Klein Duimpje, Klein Duimpinnetje

Internet blaast oude bolwerken van macht en kennis op, en biedt kansen voor iedereen

Toen de Parijse bisschop Dionysius werd onthoofd door de Romeinen, pakte hij volgens de legende zijn hoofd op en wandelde doodleuk verder. Het was een groot wonder. Maar niet kleiner is het wonder van al die jongens en meisjes van vandaag, die hun notebooks uitklappen en naar hun eigen, geëxternaliseerde hoofd kunnen turen, een hoofd dat gevuld is met oneindige hoeveelheden informatie, teksten en beelden, toegankelijk gemaakt door zoekmachines.

De wereld heeft zelden zo'n grote revolutie meegemaakt, schrijft de oude Franse filosoof Michel Serres (1930) in een prachtig geschreven pamflet dat nu, na twee jaar, in het Nederlands verschijnt. Het is een lofzang op de generatie die leeft in een tijd waarin de oude bastions van kennis en macht in no time hun autoriteit zijn kwijtgeraakt. De nieuwe generatie leeft, leest en denkt anders. En de Franse filosoof Serres is vol verwachting.

Klein Duimpinnetje en Klein Duimpje, noemt hij zijn hoofdpersonen liefkozend. Ze staan symbool voor de massa meisjes en jongens die met twee duimen op hun mobieltje de wereld ingaan, al typend en netwerkend. Het tijdperk van de geschreven kennis is voorbij, schrijft Serres. Kennis was altijd gefragmenteerd en opgedeeld in hokjes en faculteiten. Om er deelgenoot van te worden, moest je luisteren naar autoriteiten. Nu is alles volledig toegankelijk, tien keer gecheckt en kan iedereen daar creatief mee werken.

Het abstracte maakt plaats voor het concrete. Dokters kunnen geen borstkanker meer bestuderen zonder de blogs te lezen van patiënten. Biologen kunnen niet meer zonder de waarnemingen waar toeristen in de Pyreneeën melding van maken. Maar dat heeft niet alleen gevolgen voor de kennis zelf, aldus Serres. De tijd is nu definitief voorbij dat voor anderen werd beslist. Iedereen zit nu achter het stuur.

Ja, erkent Serres, dat levert een generatie op die verward is, die sociale media nodig heeft om nog ergens bij te horen. Maar is dat hun aan te rekenen? Is het niet de oude generatie die heeft gefaald? Die slaagt er niet meer in om als echtpaar door het leven te gaan, of een regering te vormen die de rit uitzit. De parochie, het vaderland, de vakbonden - ze zijn op sterven na dood.

De leegte wordt opgevuld door massamedia. Serres beschrijft het beeldend: "Onze instituties verspreiden een glans die me doet denken aan het schijnsel van sterren die volgens astronomen allang gedoofd zijn."

Serres heeft gelijk: er is een aardverschuiving bezig en die is nog groter dan we dachten. Maar zijn jubelzang op de nieuwe generatie wekt wel een beetje verbazing. Structuren veranderen, ja. Maar de mens?

Met nieuwe media trainen we andere hersengebieden dan met het geschreven woord, zegt hij. Hij vertelt niet dat we door multitasking en beeldmedia - volgens de meeste onderzoekers - vooral minder hersengebieden trainen. De hiërarchieën van vroeger hebben de wereld ondergedompeld in bloed, dus dan kun je beter virtuele groepen hebben die geen lichamelijke offers eisen, schrijft Serres. Hij vertelt niet dat deze netwerken net zo goed kunnen leiden tot uitsluiting, eenzaamheid, nationalisme en haat. Of dat nu in de vorm is van chaos in Haren, porno in de slaapkamer of vreemdelingenhaat op digitale fora.

Serres lijkt te suggereren dat al het slechte de schuld was van oude structuren. Maar wie zegt dat die ons niet ook voor veel slechtheid hebben behoed? En wie zegt dat achter al die moderne veelkleurigheid niet weer nieuwe hiërarchieën verstopt zitten, maar dan geheim? Nooit hadden supercomputers zo veel macht op de beurs, nooit konden spionagediensten ons zo dicht op de huid zitten.

Het is op zichzelf inspirerend dat Serres de kansen benadrukt. De mobiele netwerksamenleving biedt mogelijkheden voor iedereen. Maar als je je met jan en alleman kunt vergelijken, word je misschien ook wel heel ontevreden. De digitale eenwording leidt ook tot verliezers. Pubers kunnen ongelukkig worden van Facebook, op vluchtelingen kun je met digitale systemen nog veel beter jagen.

Serres vraagt zich in het begin van zijn betoog eerlijk af: "Wat voor literatuur, welke geschiedkundige feiten zullen die in geluk badende jongelui begrijpen als ze geen ervaring hebben met het harde landleven, noch met oorlogsconflicten, gewonde en uitgehongerde mensen, met het vaderland [...] als ze nooit in het lijden de dringende noodzaak van een moraal hebben gevoeld?" Maar hij komt er niet meer op terug.

Wat nu als dat wonder van de onthoofde Dionysius toch een mythe blijkt te zijn? Dan moeten we wel twee keer nadenken voordat we ons hoofd uit handen geven.

Michel Serres: De wereld onder de duim. Leve de internetgeneratie! Boom, Amsterdam; 96 blz. euro 12,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden