Kleine gemeenten laten wet Bibob links liggen

(\N)

De Wet Bibob stelt bestuurders in staat malafide ondernemers te weren. Amsterdam veegde zo De Wallen schoon. Maar kleine gemeenten vinden zo’n zwaar instrument niet nodig om dubieuze vergunningaanvragen te toetsen.

’Wij kunnen u meedelen, dat wij bij de inwerkingtreding van de Wet Bibob hebben besloten aan deze wet geen uitvoering te geven’. Was getekend: het college van b. en w. van de gemeente Appingedam.

De 12.000 inwoners tellende gemeente is bepaald niet de enige die aan Trouw en Binnenlands Bestuur laat weten dat ze er niet aan begint om ondernemers op integriteit te toetsen. ’We hebben het nog niet nodig gehad. Bibob is overbodig’, schrijft de gemeente Nieuwerkerk aan de IJssel op het enquêteformulier. ’Niet erg relevant voor een kleine gemeente’, oordeelt Nederlek. En Smallingerland ’beoordeelt op eigen wijze’ of een vergunning wordt verleend.

Wie de 441 mondelinge en schriftelijke reacties op de enquête bestudeert, begrijpt beter waarom kleinere gemeenten nauwelijks gebruik maken van het screeningsinstrument dat in 2003 in het leven is geroepen. Bibob geldt als een zwaar middel dat veel tijd kost en veel kennis vereist. ’Zo’n zwaar instrument is niet nodig om dubieuze aanvragen te weren’, meldt Beesel. Het beeld dringt zich op van een uzi die in handen van een kleuter is gedrukt. Kleine gemeenten vragen zich af: wat moeten we hiermee?

„Wij hebben zonder Bibob ook wel voldoende informatie over de mensen die hier een vergunning aanvragen”, zegt Robert Lanting, jurist van de gemeente Vlieland. Ons kent ons in een dorp. „We zijn een beetje slapend wat Bibob betreft”, zeggen ze in Wassenaar. „We hebben vijf cafés en die zitten er al jaren”. Die kroegbazen hoeven dus niet ineens onder de loep te worden genomen. Coffeeshops en prostitutiebedrijven zijn er vaak niet in de kleinere plaatsen. „We hébben die criminaliteit niet, of we herkennen het niet”, zo formuleert een Heemskerkse ambtenaar het. En als een kleine gemeente dan toch recht in de leer is en de wet van stal haalt, geeft dat al snel scheve gezichten. „De burger heeft doorgaans het gevoel dat hij verdacht is als een vragenlijst moet worden ingevuld”, klinkt het. „Het wil nog weleens worden opgevat als een motie van wantrouwen vanuit de gemeente.”

In Schouwen-Duiveland liep het in 2007 uit de hand. Toenmalig burgemeester Jack Asselbergs werd ernstig bedreigd en werd vier maanden lang bewaakt door de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging na het weigeren van een horecavergunning op grond van Bibob.

De kleinschaligheid zit veel gemeenten nog op tal van andere manieren danig in de weg. In de enquête klagen ze steen en been dat ze de vereiste expertise niet in huis hebben, vooral op financieel gebied en het ’herkennen van verdachte situaties’. Dat gebrek aan kennis is soms heel basaal: ’Als een sportschool antwoordt dat deze het geld van de leden krijgt, dan houdt het voor ons op’, schrijft Wijchen.

En omdat die kleine gemeenten vrijwel nooit een Bibob-toets doen, doen ze ook geen ervaring op. „Dus als het dan toch een keer moet, is het een vrij grote klus”, analyseert Waterland. En dan is het nog maar de vraag of het wat oplevert. „We hebben 51 Bibob-formulieren uitgedeeld en het heeft tot niks geleid”, moppert een ambtenaar in Oosterhout. „Die energie hadden we ook in twee of drie écht stinkende zaakjes kunnen steken.”

Kortom, zo is de teneur van de meeste reacties, de Wet Bibob is makkelijker gezegd dan gedaan. Knelpunten rond de wet? „De uitvoerbaarheid voor kleine gemeenten”, antwoordt Haarlemmerliede & Spaarnwoude.

Toch leven er ook meer principiële bezwaren bij gemeenten tegen het inzetten van het Bibob-instrumentarium. Werkendam wijdt er een hele brief aan. ’De Wet Bibob is geen instrument dat bij gemeenten thuis hoort’, betoogt de 26.000 zielen tellende gemeente. Vergunningen zijn in het leven geroepen om te toetsen op vakbekwaamheid, op milieuaspecten, op hygiëne – ’maar niet om onderzoek te doen naar iemands handel en wandel’. Die taak moet bij de Kamer van Koophandel en de Belastingdienst liggen, vindt Werkendam. Gemert-Bakel constateert dat gemeenten zich ’te veel op het terrein van politie en justitie begeven’.

Bij alle klachten is er, ook onder kleine gemeenten, wel oog voor het preventieve effect van de wet. Nagenoeg elke gemeente heeft ervaren dat dubieuze ondernemers hun vergunningaanvraag intrekken als ze met een Bibob-vragenlijst worden geconfronteerd. Het grotere Tilburg heeft het zelfs uitgerekend: 40 procent van degenen die zo’n vragenlijst krijgen, komt nooit meer terug, wordt buiten behandeling gesteld of krijgt een weigering. „Dat cijfer is al jaren constant. We hadden gedacht dat het wel zou dalen omdat die mensen uitwijken naar andere gemeenten. Maar kennelijk worden er steeds nieuwe zetbaasjes ingezet”, concludeert Bibob-coördinator Joep van Meijl.

Toch beseft eenieder dat kwaadwillenden hun toevlucht kunnen zoeken in die gemeenten die amper screenen. ’De Wet Bibob moet in kleine en middelgrote gemeenten voornamelijk vanuit preventief oogpunt worden ingezet, om te voorkomen dat ze een toevluchtsoord worden voor de georganiseerde criminaliteit’, schrijft Tim Harte namens de gemeente Heerhugowaard.

Dit waterbed-effect is voor veel gemeenten een punt van zorg. „Wij hadden altijd de illusie: dit gaat ons straatje voorbij in het zo keurige Amstelveen. Maar hier hebben inmiddels een paar liquidaties plaatsgevonden en langzaam maar zeker sijpelt het besef door dat bepaalde mensen vanuit Amsterdam hier hun heil kunnen zoeken. Sinds april zijn we actiever met Bibob”, vertelt de juridische medewerker van de aan Amsterdam grenzende gemeente.

„Wij hebben het ook al meerdere keren meegemaakt dat een ondernemer in een andere gemeente tegen de lamp is gelopen en het dan maar bij ons komt proberen”, vertelt Naima Azouagh van de gemeente Lelystad. Dat ze ontdekte dat de betrokkenen ondernemers een geschiedenis hadden, was min of meer toeval: „Naast gegevens uit de aanvraag maak ik ook veelvuldig gebruik van openbare bronnen zoals Google en Hyves, en je hoort wel eens wat.”

Formeel mogen gemeenten nauwelijks Bibob-informatie uitwisselen. Maar het gebeurt wel, zo wordt duidelijk uit de tientallen gesprekken met gemeenteambtenaren. „We krijgen hier soms vage aanvragen van mensen die in Rotterdam blijken te zijn geweigerd. Dan bellen we eens wat rond en informeel krijgen we de belastende informatie dan heus wel door, bijvoorbeeld via de politie”, vertelt een ambtenaar van een kleine gemeente nabij Rotterdam.

Een landelijke database van malafide ondernemers zou uitkomst kunnen bieden, constateren meerdere gemeenten. Zo’n register is in de maak, liet minister Ter Horst eind vorig jaar weten.

Via een op te richten netwerk van RIEC’s (regionale informatie- en expertisecentra) moet de officiële informatie-uitwisseling tussen gemeenten verder versoepeld worden, zo is het idee. In de praktijk hebben veel gemeenten hun eigen onderlinge kanalen al lang geopend. Bibob-ambtenaar Oostendorp van de gemeente Amersfoort: „Aan de adresgegevens van een kandidaat kunnen we soms zien dat hij elders geen voet aan de grond heeft gekregen. Dan wisselen we weleens collegiaal ervaringen uit, bijvoorbeeld met Amsterdam, en dan horen we dat iemand is geweigerd. Dat is ook openbaar volgens mij. Het Landelijk Bureau schakelen we niet in, daar moet je zóveel informatie leveren, de kosten dekken de baten niet. Je kunt zo’n ondernemer beter zelf afknellen met vergunningen, elk jaar een boekenonderzoek en zo”.

Gemeenten, zo blijkt, weten vaak niet wat hun bevoegdheden zijn. ’Wat kan en mag er allemaal door de gemeente onderzocht worden?’, komt de vraag uit Veenendaal. En de gemeente Onderbanken: ’Waar ligt de grens ten aanzien van privacygevoelige informatie? Hoe ver moet je gaan?’

In fysiek opzicht houdt het vaak op aan de landsgrens, heeft menig gemeente al moeten ervaren. „We kunnen maar tot aan de grens, en dan zit je. Volgens mij vraagt geen enkele gemeente zelf informatie op in het buitenland”, zegt de juridisch medewerkster in Lelystad. Bibob-onderzoeken lopen maar al te vaak dood – of lopen ernstige vertraging op – in ondoorzichtige administraties over de grens. En niet alleen in obscure voormalige Sovjetrepubliekjes. ’Als grensgemeente hebben we regelmatig te maken met ’Belgische’ aanvragers. De praktijk leert dat het inwinnen van informatie door het Landelijk Bureau bij Belgische instanties matig succesvol is’, heeft de gemeente Hulst ondervonden.

De kwaliteit van de adviezen die het Landelijk Bureau levert laat, wat menig gemeente betreft, soms te wensen over. Den Helder: „Het advies wat we kregen, kwam te laat, het rammelde aan alle kanten en was dus niet houdbaar bij de rechter. Politie en belastingdienst waren onvoldoende geraadpleegd door het Landelijk Bureau. Toen hebben wij de Belastingdienst zelf maar gevraagd of de Fiod niet een onderzoek kon instellen”, vertelt een ambtenaar.

„Wij maken mee dat ons eigen verhaal gewoon wordt overgenomen door het Landelijk Bureau en dat er verder niets aan is toegevoegd”, vertelt Yvonne van Batenburg van de gemeente Schiedam. Leeuwarden meldt zelfs onomwonden te zijn afgehaakt vanwege een ’onbruikbaar’ eerste advies van het Landelijk Bureau. Daarbij komt nog dat gemeenten amper kunnen controleren wat Den Haag aanlevert, maar als het advies niet deugd is het wel de gemeente die onderuit gaat bij de rechter – met alle financiële en juridische gevolgen van dien. Dat zit veel gemeenten dwars, blijkt uit de antwoorden.

De reeks problemen waar gemeenten in de praktijk mee worstelen, is schier oneindig. Welke informatie mag worden doorgespeeld? Welke vergunningsvoorwaarden kun je opleggen als er een advies van ’enig gevaar’ ligt? Hoe kom je aan de juiste informatie over een franchise-nemer bij ketenbedrijven als McDonalds? De administratieve rompslomp is zowel voor gemeenten als voor de ondernemers buiten proportie, is een veelgehoorde klacht. En de gemeente moet ’bijna strafrechtelijk bewijs’ leveren terwijl ze daar niet voor is uitgerust.

Rest de vraag waarom de eerder genoemde gemeente Appingedam al bij voorbaat, bij invoering van de wet, besloot dat dit middel niet voor haar was bestemd. „De problematiek van de georganiseerde criminaliteit is voor zo’n kleine gemeente in het noorden van het land niet relevant”, zegt juridisch medewerker Wim Havinga. „We zijn niet verplicht om de wet toe te passen, dacht ik. Toch? Of wel...?”

In kleinere plaatsen is het eenvoudiger om met vergunning een café te beginnen dan in grote steden. (FOTO WERRY CRONE, TROUW)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden