zijne, vindt Kool, kun je het niet maken om niet bereikbaar te zijn. „Omdat er iets ernstigs kan gebeuren. Onbereikbaar zijn, fietsen in de Dolomieten zoals ooit Marjanne Sint, dat kon in 1991, toen met de WAO-crisis, al niet meer. In de politiek moet je blijven opletten, anders ben je zomaar zelf weg.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden