Klank en kleur

Boven: Wassily Kandinsky, Holland ? Strandkörbe, 1904. Links: Wassily Kandinski: Impressie III (Concert), 1911.Rechts: Gabriële Mÿnter: Von Jawlensky und Werefkin, 1909. (COLL. LENBACHHAUS MÜNCHEN) Beeld
Boven: Wassily Kandinsky, Holland ? Strandkörbe, 1904. Links: Wassily Kandinski: Impressie III (Concert), 1911.Rechts: Gabriële Mÿnter: Von Jawlensky und Werefkin, 1909. (COLL. LENBACHHAUS MÜNCHEN)

Het Haagse Gemeentemuseum laat zien hoe schilder Wassily Kandinsky zich ontwikkelde tot spil van de expressionistische stroming.

Hoe dicht kunnen schilderkunst en muziek elkaar naderen? Het komt weinig voor dat schilderwerken zulke duidelijke associaties hebben met klanken. Het zijn gedachten die direct opkomen bij het rondlopen door de uitzonderlijke tentoonstelling ’Kandinsky en Der Blaue Reiter’ in het Haagse Gemeentemuseum.

Kleurrijke expressieve beelden van de Rus Wassily Kandinsky (1866 -1944) en van zijn geestverwanten van Der Blaue Reiter (De Blauwe Ruiter) in het Duitse München uit het begin van de vorige eeuw vormen de hoofdmoot van de expositie in Den Haag.

Begeleid door veel foto’s laat de tentoonstelling zien hoe deze periode een beslissende wending gaf aan het werk van Kandinsky. Hij ontwikkelde zich van een bijna lieflijke impressionist die met spatel in kleurige vlekken en strepen een tafereel op het Scheveningse strand neerzette of een Russisch sprookje verwoordde tot een abstracte schilder die zijn gevoelens en emoties in kleuren uitbeeldde.

En daarnaast toont het werk van zijn kunstvrienden uit de Beierse hoofdstad Gabriele Münter (geliefde van Kandinsky), Franz Marc, Alexej von Jawlensky, August Macke en Marianne von Werefkin hoe zij werden beïnvloed door de Rus en hoe hij op zijn beurt weer door hen werd geïnspireerd.

Het Haagse Gemeentemuseum heeft in nauwe samenwerking met de Stüdtische Galerie im Lenbachhaus in München besloten een tentoonstelling te maken over deze belangrijke en wellicht beslissende periode in het leven van Kandinsky, een periode waarin hij ook regelmatig in Nederland vertoefde en exposeerde (het Gemeentemuseum besteedt extra veel aandacht aan de relatie van Kandinsky met Nederland).

Het is in Den Haag geen chronologische overzichtstentoonstelling over het hele leven van Kandinsky zoals die vorig jaar in het Parijse Centre Pompidou en daarna in het New Yorkse Guggenheim te zien waren. Enkele fameuze werken van deze tentoonstellingen zijn nu wel in het Gemeentemuseum te bekijken.

De kunstenaarsbeweging Der Blaue Reiter ontstond in 1911 in München, was een afscheiding van de Neue Künstlervereinigung München die Kandinsky samen met Von Jawlensky in 1909 had opgericht. Sommige vrienden van de NKVM konden Kandinsky met zijn in hun ogen schreeuwerige schilderijen en kleurenorgieën niet volgen. Kandinsky schreef later in zijn memoires dat men ’schold, dreigde en spoog’ op de werken. Enkele jaren daarvoor was in Dresden de andere belangrijke Duitse expressionistische stroming Die Brücke opgericht. (het Groninger Museum heeft daar tot 11 april een interessante tentoonstelling over).

De naam Der Blaue Reiter had te maken met de voorliefde van Kandinsky voor ruiters en van Franz Marc voor paarden, en daarnaast hun beider voorkeur voor de kleur blauw. Bovendien heette een eerder schilderij van de Rus Der Blaue Reiter. De nieuwe club rondom Kandinsky, die veel losser georganiseerd was dan Die Brücke gaf een almanak uit (met de titel Der Blaue Reiter), waarin werd uiteengezet wat de bedoelingen waren van hun nieuwe beweging. Woorden als ’innerlijke noodzaak’ en het streven naar expressie van het ’spirituele’ in de kunst en openstaan voor andere kunsten, vooral muziek waren kenmerkend.

Een concert op 2 januari 1911 dat Kandinsky samen met zijn kunstvrienden bezocht had wellicht een beslissende invloed op de ontwikkeling van de Russische schilder. Kandinsky hoorde daar de muziek van Arnold Schönberg. Hij was er zo van onder de indruk dat hij de volgende dag meteen probeerde het concert in een schilderij te vervatten. Het leidde tot het meesterwerk Impression III (Konzert) en tot een briefwisseling en contacten met deze componist van atonale muziek.

Er zijn weinig schilderijen te bedenken waar muziek en schilderkunst zo dichtbij elkaar komen, bijna in elkaar lijken over te gaan. Een golf van felgeel trekt van links naar rechts over het doek als een golf van geluid; publiek en de zwarte vleugel zijn duidelijk te herkennen. In zijn boek ’Ãœber das Geistiche in der Kunst’ (1911) schrijft Kandinsky gedetailleerd over de overeenkomst tussen kleuren en het geluid van instrumenten. Kleur en klank hebben een sterke uitwerking op de ziel, op de menselijke psyche. Kandinsky spreekt van ’Seelische Vibration’.

Maar later (in 1913) weerspreekt hij de recensenten die zeggen dat hij muziek probeert te schilderen: „Ik persoonlijk ben niet in staat muziek te schilderen, omdat volgens mij zo’n soort schildering onmogelijk is, onbereikbaar.”

Kandinsky was eigenlijk een laatbloeier. Bij hem begon de revolutie, de overgang naar de abstracte kunst toen hij een rijpe veertiger was. De lieflijke sprookjesschilderijen, zoals ’Het Rijdend Paar’ (1907) veranderden in kolkende kleurrijke abstracties, later in cirkels en driehoeken. Altijd heeft hij geprobeerd zijn werk te beredeneren in geschriften.

Kandinsky heeft een hele ontwikkeling doorgemaakt om tot zijn niveau van expressionisme en abstractie te komen. Hij werd in 1866 in Moskou als zoon van een directeur van een thee-importerend bedrijf geboren. Wassily kreeg een goede opleiding en werd jurist. In 1892 trouwde hij met zijn nicht Anja Fedorovna Sjemiakina. Pas als dertigjarige ging hij in München een kunstopleiding volgen. Het beviel hem goed en in 1901 richtte hij zijn eigen kunstschool op.

In zijn memoires uit 1913 noemt Kandinsky twee ingrijpende ervaringen die hem hebben doen besluiten schilder te worden. Hij hoorde in Moskou in 1896 een uitvoering van de Lohengrin van Richard Wagner die een verpletterende indruk op hem maakte. En in datzelfde jaar zag hij eveneens in Moskou de ’Hooimijt in de zon’ van Claude Monet, een schilderij dat hem er toe bracht anders over vorm na te denken.

Een van zijn leerlingen in Duitsland was Gabriele Münter. De twee raakten totaal van elkaar in de ban. Zij maakten reizen naar Tunis, Nederland, Rapallo en Parijs. Van de reis in Nederland zijn in het Gemeentemuseum veel foto’s te zien. De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan de idyllische tijden. In 1914 werd het voor de Rus Kandinsky in Duitsland te heet onder de voeten. Samen met Gabriele vertrok hij naar Zwitserland. Het was voor korte duur. Kandinsky keerde terug naar Moskou, laat al zijn werken en spullen bij Gabriele achter. Het Lenbachhaus in München heeft er een schatkamer met werken van Kandinsky aan overgehouden. In de winter van 1915-1916 ontmoette hij Gabriele nog eenmaal in Stockholm, maar de koek was op tussen de twee.

In Rusland begon hij een nieuw leven, ontmoette daar de jonge Nina Andrejevskaja en trouwde met haar. In 1921 ging hij op uitnodiging van Walter Gropius weer naar Duitsland om daar les te geven aan het Bauhaus in Weimar. Hij werkte daar onder anderen samen met Paul Klee. Maar de nazi’s sloten het Bauhaus in 1933. Door communisten in Rusland en door nazi’s in Duitsland verguisd emigreerde Kandinsky naar Parijs, waar hij een nieuw leven opbouwde en in 1944 overleed.

(Trouw) Beeld
(Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden