Kleine Grand Tour naar Istanbul (3)

De kerk biedt de meest glansrijke aanblik, overweldigend voor diegenen die hem voor zich zien, en niet te bevatten voor diegenen die erover horen vertellen. In hoogte rijst hij op naar de hemel zelf en overstijgt de hem omringende huizen als een schip dat ertussen voor anker ging, aldus de stad sierend. Hij is van een onbeschrijfelijke schoonheid, zowel in omvang als in de harmonie van zijn maatvoering.'


Zo beschreef Prokopius, chroniqueur van Constantinopel, veertien eeuwen geleden de Haghia Sophia, de kerk van de Heilige Wijsheid, die keizer Justinianus op 26 december 537 inwijdde, een feest van glanzend marmer, goud en zilver onder een machtige, zestig meter hoge koepel, een kerk die duizend jaar lang het grootste religieuze bouwwerk van de wereld zou zijn.


Jim en ik zagen hem donker, bescheiden uitgelicht liggen vanaf de overzijde van de Galatabrug; veel meer licht werd geworpen op de grote moskeeën, de Sultanahmet en de Suleymani, die de sultans later, geïnspireerd op de Haghia Sophia lieten bouwen.


In nachtelijk Istanbul is de Haghia Sophia als een uitgedoofd hemellichaam, een zwarte ster, de tegenpool van de stralende fosforescerende zon die hij in de Middeleeuwen was geweest.


In de ochtend stapten we uit de tram, die ons vanuit Pera over de brug naar de oude stad had gebracht en keken tegen de hoge oude muur van het Topkapi-paleis aan, passeerden de Sublieme Poort, symbool voor de Ottomaanse regering, en liepen langzaam opklimmend toe op die uitgedoofde kerk, die 470 jaar lang ook als moskee had dienstgedaan, tot hij uiteindelijk, in 1935, museum werd.


Druk was het niet, integendeel. Het toerisme in de stad is ingestort, de staat van het land na reeksen van aanslagen instabiel en onvoorspelbaar. We passeerden een metaaldetector, kochten kaartjes en betraden het gebouw. Meteen al maakte zich vervoering van me meester, op die bijna vloeibare marmeren vloeren, gepolijst onder miljoenen voeten, een vervoering die werd getemperd bij de blik in het interieur; een deel van de kerk was voor restauratiewerk aan het oog onttrokken, via steigers en witte schuttingen, die de ruimtelijke ervaring beperkten. Maar dan nog.


In al zijn dode somberte, zijn Ottomaans geel gepleisterde wanden, zijn fragmenten van mozaïeken, zijn grote medaillons met kalligrafieën van Allah en zijn profeet, is het bouwwerk nog steeds een weergaloos melancholieke getuige van een glorieus verleden.


We hadden de koepelruimte betreden via de hoge keizerlijke deuren, ooit met zilver bekleed, nu met brons, van hout dat volgens de legende van de Ark van Noach kwam, en zagen groepjes bezoekers onder de ringen van laaghangend zacht kroonluchterlicht. Hoog in het gewelf een Moeder met Kind, goud-omgeven. Daarboven die koepel, die met een gouden ketting zou neerhangen uit de hemel, geschraagd door vier formidabele zuilen, en verrijkt met halfkoepels, die de grote koepel zijn grandioze, hoogtorende aanzien geven.


Boven, op de galerij, na een passage van een marmeren deur, troffen we een half bewaard mozaïek aan, waarin alle weemoed van Byzantium samen leek te komen; een aangedane Christus, een bedrukte Maria, een gekwelde Johannes. Ze zagen het aankomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden