Klagen is Nederlands; een goed gesprek ook

De 150 000 Nederlanders in Nieuw-Zeeland vormen de derde bevolkingsgroep van het land. De nieuwe lichting Nederlanders heeft een andere instelling dan oudere emigranten en komt veelal voor de vrijheid en de rust. Slotaflevering van een vierdelige serie: bergbewoners Stef Jongkind en Rita Scholten.

Anya van Lit

Aan de voet van de berg zet Stef de landrover in de four-wheel drive. De onverharde weg slingert naar boven, hobbelend rijdt de auto naar het huis van Rita en Stef en hun drie kinderen. Acht jaar geleden haalde hun toenmalige, oude auto de top niet en lieten ze het avontuur - wonen op de top van een berg - voor wat het was. Pas toen Stef met de makelaar en diens auto de tocht wel haalde, zag hij dat dit de plek was waar hij met Rita zo vaak van gedroomd had. Nu, zeven jaar later, staat hun zelfgebouwde huis er en zijn de drie kinderen inmiddels zeven, vier en bijna twee.

Het uitzicht vanaf de houten veranda is fenomenaal. Zonlicht glinstert over het water van Golden Bay, wolken komen langs het huis glijden, in korte tijd slaat zonneschijn om in hagel, die de hoge omgeving onder een witte deken bedekt.

Het brooddeeg rijst op de houtkachel, de gastheer deelt pantoffels uit en zet een grote mok met hete koffie en koekjes. Hollandse gezelligheid en Nieuw-Zeelandse avontuurlijkheid.

Rita en Stef besloten na een wereldreis door Azië en Australië geluk en ruimte te gaan zoeken in een ander land dan Nederland. Visa voor Austra-lië bleken niet zo gemakkelijk te verkrijgen. Hoewel ze er nog nooit een voet aan land hadden gezet, besloten zij toen naar Nieuw-Zeeland te emigreren.

Na enkele jaren werken in Christchurch beseften ze dat ze daar na een dag hard werken op kantoor net zo op de bank zaten als in Nederland. Ze besloten het echte avontuur te zoeken, en kochten na enig speuren een stuk land dat grenst aan het Abel Tasmannatuurpark. Nieuw-Zeeland bood ruimte voor de verandering waar ze zo naar op zoek waren: natuur, een eigen bedrijf, ruimte, een huis bouwen.

In de baai woont een hechte, alternatieve gemeenschap. Werk is er niet in overvloed, de visserij loopt op z'n laatste benen. Stef verbaast zich erover dat er geen goede sociale voorzieningen zijn voor mensen met weinig geld. Velen moeten de baai verlaten als hun huurhuis zonder pardon wordt verkocht aan iemand die een vakantiewoning aan de baai zoekt. De software die Stef verkoopt vindt echter gretig aftrek.

Zelf een huis bouwen was meer de droom van Stef. Rita had meer een hang naar een eigen tuin. Daar maakt ze nu natuurlijke producten die zij helende krachten toeschrijft. In rubberen laarzen en regenjas loopt Rita door het regenwoud rondom het huis. Rita praat gepassioneerd over de Nieuw-Zeelandse samenleving. Mensen gaan niet zo close met elkaar om als in Nederland, Maar als er echt iets is, kun je met de deur in huis vallen en blijven totdat je problemen zijn opgelost. Nederland betekent voor haar: klagen, je zorgen maken om de dag van morgen, het geld liever in je zak houden.

Stef valt haar bij: ,,Mijn vader, als ik die aan de telefoon had, begon altijd over mijn pensioen en over een begrafenisverzekering. Dat sommige mensen in Nieuw-Zeeland hun auto niet verzekeren of geen ziektekostenverzekering hebben, daar begreep hij helemaal niks van.”

Toch zorgden, vooral in het begin, vriendschappen voor teleurstelling. Er was hier een ander soort intimiteit, de gesprekken waren oppervlakkiger. Dat bleek wennen, vooral als je juist wilde vertellen dat het vandaag niet zo goed met je gaat. De twee eerste vrienden die ze hier maakten waren dan ook Maori, de inheemse bevolking van Nieuw-Zeeland. Die zijn anders dan de mensen van Britse afkomst.

Stef en Rita zijn beiden erg gesteld op hun Nederlandse achtergrond, op de hechte vriendschappen en diepgaande gesprekken die daarmee samen blijken te gaan. Ook denken ze er niet over om hun taal op te geven en spreken ze tegen de kinderen alleen maar Nederlands. Engels leren die kinderen sowieso wel en als ze straks in Nederland willen studeren hebben ze toch Nederlands nodig. Naar buiten toe integreer je in de Nieuw-Zeelandse samenleving, thuis behoud je toch je wortels.

Raffi, de oudste zoon, rijdt met de buren mee naar boven, want de schoolbus waagt zich niet de berg op. Morgen is het weekend en gaat hij voor het eerst met zijn vader 'trampen': wandelen van hut naar hut. Het is winter en ze verwachten veel sneeuw. Als de kinderen wat ouder zijn gaan ze ook weer skiën.

Het huis is bijna klaar. Stef legt uit hoe de bron die bergwater aanlevert ook voor elektriciteit gaat zorgen als ze een kleine hydro-installatie bouwen. Nu gaan de lampen boven de eetkamertafel nog aan via twee accu's die ze telkens weer opladen. Een generator zorgt dat de wasmachine draait. Tussen de muren is een isolatie van hooi aangebracht. Siti, de vierjarige dochter, komt van het toilet buiten, een houten doos met een gat eronder en grote varens eromheen die als deur en dak fungeren.

Er is ook tegenslag geweest. Tijdens de bouw woonde de familie in een tent op het terrein. Enorme regenbuien, geld dat op raakte, de planning liep in het honderd, waarop de ouders van Stef te hulp moesten schieten.

Na het slaan van de palen en de eerste bedekking werd het huis gelaten voor wat het was, want Stef en Rita moesten eerst acht maanden bijkomen in Auckland. Daar raapten ze hun moed weer bijeen. De bouw ging de tweede fase in. Na vijftien maanden terug in naar Nederland werd ook de binnenkant afgemaakt. En de toekomst? ,,We zien wel”, zegt Rita. ,,We hebben ons droomhuis nu. Maar als er een nieuwe uitdaging komt, hoeven we hier niet voor altijd te blijven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden