Klassieke denkers achter de polderterrorist

Radicale moslimjongeren beroepen zich op middeleeuwse filosofen. Waarom? En waarom negeert de islamitische wereld moslimfilosofen die in Europa beroemd geworden zijn? Een geschiedenis van de islamitische filosofie in een notendop, aan de hand van Jason W., terrorismeverdachte.

door Yoram Stein

Wie weet het beter: God of de mens? Het antwoord moge duidelijk zijn. Door mensen gemaakte wetten wegen niet op tegen wetten die door de Almachtige geopenbaard zijn. De gezaghebbende islamitische filosofen uit de geschiedenis zullen daarom misschien de middelen van het terrorisme afkeuren, maar niet het doel daarvan: het dichterbij brengen van de theocratie als de beste regeringsvorm.

Welke tijd is beter: de tijd waarin God rechtstreeks tot zijn profeet sprak of de tijd waarin wij nu leven? Ook dit antwoord is duidelijk. Hoe verder je teruggaat in de tijd, des te dichter kom je in de buurt van de periode waarin de waarheid voor alle tijden is geopenbaard. Deze waarheid veroudert niet, maar dreigt wél altijd vergeten te worden. Het verleden is dan ook niet 'achterlijk', zoals Europeanen met hun vooruitgangsgeloof denken. In de Middeleeuwen waren de mensen wijzer dan nu.

Dat de wetten van God boven de democratische rechtsstaat staan, en dat middeleeuwse denkers het beter weten dan moderne denkers, was ook de boodschap van een boekje dat onlangs in het nieuws kwam.

Het boekje 'Het belang van het onderwerp Imaan en Kufr' (geloof en ongeloof, red.) werd aan studenten Arabisch uitgedeeld op de Leidse Universiteit door de van terrorisme verdachte Jason W., een goede bekende van Mohammed B., die op zijn beurt verdacht wordt van de moord op Theo van Gogh.

In de publicatie staat onder andere dat een moslim niet verplicht is om zich aan de regels van de democratische rechtsstaat te houden.

Het boek verwijst expliciet naar twee van de meest gezaghebbende filosofen binnen de soennitische islam: Al Ghazali (1058-1111), die onder moslims bekendstaat als 'de tweede moslim na de profeet', en Ibn Taymiyya (1263-1328), die door zijn aanhangers 'de grootste leraar van de islam' wordt genoemd.

Hun voornaamste bijdrage aan de islamitische filosofie bestaat eruit dat zij beiden met argumenten hebben aangetoond dat het verkeerd is om zelfstandig na te denken, los van de islamitische openbaring. Filosofie en wetenschap leidden volgens de twee mannen niet alleen tot onaanvaardbare ketterijen, maar ook tot onbegrijpelijke tegenspraken.

Ghazali is alleen géén apologeet van het moslimterrorisme. Sociale onrust - fitna - is juist wat hij het meeste vreesde.

Ghazali leefde in een islamitisch rijk, waarin interne conflicten bedreigender waren dan externe vijanden. Moslims moesten zich volgens hem daarom blind onderwerpen aan autoriteiten en zelf niet nadenken. Koste wat het kost moest fitna voorkomen worden.

Waarom zijn werk Al Mustasfa dan toch wordt aangehaald in het boekje dat Jason W. verspreidde? Omdat dat gaat over islamitisch recht. God is de enige wetgever, aldus Ghazali. En dus, zo kun je daaruit afleiden, hoeft een moslim zich niets aan te trekken van niet-islamitisch recht.

Binnen de geschiedenis van de filosofie staat Ghazali vooral bekend vanwege zijn boek 'De tegenspraak der filosofen', waarin hij korte metten maakt met de uit Griekenland geïmporteerde filosofie. Plato en Aristoteles stelden dat zij met hun verstand de waarheid hadden aanschouwd. Maar hoe konden hun visies op de waarheid dan van elkaar verschillen? Nee, concludeerde Ghazali, er was maar één weg tot de waarheid: de islam. Filosofen waren 'afvalligen'.

Filosofie werd mede daardoor iets waar je als moslim niet graag mee geassocieerd wilde worden. En de introductie van de filosofie binnen de islamitische wereld was al niet probleemloos verlopen. Veel moslims twijfelden aan de noodzaak ervan. De belangrijkste principes van de Griekse filosofie leken immers haaks te staan op die van de islam. Zo had Aristoteles beweerd dat de wereld eeuwig was, en dat de rede het belangrijkst is om goed te leven. Dat is allemaal problematisch vanuit religieus oogpunt.

Islamitische filosofen probeerden deze spanning tussen rede en openbaring op te heffen. Al Farabi (870-950), Avicenna (930-1037) en Averroës (1126-1198) deden dat door religie voor te stellen als iets dat goed is voor de massa, terwijl filosofie alleen goed voor de elite zou zijn. Het is mede aan de invloed van deze filosofen te danken dat filosofie een onafhankelijke plaats kreeg binnen het Europese denken, en los van de religie kwam te staan. Maar binnen de islamitische traditie hebben deze denkers geen plaats gekregen.

Ghazali heeft daaraan bijgedragen. Ook remde hij iedere wetenschappelijke ontwikkeling af door te ontkennen dat er zoiets als natuurwetten bestaan.

,,Alle natuurlijke processen representeren een orde die door de wil van God is bepaald en die daardoor op ieder moment kan worden opgeheven.'' Zo formuleerde hij een vorm van antirationalistisch denken die het geestelijke en intellectuele klimaat in de islamitische wereld is blijven beheersen.

Ghazali kan dus misschien de filosoof van de achterlijkheid genoemd worden, maar niet de filosoof van de terreur. Die twijfelachtige eer komt toe aan de andere filosoof op wie het boek van Jason W. zich beroept: Ibn Taymiyya (1268-1328). Voor hem ging Ghazali nog niet ver genoeg in diens kritiek op de filosofie. De Aristotelische logica had Ghazali namelijk niet verworpen. Dat deed Ibn Taymiyya wel. Ook de logica leidde tot niets. Volgens Ibn Taymiyya, een van de belangrijkste rechtsgeleerden binnen de hanbalitische rechtsschool, de strengste en invloedrijkste van de vier soennitische rechtsscholen, moest de tekst van de Koran letterlijk begrepen worden, en hoefde de tekst niet logisch te zijn. Want God stond ook boven de logica.

Ibn Taymiyya leefde in een tijd, waarin de islam bedreigd werd door met name de Mongolen die in 1258 Bagdad veroverd hadden. De Mongolen claimden tot de islam te zijn overgegaan. Maar volgens Ibn Taymiyya waren ze heidenen gebleven. Daarmee schiep hij een precedent. De idee dat je van andere moslims kunt zeggen dat ze geen 'echte moslims' zijn -waarna je ze zonder gewetensbezwaren kunt doden- kreeg navolgers.

Ibn Taymiyya ontwikkelde de centrale gedachte van alle geweldverheerlijkende stromingen binnen de islam. Deze luidt dat de islam bezoedeld is door vreemde smetten en moslims zich hiervan met geweld dienen te zuiveren. De djihad en het martelaarschap zijn belangrijke religieuze plichten.

Zo werd Ibn Taymiyya de inspirator voor alle moslimradicalen na hem. Van Ibn Abd al-Wahhab (1703-1792), de grondlegger van het Saoedische wahhabisme tot Sayyid Koetb (1906-1966), de ideoloog van het antiwesterse islamisme. En van Osama Bin Laden tot de Nederlandse jongens van de 'Hofstadgroep'.

Waar de moslimfilosofen die kozen voor de rede en voor verdraagzaamheid nauwelijks worden aangehaald door moslims -Avicenna en Averroës zijn alleen onder hun Latijnse namen bekend- gaan de werken van filosofen die obscurantisme en onverdraagzaamheid predikten, in de islamitische wereld als zoete broodjes over de toonbank. Een Tunesische wetenschapper merkte hierover op: ,,Pas als de moslims zich weer openstelden voor de ideeen van hun verlichte filosofen, zou Averroës weer Ibn Roesjd kunnen gaan heten.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden