Kleding van stand

Voor leden van de hofhouding, en dan vooral de vrouwen, luisterde het uiterst nauw hoe ze erbij liepen. De tentoonstelling ’Haagse Hofmode’ licht een tipje van hun sluiers op.

’Wat een gedoe was dat toen! ’ verzucht een bezoeker van de imponerende tentoonstelling ’Haagse Hofmode’ in het Gemeentemuseum in de residentie. Degenen die vroeger in de hofkringen verkeerden moesten bijvoorbeeld exact weten wanneer en voor wie welk type decolleté gewenst was, hoelang de sleep aan de japon moest zijn en vooral hoe je daarmee, zonder onelegante valpartijen, achteruitlopend de koningin eerbiedigde. De mannen hadden het zichzelf al in de achttiende eeuw een stuk eenvoudiger gemaakt. Op verzoek van een Nederlandse consul werd een civiel ambtskostuum ingesteld zodat voortdurende verkleedpartijen en de aanschaf van steeds weer nieuwe spullen achterwege konden blijven.

Ook bij het bekijken van het filmpje ’The making of Haagse Hofmode’ op de website van het museum, word je overvallen door het ’wat een gedoe!’-gevoel.

Voor het realiseren van een dergelijke prestigieuze expositie gaan jaren van onderzoek en voorbereiding vooraf. Aan de inrichting ervan wordt met man en macht twee weken keihard gewerkt. Stylist Maarten Spruyt toverde de zakelijke museumzalen om tot onder meer een sfeervolle balzaal en boudoir en herriep de ambiance van de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Spruyt gebruikt oude foto’s van lege paleiskamers als achtergrond en plaatst de poppen daar losjes voor en tussen. De toevoeging van échte schilderijen en meubilair zorgt voor een speelse gelaagdheid. In elke setting staan kledingstukken en attributen uit diverse perioden bij elkaar. De poppen dragen spectaculaire kleurrijke, verwarde pruiken.

Maarten Spruyt: „Mijn motto is ’Losheid maakt het levendig’. Ik vind de sfeer, het gevoel dat iets oproept, belangrijker dan dat er een tableau van een bepaald jaar is te zien. Die hippe kapsels ontdoen het juist van stoffigheid en ik wil ook benadrukken dat die mensen toen altijd maar bezig waren met hun haar.”

Om het ’gevoel van weleer’ verder aan te wakkeren zijn geuren en geluiden te ontwaren. Rammelende theekopjes, giechelende hofdames, een mossige boslucht, de geur van boenwas en vers linnen verhogen de beleving. In de verstilde, besneeuwde rouwzaal met als thema de begrafenis van koningin-moeder Emma klinkt lieflijk vogelgetjilp.

Ondanks de aandacht voor de koninklijke omgeving, ligt het accent niet bij de kleding van de vorstinnen. Conservator Madelief Hohé: „In de jaren zestig en zeventig ontving het museum veel schenkingen uit adellijke en hofdienstkringen. We hebben bijvoorbeeld ruim 25 kledingstukken van hofdame Henriëtte van de Poll, die 54 jaar hofdame van koningin Emma is geweest. Door de aanwezigheid van het hof, adel, politiek en ambassades was Den Haag mondain en internationaal georiënteerd. Ook leden van de hofhouding kochten internationaal kleding. Voor de dames waren Brussel, Parijs, Amsterdam en Den Haag favoriet en voor de heren Londen. En natuurlijk zaten ze vast aan allerlei etiquetteregeltjes en het leek ons interessant dat eens te belichten.”

Brieven en dagboeken van dames uit die kringen geven een bijzondere inkijk. De hofhouding kreeg slechts een kleine toelage en moest er toch chic bij lopen. Toen Prins Hendrik in 1888 overleed verzuchtte hofdame Henriëtte van de Poll in een brief: ’Die rouw komt mij nogal ongelegen. Ik had zo gehoopt een zuinig najaar te hebben’. De feestelijke baljaponnen bleven een periode in de kast en tegen de tijd dat ze daar weer uit mochten waren ze niet meer modieus. Ook als een verre verwant van het koningshuis overleed moest het hele hof ogenblikkelijk een vorm van rouwdracht aannemen en werd bal- en andere kleding acuut aangepast.

Het luisterde allemaal zeer nauw en onderlinge afkeuring lag altijd op de loer. Tot in de jaren zestig bestond een duidelijke rangorde voor kleding. Zo was er specifieke morgen-, visite-, late middag-, avond- en balkleding. Op hoogtijdagen moest men zich wel vier of vijf keer per dag verkleden. Het was gebruikelijk een japon meerdere malen te dragen en de kleding werd veelvuldig van aanzien veranderd door het opnaaien van stukken kant en andere versieringen. Ook het vermaken van kleding bood soelaas. Hofdame Henriëtte van de Poll wist zich kennelijk zeer goed te kleden. Zij fungeerde in haar omgeving als vraagbaak en kreeg regelmatig complimenten van haar bazin Emma. Die was zelfs zo gecharmeerd van een hoed van Henriëtte dat ze ’m voor zichzelf liet namaken.

Te midden van de overstelpende veelheid aan informatie en overdaad aan pracht en praal ontroert juist het serene ’jurkenkerkhof’ zaaltje. Daar liggen uiterst fragiele japonnen letterlijk te vergaan. Zijden stoffen werden in de negentiende eeuw verzwaard met metaalzuren. Die tasten het materiaal echter dusdanig aan dat conserveren niet mogelijk is. Dergelijke in verregaande staat van ontbinding verkerende kledingstukken worden doorgaans niet getoond. Nu wel. Ze lijken symbool te staan voor vergane glorie en... veel gedoe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden