Review

Kleine kroketten worden groot

De Rotterdamse dichter Vaandrager was een junk. Sommige fans vinden dat feit boeiender dan zijn poëzie. Daarmee doen ze de dichter Vaandrager schromelijk te kort.

Twee vrienden van mij, L. en P., delen een driekamerflat in de onooglijke Amsterdamse wijk Geuzenveld en proberen nog iets van hun leven te maken door voor te wenden dat ze dichters zijn en broeden op een meesterwerk dat de Nederlandse literatuur op haar grondvesten zal doen schudden. Dat boek komt er natuurlijk niet, omdat de twee meestentijds laveloos van Duvel-bier stomme televisieprogramma’s zitten te kijken, in plaats van aan hun schrijftafel te werken aan messcherpe observaties over een leven aan de zelfkant.

Want dat willen ze, schrijven over de zelfkant, net als hun held Cornelis Bastiaan Vaandrager (1935-1992) die op 25-jarige leeftijd overtuigend debuteerde met de roman ’Leve Joop Massaker’ en zich als dichter allereerst manifesteerde als lid van een bent die verder werd gevormd door Armando, Hans Sleutelaar en Hans Verhagen.

Dit kwartet was onder meer de drijvende kracht achter het baanbrekende literaire tijdschrift gard sivik (dat spelden ze zonder hoofdletters).

In 1961 debuteerde Vaandrager met de in kleine oplage verschenen dichtbundel ’Met andere ogen’. Die vroege poëzie zou hij later verafschuwen, omdat hij zich steeds meer zou gaan toeleggen op uiterst uitgebeende taal, maar toch was ik als lezer aangedaan door het talent dat Vaandrager in die premature regels aan de dag legde: „Cirkelzagen minderen vaart, maar zagen nog / wat er te zagen valt, de zachte hand / die hun vaart wilde minderen.”

Ook zes jaar later, in de bundel ’Gedichten’, publiceerde Vaandrager poëzie die nog kakelvers oogt: „Ik kwam gek uit de hoek. / Ik struikelde over mijn woorden. / Ik zei maar wat. / Ik wist niet wat ik moest zeggen. / Ik zei niks. / Ik sloot me aan bij de vorige spreker.” Maar de bundel staat vooral vol met op het oog empathie-arme vaststellingen als: „Verkoopster: Zal ik het prijsje er afhalen? / Klant: Nee, laat u het prijsje er maar opzitten”. Of: „De kroketten in het restaurant / zijn aan de kleine kant.”

De kracht van die welbekende oneliner, door menig leraar Nederland giechelend aan de klas voorgelezen om de les poëzie mee te beginnen, zie je overigens pas als je het gehele drieluik ’Made in Madurodam’ leest. Het eerste deel gaat zo: „Wat gebeurde er met / reserve-luitenant Maduro? // Hij offerde zijn leven (1916-1945) / voor het vaderland.” Deel twee is dan die „De kroketten in het restaurant / zijn aan de kleine kant.” En het laatste deel: „De uitgang heeft vertrouwde afmetingen.”

Vaandrager was niet alleen een dichter, hij was ook een junk die menig kamer die hij bewoonde in de fik liet vliegen, vrienden en geliefden op de bek sloeg, herhaaldelijk trachtte zichzelf van het leven te beroven en met steeds groter enthousiasme vuilnis in zijn huis opstapelde.

Maar wat mij tegen de borst stuit is dat Vaandrager, zoals door mijn vrienden in Geuzenveld, een heldenstatus krijgt toebedeeld enkel omwille van die levensstijl. Dat is een daad van onderschatting, want de man was werkelijk een dichter. Een gebruikende dichter, maar een dichter. Zoals dus in dat ’Made in Madurodam’, waar het leven van de op 29-jarige leeftijd in Dachau overleden verzetsheld George Maduro middels het expliciet vermelden van zijn geboorte- en sterftejaar wordt gereduceerd tot acht cijfers op een rij, waarna zijn levensoffer voor het vaderland als schraal en nietig overkomt. Vooral omdat naar Maduro, als dank voor zijn verdiensten, een pietepeuterig pretpark werd vernoemd.

Aangenomen dat de schriele kroketten in deel 2 daadwerkelijk in de kantine van Madurodam zijn genuttigd, kan de uitgang met de ’vertrouwde afmetingen’ beschouwd worden als een wens van de dichter om Nederland te ontvluchten, een klein land dat grote helden op petieterige wijze eert.

Het is mooi dat Vaandragers gedichten onlangs zijn verschenen, zorgvuldig bezorgd en van een nawoord voorzien door Martin Bril en Hans Sleutelaar, onder de titel ’Made in Rotterdam’, verwijzend naar de stad waar hij bijna zijn hele leven lang woonde. De verzamelbundel is in stemmig schreefloze letters vormgegeven door Michaël Snitker en zal ongetwijfeld slecht verkopen, zoals destijds het werk van deze onbegrepen poète maudit na verschijning rechtstreeks naar De Slegte kon worden vervoerd.

Als je alle gedichten van Vaandrager chronologisch achter elkaar leest, zie je de aftakeling zich voor je ogen voltrekken. De prachtige regels die ik hierboven citeerde, veranderen gaandeweg de tijd in fonetisch gespelde junkoverpeinzingen: „Scheetje late, shotje zette.../an werk is an werk... werkse.”

Maar ook in die uit het vuilnis geviste woordopeenvolgingen, is schoonheid te ontdekken. Zoals het hieronder afgedrukte hele korte gedicht ’Huize’ uit de in 1987 verschenen bundel ’Metalon’. Zes woorden en wat interpunctie waar je naar kunt blijven kijken. Zo klein. Zo groot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden