Klapschaats meer dan honderd jaar oud en nu pas een doorbraak

AMSTERDAM - Sinds Tonny de Jong en Carla Zijlstra zondag op de eerste wereldbekerwedstrijd in Berlijn klapwiekend Gunda Niemann een pittige nederlaag toebrachten, is de klapschaats ineens een 'hot item' geworden. In zijn huidige vorm bestaat het attribuut al meer dan tien jaar. En wie ver genoeg terug in de tijd de boeken doorworstelt, komt tot de ontdekking dat de klapschaats al meer dan honderd jaar oud is.

De Nederlandse ontwerpers van de bijzondere schaats, waarvan de buis ergens aan de voorkant met een scharnier aan de schoen is bevestigd, hielden hun vondst aanvankelijk geheim. De biomechanici Gerrit-Jan van Ingen Schenau, Gert de Groot en de constructeurs-instrumentmakers Hans Meester en Willem Schreurs wilden er patent op aanvragen. Het nieuwheidsonderzoek, dat normaliter jaren zou vergen, kon eind 1984 worden stopgezet, omdat bleek dat er in 1894 al patent was aangevraagd op een hockeyschaats met een scharnier er onder. De oorspronkelijke bedenker, de Duitser Karl Hannes, ontving er in dat jaar het 'copyright' op van het Kaiserliches Patentamt.

“Achteraf gelukkig maar”, zegt bewegingswetenschapper Jos de Koning van de Vrije Universiteit in Amsterdam, die nu ruim tien jaar bij het 'product' klapschaats is betrokken. “Het betekent dat geen van ons er één cent rijker van zal worden. Dat houdt in dat wij wetenschappers onafhankelijk blijven. Stel je voor dat je vijf gulden op iedere verkochte schaats zou verdienen, dan kun je in conflict komen met andere belangen.” Het woord klapschaats staat in de nieuwe Van Dale. Die erkenning vindt De Koning goud waard.

Als bij zoveel 'uitvindingen' werd de bron op een feestje aangeboord. Op een receptie ter gelegenheid van een promotie vroegen de latere ontwerpers en bedenkers zich af of er niet een schaats ontwikkeld kon worden die de beoefenaar geen pijn in het scheenbeen bezorgde. Een werktuig dus dat dichter een natuurlijke menselijke beweging zou benaderen. Het procédé werd vervolgens ontdekt bij het analyseren van high speed-opnames tijdens de WK vrouwen in Karl Marx Stadt in 1983. De Koning: “Van Ingen Schenau en De Groot zagen bij de Nederlandse rijdsters dat de schaats al los was van het ijs voordat de knie zich volledig strekte. Aanvankelijk dachten ze dat dat het verschil tussen de Nederlandse schaatssters en Kania was. Maar bij het afdraaien van films van mannenwedstrijden zagen ze hetzelfde.”

Cylinder

Het principe van de klapschaats komt er in eenvoudige bewoordingen op neer dat je dankzij het doorstrekken van de kuitspieren meer arbeid per slag kunt verrichten. Een schaats die met een scharnier aan de voet is verbonden, stelt de rijder daartoe in staat. “Vergelijk het met de cylinder van een benzinemotor”, legt De Koning uit. “Hoe groter de cylinder, des te meer arbeid de motor kan verrichten. Zo is het met de klapschaats ook, al krijg je in tegenstelling tot wat allerlei fabeltjes willen, niets gratis. Je wordt in de gelegenheid gesteld via je beenspieren meer arbeid te verrichten.”

De Koning en zijn collega's hadden al snel becijferd dat de tijdwinst ten opzichte van de conventionele schaats aanzienlijk is. Het duurde door de onbekendheid met het fenomeen en het gebrek aan gedegen materiaal vrij lang voordat Van Ingen Schenau cs. proefpersonen konden strikken. “Ik ging als een apostel door het land”, herinnert De Koning zich als de dag van gisteren, “maar toen ik aan het eind van de jaren tachtig de klapschaats probeerde te verkopen, luidde de reactie steevast: Waarom schaatst de kernploeg er niet op? Daar had ik dan geen antwoord op.”

Toen in het seizoen 1994-'95 een twaalftal junioren de klapschaats onderbond en de daaruit voortvloeiende progressie vertaalde in nationale titels, begon het land langzamerhand te ontwaken. Sijtje van de Lende, trainster van het gewest Friesland, ontpopte zich als een vurige propagandiste, andere gewesten (Zuid-Holland en Groningen) raakten ook enthousiast en talentvolle junioren vergrootten er hun toch al natuurlijke progressie mee. “Op het NK junioren in Groningen, vorig jaar, hadden van de tien beste rijders zeven klapschaatsen onder”, zegt De Koning, om er met enige spijt in zijn stem aan toe te voegen: “Maar Bob de Jong werd kampioen op gewone schaatsen.”

De (voorlopige) doorbraak kwam dus afgelopen zondag in het Sportforum in Berlijn. De (voorlopige) beloning was een breed gehoor van internationale schaatscoaches, toen 'apostel' De Koning gisteravond Oranjewoud aandeed. Met name Japanners blijken zeer geïnteresseerd in het Nederlandse materiaal. Op zijn beurt is Jos de Koning benieuwd naar de 'geheimen' uit het land van de rijzende zon, waar in 1998 de Olympische Winterspelen worden gehouden.

“Er zijn in Nagano gigantische dingen aan de hand. In augustus 1992 was ik in Calgary. Daar waren toen ook 200 Japanners. Midden in de zomer reden er al veertig een 37'er op de 500 meter. Moet je nagaan, in de zomer. Gewoon om de Olympische Spelen tot een doorslaand succes te maken.”

Of Gunda Niemann er dan nog bij is, lijdt amper twijfel. Haar trainer Gneupel reageerde zondag desondanks nogal sceptisch. De nederlaag van zijn pupil viel overal aan te wijten, behalve aan de Klapp-Schlittschuh. Jos de Koning onderbouwt het tegendeel van die bewering met cijfers. “Pak je uitslagen van de 3000 meter erbij, dan zie je dat De Jong, Zijlstra, De Loor en 't Hart, die allen op klapschaatsen reden, gemiddeld 5,5 seconden van hun persoonlijk record afzaten, en zij die gewone noren onder hadden, 10,7 seconden.” Waarbij de bewegingswetenschapper wel zo reëel is om op te merken dat “het verschil in snelheid van drie tot vier procent ook voor een deel psychologisch kan zijn bepaald.”

Maar toch, stelt De Koning: “Een klapschaats heeft onmiskenbaar voordelen, al praat je natuurlijk niet over tientallen procenten. Aan de hand van high speed-films kun je bij de afzet meten hoeveel energie door de spieren rond het kniegewricht wordt verbruikt en onbenut gelaten. Op een gewone schaats is dat in theorie ongeveer 15 procent. Laten we een realistisch getal nemen: tien. Tien procent meer energie betekent niet tien procent meer snelheid. Per procent harder lever je drie procent meer energie. De luchtweerstand neemt namelijk toe tot de derde macht.” Betrouwbaarder materiaal haalden De Koning en zijn collega-bewegingswetenschappers uit een test met juniorrijders uit de regio Den Haag. Op gewone schaatsen boekten ze ten opzichte van een seizoen eerder een natuurlijk progressie van 2,5 procent. Bij het nabootsen van de identieke situatie, maar dan op klapschaats, liep de winstmarge op tot zes procent.

De 'fictieve' winst van de Nederlandse vrouwenkernploeg in Berlijn kan als de afsluiting van een periode worden gezien. Sinds september is Han Houdijk namens de Stichting Technische Wetenschappen (STW) voor een periode van vier jaar te werk gesteld op de VU om de klapschaats verder te perfectioneren. Twee schaatsfabrikanten (Viking en Raps) hebben het novum wel (snel) op de markt gebracht, maar nog steeds is niet duidelijk wat het beste ontwerp en het optimale scharnierpunt is, om enkele wezenlijke problemen op te werpen.

De Koning dacht altijd dat de zuurstofopname groter zou worden naarmate een rijder door de klapschaats meer spieren gebruikt. Dat blijkt niet het geval te zijn. Al deze nog onbeantwoorde vragen maakt de toppers huiverig voor experimenten. De klapschaats vereist bovendien een optimale techniek en een geheel andere startpositie. “Sterker”, zegt De Koning, “je moet helemaal opnieuw leren starten. Je kunt niet meer de punt in het ijs zetten. De Japanners doen dat trouwens ook al niet meer op conventionele schaatsen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden