'Klein maar dapper' IJlst is weer zuinig op z'n overtuinen

Geen van de 24 IJlster schaatsfabriekjes is nog over -Nooitgedagt, Frisia: alles is verdwenen. Met de houtindustrie ging het niet anders, al draait Nederlands enige houtzaagmolen De Rat nog wel. Maar de 'overtuinen' zijn gebleven, een uniek verschijnsel in ons land waar IJlst gelukkig weer zuinig op is. Dat moet ook wel: IJlst is beschermd stadsgezicht.

De onbekendste onder Frieslands Elf Steden lijkt in de verste verten niet op de andere tien. 'Lyts mar krigel' noemen ze zichzelf: klein maar dapper. In 1268 kreeg IJlst (Drylts op z'n Fries) stadsrechten, omdat het toen een plaats van enige betekenis moet zijn geweest. Stoere vestingwerken heeft het nooit gehad: de kleine nederzetting van boeren en handelslui lag op een eiland, ingesloten door het water van de Ee en de Geeuw, en dus goed verdedigbaar. 's Avonds werd de brug opgehaald en een boom aan een ketting in het water gelegd en daarna kon niemand er meer in. ,,Vervolgens werd de boomklok geluid. Wist iedereen: IJlst is weer veilig'', vertelt Edsko Hekman, kenner van de historie.

In de loop der tijd schoof de bebouwing langs de Ee op naar het noorden. De ruimte langs het water werd gebruikt als werkterrein en goe deren opslag. Veel bedrijvigheid vond gewoon op straat plaats. De weg liep vlak langs de huizen, maar was niet meer dan een pad met bolkeitjes waar net een koets overheen kon. Op den duur werden van de strook grond langs de Ee grasveldjes gemaakt om de was de bleken. ,,Op maandag lagen ze allemaal vol. Aan de waterkant had iedereen een boenstoepje -een stolt in het Fries. Daar werd niet alleen de was gedaan maar ook de potten en pannen en 's morgens werd ook de nachtspiegel geleegd en uitgespoeld'', zegt Hekman.

Tot halverwege de jaren zeventig in de vorige eeuw waren de bewoners aan weerszijden van de Ee -aan de westkant de Eegracht, aan de oostkant de Galamagracht- eigenaar van de tuin, de walbeschoeiing en de ondergrond van de straat. Met de komst van de wasmachine raakten de overtuinen in onbruik en zagen er steeds havelozer uit. Er moest hoognodig wat gebeuren: de aanleg van riolering, het vernieuwen van het straatprofiel, het opknappen van de walbeschoeiing, de verbetering van de omheiningen én het opkalefateren van de tuintjes.

Uiteindelijk maakte de gemeente een totale reconstructie van de grachten en nam voor één gulden per stuk de overtuinen over. De bewoners mochten de tuinen blijven gebruiken, op voorwaarde dat ze weer enigszins in oude staat zouden worden teruggebracht. Zo'n 95 procent van de bewoners ging akkoord en de meeste tuintjes zien er dan ook weer fraai uit. Enkele liggen er nog steeds wat onverzorgd bij -volgens Hekman vaak van mensen die niet met de regeling instemden. Op de grachten is nu eenrichtingsverkeer, parkeerplaatsen zijn opgeheven en veel bewoners knapten hun huizen op. Boenstoepjes zijn vernieuwd, hekken en heggen geplaatst en nieuwe leilinden geplant zoals die al eeuwen langs de Ee staan.

De wandeling langs de overtuinen is simpel: 700 meter heen, 700 meter langs de andere kant van het water terug. Wat opvalt is de doopsgezinde kerk (1857), een paar meter achter de rooilijn gebouwd zoals bij dopersen gebruikelijk. Ook aan de Eegracht (31/32) staat De Messingklopper, renaissancestijl en ooit woon- en werkplaats van een koperslager. Het huis heeft twee ovale vensters in de voorgevel, zogenoemde ossenogen. Op 48 pronkt de Mauritiuskerk (1830, PKN) op een plein waar vroeger de koemarkt lag. In de toren, van oudsher eigendom van de gemeente, diende de klok als alarm, zaten boefjes in het cachot, fungeerde de hoogste trans als uitkijkpost en liet de brandweer de slangen drogen. De extra brede voordeur van Eegracht 70 is het gevolg van het feit dat de vroegere bewoner (een boer) geen achteruitgang of poort had om zijn koeien uit te laten; ze moesten dus door de gang. De Galamagracht is al net zo gevarieerd, met fraaie panden zoals het oude stadhuis. Wat een verschil met het veel te dominante nieuwbouwwijkje op weg naar molen De Rat. Dat deze 'parel van IJlst' nog bestaat én zaagt, is een wonder. Het monument, tot 1828 molen aan de Zaan, werd bedreigd met sloop, maar de provincie gaf geen vergunning en de gemeente IJlst kocht De Rat. Samen met vrijwilligers houdt een molenaar het pronkstuk in bedrijf. In het water van de Geeuw drijft een voorraadje boomstammen in afwachting tot ze tot planken worden verzaagd.

De route eindigt bij de Stadsherberg aan de Ee, recht tegenover de plaats waar de befaamde schaatsfabriek van Nooitgedagt stond. Toen die onlangs werd afgebroken, kwam een fabriekshal in het zicht die na restauratie een prachtig gebouw blijkt te zijn. Ook de fabriekspijp staat er nog, al heeft de gemeente het snode plan om ook die te slopen. Zeer tegen de zin van veel inwoners. ,,Bijna heel IJlst lééfde van de fabrieksfluit'', zegt Hekman. Die riep om 5 voor 7 dat het bijna werktijd was, om 7 uur dat men er moest zijn, om kwart voor 10 dat moeder de vrouw thuis het eerste bakje kon inschenken voor manlief die even pauze had, enzovoorts. De Piip fan Nooitgedagt, dat was de klok van IJlst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden