Klein compendium van het vergeten

„Veranderen herinneringen aan een goede vriend als u met hem gebrouilleerd raakt? Wat gebeurt er met ’gedeelde herinneringen’ als degene waar u die herinneringen mee deelde er niet meer is?" Douwe Draaisma, hoogleraar geschiedenis van de psychologie en kenner van het geheugen, werkt aan een ’Vergeetboek’, dat op Allerzielen verschijnt. In Letter&Geest doet Draaisma de komende weken verslag van zijn zoektocht en stelt zo een Klein compendium van het vergeten samen. Schrijvers, dichters, historici en filosofen flankeren hem. Deze week, ter introductie, lastige geheugenvragen aan Bernlef, Anna Enquist en Frank Meester.

Aan de overzijde van het herinneren ligt het vergeten – zijn we gewend te denken. In werkelijkheid zit het vergeten al door onze herinneringen gemengd, als gist door deeg. De ’eerste herinnering’ markeert niet alleen het begin van ons geheugen, maar onderstreept tegelijk de vergeten jaren die daaraan vooraf zijn gegaan. De vier, vijf dromen die we ons nog herinneren verwijzen naar de honderden dromen die we ons bij het wakker worden misschien nog herinnerden, maar al snel vervluchtigden. Ons goede geheugen voor ’eerste keren’ herinnert ons aan al die volgende keren die we zijn vergeten. En zelfs mensen met een goed geheugen voor gezichten hebben een pover geheugen voor de geschiedenis van gezichten. Wie kan met de hand op zijn hart verklaren zich – los van foto’s – te herinneren hoe zijn dierbaren er tien jaar geleden uitzagen?

De moeilijkste vragen die je over het geheugen kunt stellen gaan niet over het herinneren maar over vergeten. Waarom bestaat er wel een geheugentechniek, maar geen vergeettechniek? Waarom hebben portretten de neiging onze herinneringen aan gezichten te wissen? Wat is het lot – of de verblijfplaats – van verdrongen herinneringen? Kunnen geheugensporen werkelijk uit onze hersenen verdwijnen of ’vergeten’ we doordat die sporen niet meer toegankelijk zijn?

In ’Vergeetboek’ komen over deze vragen neurologen, psychologen, psychiaters en andere vertegenwoordigers van de wetenschappen van het geheugen aan het woord. Maar zelfs al zouden zij de antwoorden kunnen verschaffen, dan nog blijft er een precaire afstand tussen onze theoretische kennis van het geheugen en wat we persoonlijk met ons geheugen beleven. En juist in dat niemandsland tussen wetenschap en introspectie rijzen de vragen die dwingen over het eigen geheugen na te denken.

Als er wel een vergeettechniek bestond, zou u daar dan gebruik van maken?

Hebt u wel eens een herinnering aan uzelf uit het geheugen van iemand anders willen verwijderen?

Veranderen herinneringen aan een goede vriend als u met die vriend gebrouilleerd bent geraakt?

Wat gebeurt er met ’gedeelde herinneringen’ als degene waar u die herinneringen mee deelde er niet meer is?

Weet uw partner wat uw dierbaarste herinneringen aan hem of haar zijn? En omgekeerd?

Een select gezelschap van schrijvers, dichters, historici en filosofen heeft zich vragen als deze voor laten leggen. Elk van hen heeft over de verhouding tussen herinneren en vergeten geschreven, in boeken die tot de canon van de literatuur over geheugen zijn gaan behoren. Ze schreven over de desintegratie van het geheugen bij een dementerende man, over de herinneringen die je kunnen bestormen bij het ontruimen van het ouderlijk huis, over hoe een gestorven dierbare in herinnering te houden, over het leven met een aftakelend geheugen in een verpleeghuis. Anderen schreven over trauma en verdringing, over de betrouwbaarheid van herinneringen, over het vergeten dat zichzelf onzichtbaar maakt, over foto’s waar je zelf opstaat maar die je met geen enkele herinnering kunt verbinden, over eerste herinneringen die geen herinneringen bleken, over het herschrijven van je herinneringen bij het ouder worden.

De eerste vraag was telkens: ’Wat is uw eerste herinnering?’ Elk gesprek werd besloten met de Allerzielenvraag: ’Wie mag er niet worden vergeten?’

Tussen deze twee vraagtekens in lieten ze ons toe in de intimiteit van hun geheugen.

Aan schrijver Bernlef werd gevraagd: ’Hebt u foto’s waar u zelf opstaat die u met geen enkele herinnering kunt verbinden?’

Zijn antwoord: „Vrijwel allemaal. Het is alsof ik naar het leven van iemand anders zit te kijken. Ik denk wel eens dat het te maken heeft met het feit dat het een gelukkige jeugd was. Dat je het leven leefde zoals het zich aan je voordeed. Er waren geen haken en ogen. Het leven gleed voorbij, zo is het gegaan en dan is het ook voorbij. Iedereen zegt altijd: wacht maar, als je ouder wordt krijg je al die jeugdherinneringen terug. Nou, ik ben nu 73 – en ik zit er nog vergeefs op te wachten. Ik heb nog niets gezien.”

Douwe Draaisma@ schreef over ons geheugen, onder meer ’Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt’ (Historische Uitgeverij, ISBN 978 90 6554 4704, € 27,50) en ’De heimweefabriek’ (Historische Uitgeverij, ISBN 978 90 6554 4407 € 15,00). Op www.vergeetboek.nl verschijnen (t/m Allerzielen, 2/11) wekelijks nieuwe filmpjes waarin Anna Enquist, Bernlef, Bert Keizer, Frank Meester, Sana Valiulina, Nelleke Noordervliet, Nicolaas Matsier en Wim Brands lastige vragen van Draaisma beantwoorden.

-- foto

Douwe Draaisma.@

-- foto

-- foto

-- boxkop

Schrijfwedstrijd ’Wat ik het liefste zou vergeten’

-- box

Douwe Draaisma stelt lastige vragen over de werking van het geheugen, maar welke rol spelen herinneren en vergeten voor uzelf? Om het antwoord te vinden, organiseren Trouw en de Historische Uitgeverij een schrijfwedstrijd. Uw bijdrage van maximaal 700 woorden mag poëtisch, wijsgerig, persoonlijk, melancholisch of analytisch zijn, als ze maar als (onder-)titel heeft: ’Wat ik het liefste zou vergeten’. Inzenden kan tot 25 oktober, naar het mailadres letter&geest@trouw.nl of naar postbus 859 1000 AW Amsterdam. Vermeld het thema: ’vergeten’. De bijdragen verschijnen op trouw.nl/vergeten. De jury, voorgezeten door Douwe Draaisma, selecteert de beste inzendingen; de twee prijswinnaars krijgen een publicatie in Trouw en ontvangen Draaisma’s ’Vergeetboek’ (gesigneerd).

-- boxkop

Anna Enquist schrijver en therapeut

-- box

Hebt u aanleg voor verdringen? Waar leidt u dat uit af?

„Iedereen heeft aanleg voor verdringen. Als je niet kunt verdringen dan kun je niet leven. Er wordt van die afweermechanismen altijd gedacht dat dat duidt op pathologie. Rigide afweer duidt op pathologie, maar een gezonde, flexibele afweer: dat is onze redding. Dus natuurlijk verdring ik dingen, ja, ook gewoon dagelijks. Maar als ik een patiënt krijg dan moet ik heftige dingen die mijzelf bezighouden écht opzijzetten en dat lukt me ook, ik kan dan echt in zo’n therapiegesprek opgaan en goed nadenken. Daarna valt mijn eigen ellende weer over me heen, maar gedurende die drie kwartier of uur die dat gesprek neemt is het echt weg, dus ja, ik beschouw dat maar als een gezonde vorm van verdringen.

Zowel in mijn vak als psychotherapeut als in het schrijverschap ben ik gebaat bij toegang tot de dingen die in me omgaan; je hele vorming en leerproces als analyticus en therapeut gaat daar over, dat je toch die luikjes van binnen openhoudt. Ik ben er eerder in getraind om veel van mezelf te weten dan weinig. Dat interesseert me kennelijk, anders was ik geen analytica geworden. En misschien ook geen schrijver, want zeker bij de poëzie – het maken van een gedicht drijft op het letten op invallen, dingen waar je niet op verdacht bent die naar boven komen, ook hele akelige dingen. Ik ben erin getraind en schrik daar niet zo gauw van.”

Hebt u zich wel eens geschaamd voor wat u wél bleek te onthouden?

„Op de middelbare school moest ik een proefwerk maken. Ik had het helemaal niet geleerd. Op de een of andere manier kon ik heel goed afkijken en ik had het hele proefwerk de mogelijkheid om af te kijken. Degene naast mij had het blijkbaar wel goed geleerd, want toen ik het terugkreeg had ik een heel goed cijfer, een acht of een negen. Een paar weken later – ik was die hele geschiedenis alweer vergeten – was ik ontzettend trots op die acht of die negen en ik was ‘m al aan iedereen aan het laten zien. Ineens bedacht ik: verdorie ik heb dat hele proefwerk niet zelf gemaakt, ik heb dit afgekeken. Het wonderlijke was: van de ene kant was er een soort schaamte, dus ik ging niet vertellen aan de andere leerlingen dat ik het allemaal had afgekeken, dat ik niet zo trots was, ik hield mijn mond daarover, maar van de andere kant was ik nog steeds trots, ik was nog steeds verbaasd daarover.”

-- boxkop

Frank Meester filosoof

-- box

Vindt u werkelijk troost in het vooruitzicht na uw dood herinnerd te worden door uw dierbaren?

„Nee, maar ik zou bij leven graag nog iets willen maken waar ik heel tevreden over ben, waardoor ik herinnerd word zoals ik graag herinnerd zou willen worden. Nou weet ik tegelijkertijd dat je daar helemaal geen invloed op hebt. Ik werk aan een boek over ijdelheid, dus ook over hoe je herinnerd wilt worden. Dan heb ik het over Victor Noir, een Franse journalist die in 1870 is vermoord door de neef van Napoleon. Daardoor werd hij een held voor de republikeinen en is hij heel groots begraven. Later is hij verplaatst naar de begraafplaats Père Lachaise en daar hebben ze een heel mooi graf voor hem gemaakt, met een beeld van hem, dat hij net gevallen is na die moord. Je ziet duidelijk in zijn linkerbroekspijp een licht gezwollen geslachtsdeel – hij is linksdragend. Nu gaan vrouwen er naartoe, dat is een eigen leven gaan leiden: als je dat geslachtsdeel aanraakt, dan word je heel vruchtbaar, geloof ik, en krijg je een kind. Als je zijn voeten aanraakt krijg je twee kinderen en als je hem op de mond zoent dan gebeurt er ook nog iets met je. Het is een koperen beeld en dat glimt op bepaalde plekken heel mooi, precies door die traditie. Dus Victor Noir wordt nauwelijks nog herinnerd om hetgeen hij tijdens zijn leven heeft gedaan maar hij wordt wel op een prachtige manier herinnerd. Wie wil dat niet, op dat graf liggen en voortdurend betast worden op licht erotische plekken?”

Het Klein compendium van het vergeten omvat filmpjes met interviews over lastige vragen, de artikelen van Draaisma en de bijdragen aan de schrijfwedstrijd ’Wat ik het liefste zou vergeten’. Bekijk alles op www.trouw.nl/vergeten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden