Review

Kleine Bartoli triomfeert als grootse Norma

Cecilia Bartoli, Balthasar-Neumann-Chor und Ensemble en andere solisten olv Thomas Hengelbrock met ’Norma’ van Vincenzo Bellini op 1 juli in het Konzerthaus Dortmund.

Velen zullen geen cent hebben gegeven voor het ’experiment’ dat de kleine Italiaanse diva Cecilia Bartoli met het zingen van de enorme titelrol in Bellini’s ’Norma’ (1831) aanging. Maar zie daar: in het volgepakte Konzerthaus Dortmund applaudisseerden en juichten de verbaasde toeschouwers donderdagavond ruim een kwartier voor haar zangtechnische en dramatische prestaties. Die logen er niet om en Bartoli logenstrafte met overtuiging de consensus onder ’kenners’ dat Norma slechts voorbehouden is aan sopraankanonnen à la Maria Callas.

Twee keer slechts trad Bartoli in Dortmund als Norma op, en ook dinsdag beleefde zij volgens de Duitse pers – ondanks een enkele boe – een ware triomf. De Frankfurter Allgemeine repte van een ’stupend gemeisterte Wagnis’ en dichtte Bartoli het vermogen toe om het belcanto uit de sfeer van louter siergezang te verlossen en het terug te voeren naar wat Bellini bedoeld moet hebben: verfijnd vocalisme dat aan iedere trilling van de ziel subtiel uitdrukking geeft. Grote woorden, maar ze zijn alleen maar te beamen.

Iedereen roept altijd dat de belcanto-renaissance met Callas begonnen is. Niet waar! Ook diva’s als Gina Cigna en Rosa Ponselle zongen Norma al. Maar net als Callas hadden zij grote stemmen, stemmen die gewend waren om de dramatiek van Verdi aan te kunnen. De zangers voor wie Bellini schreef, kenden Verdi natuurlijk nog niet, en Bartoli beweert dat zijn muziek dan ook veel lichter geklonken moet hebben, vanwege de andere aard van de stemmen toen.

Feit is dat in Bellini’s opera de drie hoofdrollen van Norma, Adalgisa en Pollione de laatste vijftig jaar altijd bezet werden met een sopraan, een mezzosopraan en een tenor die ook Aida, Amneris en Radamès in Verdi’s ’Aida’ konden zingen. Een succestrio van zware stemmen, maar is het ook wat Bellini bedoelde?

Bartoli denkt dus van niet en met de door haarzelf zorgvuldig samengestelde cast van lichte zangers én met de medewerking van het authentieke Balthasar-Neumann-Ensemble hield zij een bijzonder sterk pleidooi voor haar bewering. Aan haar zijde trof zij de opvallend meeslepend dirigerende Thomas Hengelbrock, die Bartoli’s overtuiging vertaalde naar fantastisch kleurrijk orkestspel, waarin de ene verrassing na de andere te horen was.

Fascinerend om te zien hoe Bartoli, gestoken in schoenen met hoge hakken en plateauzolen, zich steeds groot probeerde te maken door haar borst vooruit te steken en haar hoofd in haar nek te gooien. Puur optisch zette zij op die manier een sterke vrouw neer, die in karakter en fysiek mijlenver boven haar medepersonages uitsteeg. Maar ook vocaal was zij verre de meerdere van haar overigens prima zingende collega’s.

Op pure wilskracht en met de projectie van een laserstraal kwam Bartoli’s stem waar nodig fors door; de hoge noten bleken voor deze mezzo geen enkel probleem. De vele heftige passages waarin Norma in toorn ontsteekt, kwamen geweldig over het voetlicht. Bartoli rolde haar r daar nog pregnanter en met een verbeten blik sloeg ze de bladzijden van haar partituur hoorbaar venijnig om. Een Norma heel anders dan we gewend zijn, maar wat een geweldig alternatief bood de Italiaanse.

Giuditta Pasta, voor wie Bellini de rol schreef, was volgens Bartoli qua timbre ook een mezzo, die toevallig hele hoge noten kon zingen. Hoe Pasta echt geklonken heeft, komen we nooit meer te weten, maar waarschijnlijk lag haar stem ergens tussen die van Bartoli en Callas in.

De ontroerende slotscènes zullen mede door de geweldig lyrisch zingende John Osborn (Pollione) niet snel vergeten worden door de gelukkigen die erbij waren. Hier sloeg het hart van vervoering een slag over en werd de ziel in trilling gebracht.

Norma’s openingsaria ’Casta diva’ was pure verinnerlijking in klank en in het eerste duet met Adalgisa (de lichte sopraan Rebeca Olvera) was het messare la voce van Bartoli schokkend mooi. Na een werkelijk onaards gespeeld voorspel van de tweede akte – Hengelbrock op zijn allerbest – werd de scène daarna, waarin Norma overweegt haar slapende kinderen te doden, het hoogtepunt van de avond. Adembenemend!

Hoe goed, dramatisch, welluidend en luid Callas, Sutherland, Gencer, Caballé en Deutekom de rol ook ooit zongen, Bartoli’s Norma is er een van uitzonderlijke klasse. De kleine Romeinse heeft het ’m toch maar gelapt. Brava! Nu nog een opname.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden