Klapeksters laten zich niet zomaar vangen

2012 is het Jaar van de klauwieren. Er moet zoveel mogelijk informatie worden verzameld over de vogels, zodat ze beter beschermd kunnen worden. Op pad met twee onderzoekers.

Terwijl half Nederland vakantie viert, maken klauwierenkenners Symen Deuzeman en Peter van den Akker zich op voor een dag klapeksters vangen, een kooitje onder de arm. "Nee, niet bij die boom waar hij nooit in zit. Laten we 'm onder die berk neerzetten; daar postte hij gisteren ook. Snel, want hij heeft ons zo in de gaten." Muis erin, camoufleren, deksel vast en wegwezen, de dekking in.

In de Engbertdijksvenen, een hoogveengebied nabij het Overijsselse Vroomshoop, bivakkeren na de grote doortrek nog zo'n drie of vier klapeksters. Ze blijven vermoedelijk de hele winter in het natuurgebied van 1000 hectare. Nog niet eens zo heel lang geleden broedden deze schitterende vogels met hun haaksnavel en zwarte oogstreep nog in ons land, maar sinds 2002 voldoet het landschap blijkbaar niet meer aan hun broedeisen.

Klapeksters vangen is geen sinecure, zo blijkt al snel. "Je vangt vooral jonge dieren. De oudere vogels zijn veel slimmer. Die hebben je meteen door", vertelt Deuzeman "En zelfs bij die jonge dieren moet het eigenlijk bij de eerste poging gebeuren, anders kun je het vergeten. Dan weten ze allang dat jij er staat en dat die ijzeren kooi niet veilig is."

Deuzeman vist een huismuis uit een kist en zet hem in een kleine gaaskooi. Hij werkt voor Sovon Vogelonderzoek Nederland, Peter van den Akker is vrijwilliger, maar weet alles van klauwieren. De afgelopen dagen hebben beide mannen bestudeerd welke bomen de klapeksters als uitkijkpost gebruiken tijdens het foerageren op muizen en vogels en vandaag willen ze proberen een van de drie aanwezige klapeksters in een val te krijgen om deze te kunnen 'bemeten' en ringen. Om de kans te vergroten worden er drie vallen geplaatst.

Elke val bestaat uit een grote kooi met daarin een kleinere kooi met muis. Het geheel wordt gecamoufleerd. Zodra de klapekster op de muis wil duiken, klapt de deksel van de grote kooi dicht. "We zijn dan binnen vijf minuten bij de val om de stress voor zowel de vogel als de muis zo klein mogelijk te houden", vertelt Van den Akker terwijl hij zijn telescoop uitklapt en richt op een van de drie kooien.

De koffie met koek komt tevoorschijn en totdat de klapekster 'van de schrik bekomen is' en terugkeert op zijn vaste uitkijkpost hebben de mannen tijd om over het grote klauwierenonderzoek te vertellen. 2012 is namelijk uitgeroepen tot Jaar van de klauwieren, door Vogelbescherming Nederland, Sovon Vogelonderzoek Nederland en de Stichting Bargerveen - een instelling voor toegepast onderzoek gelieerd aan de Universiteit Nijmegen. Een jaar dat tot doel heeft zoveel mogelijk informatie te verzamelen over de klauwieren om ze zodoende beter te beschermen, in nauwe samenwerking met terreinbeheerders als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de Landschappen.

In Nederland komen twee van de vijf Europese soorten klauwieren voor. In de wintermaanden verblijven bij ons klapeksters (naar schatting 250-400 stuks) en in de zomer, als de klapeksters weer naar het noorden vertrokken zijn, komen grauwe klauwieren (300-350 paren) hier broeden. "Beide soorten waren vroeger veel talrijker en de klapekster broedde hier ook. Ze horen thuis in een open landschap met heide of hoogveen, met zandige plekken en verspreid staande bomen. Zulke terreinen zijn rijk aan (zand)loopkevers en andere insecten die ze nodig hebben in de broedtijd en bieden het jaar rond voldoende muizen en kleine zangvogels", legt Deuzeman uit.

Maar heide en hoogveen groeiden de afgelopen decennia dicht met grassen als gevolg van de stikstofdepositie (zure regen) en op steeds meer plekken verdwenen de klauwieren. "De grassen zijn niet het enige probleem. Door een grootschalig heidebeheer zijn er terreinen waar uitsluitend struikheide staat en dan ook nog heel dicht op elkaar. Mooi paars voor de toeristen natuurlijk, maar een klauwier heeft er niets aan. Zulke heideterreinen bieden hem te weinig loopkevers en muizen", vult Van den Akker aan terwijl hij onder de laaghangende takken van een grove den kruipt om braakballen, prooiresten of uitwerpselen van klapeksters te zoeken. Alles wat geen denneappel is raapt hij op en bestudeert hij nauwgezet.

De oorzaak van de teloorgang lijkt dus in de structuur van de heide- en hoogveenterreinen te liggen. Dan is de oplossing toch ook gevonden? Nee dus, voert Deuzeman aan. "Om echt goed te kunnen sturen, moet je de klauwier en zijn eisen veel beter kennen. We weten nog heel weinig over voedselspectrum en conditie van de huidige populatie." Vroeger broedden beide soorten ook in het kleinschalige boerenland en de duinen maar zijn daar nu verdwenen. Alleen het oostelijk deel van ons land, en dan vooral het Bargerveen, de Drentse beekdalen, de Veluwe en enkele kleinere hoogveengebieden zijn nu nog belangrijk voor de soorten. Daar overwinteren klapeksters en broeden grauwe klauwieren.

Ook naar de grauwe klauwier wordt onderzoek gedaan. Zo is de Stichting Bargerveen al een aantal jaren bezig met het effect van begrazing - de mest van schaaps- en koeienkuddes trekt tal van keversoorten aan. Maar meer onderzoek en vooral ook meer gegevens en dus hulp van vrijwilligers is hard nodig. We weten niet waarom de grauwe klauwier uit de duinen is verdwenen. We weten nog veel te weinig."

Abrupt onderbreekt de vogelman zijn betoog; een van de drie vallen is dichtgeklapt en in één keer staan de onderzoekers weer op scherp. Deuzeman grist het stoffen zakje om de klapekster tijdelijk in te vervoeren mee en zet een spurt in richting val. Zijn kompaan tuurt door de kijker en roept dan "Ho maar Symen, hij zit een heel eind verderop. De deksel zal wel door de wind zijn neergeklapt." Teleurgesteld brengt Deuzeman de val weer in orde en schenkt, terug bij de telescopen, maar weer een kop koffie in.

Hoewel het met tien graden buitensporig zacht is, is het na een paar uur toch kleumen. Van den Akker besluit op prooistrooptocht te gaan. Klauwieren hebben de ietwat lugubere gewoonte om muizen, zangvogels en grote insecten al dan niet levend op doorns of takjes te spietsen als voedselvoorraad voor later. Als amateur-deskundige onderzoekt Van den Akker al jaren de klapeksters en grauwe klauwieren op de Engbertdijksvenen. De omgeving van de kooien vermijdend loopt hij met grote passen van struik tot boom, telkens scherpe takken en doorns controlerend. Hij heeft geluk; op een tak zitten zelfs twee vette driehoornmestkevers geprikt. Dan is het hoog tijd terug te gaan naar Deuzeman. Want de klapekster zit nu in het berkje recht boven de val en heeft de muis in de gaten.

Maar niet alleen de muis, zo blijkt. Want de minuten verstrijken en rijgen zich uiteindelijk aaneen tot anderhalf uur. De schemer zet in, mist komt op en opeens is de dag voorbij. De muizen worden weer bijeengezet in hun kist, krijgen voer en water. De vangkooien worden ingepakt. "Tja, ze zijn slim. En dat is niet altijd leuk", verzucht Deuzeman

Deze dag hadden de mannen geen succes, maar bij eerdere vangpogingen in de Engbertdijksvenen zijn sedert 2002/2003 in totaal 13 klapeksters gevangen en geringd.

Jaar van de klauwieren
Om meer inzicht te krijgen in het voorkomen van grauwe klauwieren en klapeksters worden vrijwilligers gezocht om waarnemingen door te sturen. Op grond van die waarnemingen en extra onderzoek moet duidelijk worden hoe de heide- en hoogveenterreinen het beste kunnen worden beheerd en wordt samenwerking gezocht met terreinbeheerders. In het kader van het Jaar van de klauwieren zijn er het hele jaar door tal van activiteiten, onder meer een grote landelijke telling van klapeksters in de winter van 2012/2013. Zie www.jaarvandeklauwier.nl. Op die site kunnen belangstellenden zich ook aanmelden voor een gratis nieuwsbrief.

Brede bescherming
Vogelbescherming Nederland (VBN) verwacht op grond van het onderzoek van de Stichting Bargerveen en de tellingen van Sovon Vogelonderzoek eind 2012 natuurbeheerders op maat te kunnen informeren over hoe ze natuurgebieden optimaal kunnen inrichten voor klauwieren. In Nederland gaat het maar om een paar honderd vogels en toch draagt de vogelbescherming financieel het meeste bij aan het Jaar van.

Woordvoerder Chris-Jan van der Heijden van VBN: "Het gaat niet alleen om deze vogels. Vooral de grauwe klauwier is een ambassadeur voor een gezond en biologisch rijk landschap met volop grote insecten, bijen en hommels, muizen en amfibieën en reptielen. En daar profiteren natuurlijk ook andere vogels zoals geelgors, paapje en patrijs van."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden