Klassieke muziek als wapen

De Eerste Wereldoorlog heeft ook heftige sporen in de muziekgeschiedenis getrokken. Toch zijn The War Composers minder populair dan The War Poets.

Componisten als soldaat, als chauffeur, als verzorger of vrijwilliger. Er waren er veel van gedurende de Eerste Wereldoorlog. Sommigen konden haast niet wachten om zich aan te melden. Er waren er die sneuvelden, er waren er die verminkt of ziek terugkwamen en toch nog stierven. Er waren er die hun verschrikkelijke ervaringen later in hun muziek verstopten. En zij die (noodgedwongen) thuis bleven, componeerden met patriottisch vuur, gebruikten de balken en noten als wapens en kogels om hun wapenbroeders aan te sporen.

Het zijn misschien niet allemaal meesterwerken, maar de Eerste Wereldoorlog heeft zijn heftige sporen ook in de muziekgeschiedenis getrokken.

Klassieke muziek en oorlog. Een muziekliefhebber denkt dan waarschijnlijk als eerste aan het 'War Requiem' van de overtuigde pacifist Benjamin Britten. Een grootse, inkervende compositie waarin de oorlog zelf ten grave wordt gedragen. Althans, dat was de bedoeling van de componist. De beladen wereldpremière van deze bijzondere dodenmis vond in 1962 plaats, ten tijde van de Koude Oorlog. Vanwege dat gegeven kon de Russische zangeres Galina Visjnevskaja, voor wie Britten de sopraanpartij bedoeld en geschreven had, niet aanwezig zijn bij die eerste uitvoering in Coventry. De Sovjetautoriteiten weigerden haar een visum te geven. Wrang was dat wel. Een muzikale aanklacht tegen de oorlog, die niet naar behoren kan worden uitgevoerd als gevolg van een andere oorlog, ook al brak die dan nooit echt uit.

Brittens 'War Requiem' roept natuurlijk de sterkste associaties op met de Tweede Wereldoorlog. Het stuk werd immers geschreven voor de heropening van de kathedraal van Coventry, die na de verwoesting in 1940 door Duitse bommen herbouwd was. Maar vanwege de specifieke teksten die Britten in zijn compositie gebruikte, ademt het 'War Requiem' eigenlijk veel meer de geest van de Eerste Wereldoorlog. Naast de aloude Latijnse woorden van de dodenmis, de Missa pro defunctis, incorporeerde Britten namelijk gedichten van Wilfred Owen in het stuk. Soldaatdichter Owen sneuvelde in 1918 een week voor het einde van de Eerste Wereldoorlog bij de oversteek van het Sambre-Oise kanaal in Noord-Frankrijk. Zijn ooggetuige-gedichten verhalen van de gruwelen van de oorlog, van het ware, lelijke gezicht van de loopgraven, de kou, de modder, de verminkten en van de vele doden.

Zodoende herbergt het 'War Requiem' eigenlijk drie oorlogen in zich: twee echte, en een virtuele. De gedichten van Owen vertegenwoordigen de Eerste Wereldoorlog, de wereldpremière in de eens verwoeste kathedraal markeert de Tweede Wereldoorlog, en door de weigering van de Sovjet-Unie om sopraan Visjnevskaja met 'onze gezworen vijanden' te laten optreden, komt in de geschiedenis van het 'War Requiem' dus ook de Koude Oorlog om de hoek kijken.

De dodenmis

Britten (1913-1976) was te jong om de Great War bewust te hebben meegemaakt, maar hij gebruikte Owens afschrikwekkende oorlog om zijn eigen afschuw te verkondigen. Een afschuw die verder ging dan het pure veroordelen van oorlogsgeweld zelf, omdat Britten door de combinatie van liturgische teksten en de gedichten van Owen commentaar gaf op de dodenmis, en daarmee op de kerk zelf. Een kerk die kritiekloos achter een Britse regering stond die een hele generatie jonge mannen haar dood tegemoet liet marcheren.

Al direct in het begin van zijn compositie laat Britten klokken klinken. Vlak daarna zingt de tenor: 'What passing-bells for these who die as cattle' (Welke doodsklokken klinken er voor hen die als vee sterven). En die tekst zet Britten cynisch en navrant af tegen de aloude dodenmiswoorden: 'At te omnis caro veniet' (Alle vlees zal voor U komen).

Kunst moest niet alleen puur esthetisch zijn volgens Britten, maar ook iets te betekenen hebben. Als motto voor zijn compositie gebruikte hij deze woorden van Owen:

My subject is War, and the pity of War,

The Poetry is in the pity.....

All a poet can do today is warn.

Het moge duidelijk zijn dat Britten zichzelf als een van die waarschuwende dichters zag.

Wat Britten als vurig pacifist echter niet kon of wilde - soldaat worden en ten strijde trekken - dat deden vele andere componisten vóór hem wel. Het wemelt in de legers van de Eerste Wereldoorlog van componerende soldaten, luitenanten en korporaals. Aan beide kanten van de fronten. Het patriottisch vuur brandde zo in hen dat ze stonden te trappelen om iets voor hun land te kunnen betekenen.

Zoals Gustav Holst bijvoorbeeld, die faam verwierf met zijn orkestrale suite 'The Planets', gecomponeerd in het eerste oorlogsjaar 1914. Het eerste deel van die suite heet 'Mars, Bringer of War' waarin Holst de brute realiteit van oorlogsvoering heeft vastgelegd in een rammend en rammelend vijfdelig ritme. Een geweldig en gewelddadig ostinato waarin de noten met de ritmische precisie van een mitrailleur afgevuurd worden.

Holst was veertig jaar oud toen de oorlog uitbrak en werd afgekeurd voor de actieve dienst. Daarover was hij zeer gefrustreerd, temeer daar veel leden van zijn familie wél hun steentje bijdroegen. Op het schutblad van de partituur van 'The Planets' staat voor de laatste keer zijn echte naam: Gustav von Holst. Uit afkeer van de Duitsers liet hij het 'von' voorgoed uit zijn naam verwijderen. In de laatste maanden van de oorlog kon Holst uiteindelijk toch aan de slag als vrijwilliger bij de Britse troepen in Europa die daar op demobilisatie wachtten. Hij werd gestationeerd in het Macedonische Salonika. Toen hij terugkeerde naar Groot-Brittannië schreef hij zijn 'Ode to Death' een koorwerk waarin gezongen wordt over de verspilde moeite van het oorlogvoeren.

Holst keerde tenminste terug, net als Ralph Vaughan Williams, die zijn ervaringen verwerkte in zijn Derde symfonie, een elegie voor zijn omgekomen kameraden. Vaughan Williams was al 42 jaar oud toen hij zich in augustus 1914 aanmeldde. Hij werd als ordonnans gestationeerd in Écoivres waar hij op de ambulance werkte. Zijn symfonie gaf hij de bijnaam 'Pastorale' en lang dacht men dat Vaughan Williams het Britse landschap geschilderd had. Hijzelf verklaarde later dat het om oorlogsmuziek ging en dat de landschappen die van Noord-Frankrijk waren.

Een verre echo

In het tweede deel van de symfonie blaast een trompet een wonderbaarlijke cadens. Het is een herinnering aan een bugelspeler die zich ooit vergiste en in plaats van een octaaf een septiem speelde. En in het laatste deel zingt een sopraan buiten de concertzaal een woordloze melodie die als een verre echo over de vlakten dwaalt, een elegie voor hen die in de loopgraven achterbleven.

Terugkerend soldaat Arthur Bliss droeg zijn koorsymfonie 'Morning Heroes' op aan zijn gesneuvelde broer. George Butterworth stierf op 31-jarige leeftijd tijdens de Slag aan de Somme, Cecil Coles sneuvelde in 1918 op 29-jarige leeftijd en Ivor Gurney overleefde dan wel het slagveld, maar stierf later aan de gevolgen van tuberculose, opgelopen in de loopgraven.

Waarom zijn die componisten, The War Composers, minder populair dan The War Poets? De BBC heeft dit herdenkingsjaar een antwoord op die vraag proberen te formuleren, maar kwam er niet helemaal uit. Ook het prachtige werk van John Foulds, die als vrijwilliger in Londen bleef, is eigenlijk totaal onbekend gebleven. Hij componeerde op een nog grotere schaal dan Britten en noemde zijn meesterwerk 'A World Requiem'. Niet een requiem voor de oorlog dus, zoals dat van Britten veertig jaar later, maar voor de wereld. Foulds noemde zijn werk 'A Cenotaph in Sound' - een herdenkingsmonument in geluid en voegt eraan toe: In Memory 1914-1918.

Ook Edward Elgar was een thuisblijver en vond dat hij met patriottische muziek de Britten een hart onder de riem kon steken. Zijn 'The Spirit of England' slaagt daarin het best. Hij componeerde ook een kleine ode met als titel 'Le drapeau belge'. Het is een gesproken tekst van de Belgische dichter Émile Cammaerts met een orkestrale begeleiding. De kleuren van de Belgische vlag worden er in opgehemeld:

Rouge pour le sang des soldats,

- Noir, jaune et rouge -

Noir pour les larmes des mères,

- Noir, jaune et rouge -

Et jaune pour la lumière

Et l'ardeur des prochains combats

Aan de overkant van het Kanaal waren componisten als Albert Roussel, Eugène Ysaye, Maurice Ravel, André Caplet en Jean Cras actief aan het front. Albéric Magnard, componist van vier geweldige maar vergeten symfonieën had misschien wel willen vechten, maar toen hij aan het begin van de oorlog bij de verdediging van zijn huis een Duitser neerschoot, werd zijn huis in brand gestoken en kwam hij in het vuur om.

Claude Debussy stak zijn gal over Duitsers niet onder stoelen of banken. Hij stierf aan het eind van de oorlog. Toen de Duitse componist Paul Hindemith met collega-soldaten het Strijkkwartet van Debussy speelde, hoorde hij van de dood van deze 'aartsvijand'. Hindemith schreef later dat hij toen voor het eerst begreep dat muziek in staat was om politieke fronten, de haat van een natie en de verschrikkingen van de oorlog te overbruggen.

Maar het bekendste en meest tastbare muzikale gevolg van de Eerste Wereldoorlog is het fameuze Pianoconcert voor de linkerhand (1929) van Maurice Ravel. Ook nog eens een heus meesterwerk in de klassieke canon. Ravel was bij het uitbreken van de oorlog te oud (39) en bovendien te klein om bij de luchtmacht - zijn vurigste wens - te worden aangenomen. In plaats daarvan maakte hij zich nuttig als chauffeur aan het front bij Verdun. In 'Le tombeau de Couperin', een suite voor piano solo, vereeuwigde Ravel zes gesneuvelde vrienden. Zo is het laatste stuk opgedragen aan de echtgenoot van zijn favoriete pianiste Marguerite Long.

Het Concert voor de linkerhand schreef Ravel voor Paul Wittgenstein. De Oostenrijkse pianist debuteerde in 1913 en werd een jaar later voor militaire dienst opgeroepen. Tijdens een aanval op Oekraïne werd hij in zijn elleboog geschoten en gevangengenomen door de Russen. Als gevolg van zijn verwondingen moest zijn rechterarm geamputeerd worden. Hij herstelde in een krijgsgevangenkamp in het Siberische Omsk en besloot om zijn muzikale carrière met één arm voort te zetten.

Hij schreef diverse componisten aan, onder wie Ravel, met het verzoek werk voor hem te maken. Het leverde onder meer Prokofjevs Vierde pianoconcert op, dat Wittgenstein nooit speelde, omdat hij naar eigen zeggen de muziek niet begreep. Wittgenstein bracht ook veranderingen aan in de partituur van Ravel, waarop de componist in woede ontstak. De twee legden hun meningsverschil nooit meer bij. Ondanks dat is dit pianoconcert, samen met Brittens 'War Requiem' van veertig jaar later, hét meesterwerk van de Eerste Wereldoorlog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden