Kleine Grand Tour naar Istanbul (2)

Regenachtig en grijs was het toen Jim en ik voor de aankomsthal van Atatürk International Airport op ons hotelbusje stonden te wachten, pal voor een glanzende hoge gedenksteen waarop de tientallen slachtoffers van de aanslag van juni vorig jaar werden herdacht.


Ons hotel lag vlakbij het Taksimplein, dat in 2010 doelwit van een aanslag was geweest en in 2013 toneel van heftige demonstraties tegen de Erdoganregering.


Het was al avond, we brachten onze koffers naar onze kamer op de zesde verdieping en maakten een eerste verkenning over het grote ruime plein, waaroverheen een koude wind vlaagde. In de leegte stond hier en daar een karretje met gepofte kastanjes, er wapperde een grote Turkse vlag. We haastten ons de meer beschutte winkelstraat in die Istiklal Caddesi heet ('Onafhankelijkheidsstraat') en die het hart vormt van de wijk die in de negentiende eeuw onder laat-Ottomaanse, Europese architectuur is opgekomen. De panden zijn (voornaamheid suggererend) neergezet in een mix van neo-klassiek, neo-barok, art nouveau- of art-decostijlen.


'Pera' heette de wijk toen, door het water van de Gouden Hoorn gescheiden van de oude stad. En omdat Frans hier toen nog het meest gesproken werd heette de Istiklal nog 'Grande Rue de Péra'. Parijse allure werd gezocht, tot in de van de Grande Rue aftakkende, overdekte passages van het type zoals Walter Benjamin die van Parijs zou beschrijven - als monumenten van een metafysisch voorbijgaan. Naast warenhuizen en patisserieën regen zich destijds buitenlandse ambassades aaneen - Constantinopel was nog hoofdstad van het Ottomaanse Rijk, dat in zijn nadagen verkeerde.


Ook Istiklal was vorig jaar maart toneel van een bloedige aanslag - de stad begon voor mijn zoon en mij de contouren te krijgen van een slordig geruimd mijnenveld.


"We moeten drukke plaatsen mijden", zei Jim, met lichte ironie het reisadvies van Buitenlandse Zaken en dat van zijn moeder citerend, en waarachtig, de winkelstraat gaf met al zijn politiepresentie naast half gecamoufleerde mannen met machinepistolen en pantserwagens voor grote winkels en consulaten (voorheen de ambassades) weinig gevoel van veiligheid.


Ook het Nederlands consulaat, gehuisvest in een mooi, wat terugliggend paleisje, werd zwaar bewaakt, al was dat nog bescheiden vergeleken met de Russen; daar stond voor het beveiligingspersoneel een complete, geblindeerde autobus.


Istanbul. Altijd roerig. We daalden via nauwer wordende straatjes af, tot we de brug bereikten, de Galatabrug, de brug waarover Geert Mak schreef, de brug over de Gouden Hoorn, die Pera verbindt met de oude stad, die nu voor het eerst tegen de donkere avondhemel voor me oprees in dat weergaloze silhouet van koepels en minaretten.


Zachtroze en donker, daar aan de overkant, de Aya Sofia. Iets voor het allereerst zien, iets waarvan je de roem en de beelden al je halve leven kent, dat blijft iets machtigs en ontroerends. En de Aya Sofia is zo'n glansstuk in de menselijke beschaving, ja, vergelijkbaar met het Parthenon.


Maar het was al wat later in de avond en ik moest een bezoek aan de kerk, de moskee, het museum nog even uitstellen. Nog even uitstellen tot morgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden