Kleine boeren halen betere oogst met Nederlandse zaden

Nieuwe index moedigt grote zaadbedrijven aan zich meer te richten op arme landen

Hebben kleine boeren in Afrika, Azië en Latijns-Amerika iets aan grote westerse zaadbedrijven als Syngenta, Monsanto en aan Nederlandse firma's als East-West Seed en Rijk Zwaan? En als ze er iets aan hebben, aan welke bedrijven hebben zij dan het meest?

Ingewikkelde vragen waar de Access to Seeds Foundation vandaag een antwoord op probeert te geven. De stichting, die financiële steun krijgt van twee Nederlandse ministeries en de Bill and Melinda Gates Foundation, presenteert drie ranglijsten die aangeven welke zaadbedrijven het meest doen om de productiviteit van kleine boeren in arme landen te vergroten. Het Nederlandse East-West Seed haalde op twee van de drie lijsten met afstand de hoogste scores.

De meeste westerse firma's zijn nog niet lang actief in de arme landen. Ze doen er nog weinig, in vergelijking met hun activiteiten elders en gezien de omvang van de bevolking in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Ze zouden veel meer kunnen doen, denken de onderzoekers.

Maar hun aanwezigheid is nu al belangrijk. Hun zaden leveren vaak drie tot vijf keer meer opbrengst op dan de zaden die de arme boeren meestal gebruiken. Dat biedt perspectief nu de verwachting is dat de bevolking in arme landen sterk zal groeien.

De onderzoekers beoordeelden zeven grote bedrijven die zaden leveren voor veldgewassen zoals rijst, mais en aardappels (zoals het Amerikaanse Monsanto en het Zwitserse Syngenta) en veertien bedrijven die groentezaden leveren en veredelen. Van die veertien komen er vier uit Nederland - Nederland is vanouds sterk in groentezaden. Ook maakten de onderzoekers een ranglijst van zeventien, meestal lokale bedrijven, die zaden leveren in Oost-Afrika.

Doorslaggevend was of het verbeteren van de productie van arme boeren tot de bedrijfspolitiek behoort en of de bedrijven dat uitdragen. De onderzoekers keken of de bedrijven strikt vasthouden aan hun patenten en of zij redelijke prijzen rekenen aan arme boeren.

Ze probeerden na te gaan of arme boeren zijn gebaat bij de research van de zaadbedrijven en of die zich bezighouden met het verbeteren van zaden van lokale gewassen. Ook wogen ze mee of bedrijven contacten hebben met arme boeren (meestal niet). Al die gegevens - plus een serie andere - wogen mee in het eindoordeel.

Dat het van oorsprong Nederlandse East-West Seed hoog scoorde, is niet verbazingwekkend. Simon Groot richtte het bedrijf eind jaren tachtig op met als expliciet doel de productiviteit van boeren in Zuidoost-Azië te vergroten. Hij werkte veel met lokale agrariërs en gaf hen ook adviezen. Zijn bedrijf, waar hij nu president-commisaris van is, werd ook actief in Oost-Afrika.

East-West is, volgens de onderzoekers, een van de weinige bedrijven die geld stoppen in verbetering van lokale groentes. Ook levert het zaden in kleine hoeveelheden als boeren dat wensen en geeft het ze adviezen zodat ze hun teeltmethoden verbeteren.

Volgens de onderzoekers richten de leveranciers van zaden voor veldgewassen zich vooral op (het verbeteren van) mais en rijst. Het Amerikaanse DupontPioneer kreeg in die sector de hoogste score. Het Zwitserse Syngenta, dat binnenkort in Chinese handen komt, eindigde als tweede. Een aan Syngenta verbonden stichting zorgde er onder meer voor dat 230.000 boeren in Tanzania, Kenia en Rwanda zich verzekerden tegen extreme weersomstandigheden. Zaadbedijven stellen zich in arme landen, wat anders op dan in rijke, merkten de onderzoekers. In rijke landen verbieden zaadbedrijven hun klanten soms om zaden te hergebruiken. In de arme landen zijn ze daar minder streng in.

Bij de leveranciers van groentezaden eindigde het Nederlandse Rijk Zwaan op de vijfde plek. Het bedrijf zorgde er onder meer voor dat de Caribische meloen langer houdbaar blijft.

De onderzoekers baseerden zich op openbare informatie van de betrokken bedrijven (jaarverslagen, websites) en op antwoorden op vragenlijsten. Ze willen hun onderzoek herhalen.

Succesvol bedrijf met kleine boeren als klant

East-West Seed werd eind jaren tachtig opgericht door de Nederlander Simon Groot, die daarvoor zaden verhandelde voor Sluis & Groot. Hij richte zich expliciet op kleine boeren in Zuidoost-Azië hoewel hem dat door vakgenoten werd ontraden omdat er aan die boeren niets te verdienen zou zijn. Zijn bedrijf telt inmiddels 4000 werknemers.

In september vorig jaar zei Groot tegen Trouw: "Het is een lang proces, een product ontwikkelen, tuinders vinden. Dan op sleutelplaatsen goede proeven doen, demonstraties geven. Daar komen met wat geluk vijftig boeren op af, die geef je een flesje cola en die kijken een halve dag rond. 'Maar bij jullie is het toch anders', zeggen ze. En dan willen ze het alleen op een klein stukje grond uitproberen. Er mislukt wel eens wat... Voor je het weet ben je weer jaren verder. Gelukkig had ik mensen om mij heen die zeiden dat ik op de goede weg zat."

De andere Nederlandse bedrijven die in het onderzoek van Access to Seeds voorkomen zijn Rijk Zwaan, Enza Zaden, Bejo en Pop Vriend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden