Klacht over al dat Engels? Wat dacht u dan van al dat Frans?

Taalvragen van lezers:

1137 Het satirische onlinemagazine 'De Speld' heeft eens beweerd dat Hollande alle Nederlandse woorden terugeist die uit het Frans komen. Zouden we daar veel armer van worden?

En of! Van al onze leenwoorden is 42,8 procent uit het Frans afkomstig, volgens het 'Chronologisch woordenboek' van Nicoline van der Sijs. Het Latijn en het Engels moeten het met ruim 17 procent doen. Het Frans is ook langer dan het Engels toeleverancier geweest.

Dat leengoed van Franse komaf is, blijkt meestal al uit het accent op de laatste lettergreep: abattóír, luitenánt, revenú. In Germaanse woorden ligt de klemtoon doorgaans op de eerste: áfstand, hérberg, wólkeloos. Een enkele keer hebben we het Franse accent naar voren gemanoeuvreerd: garántie, hárnas (Oudfrans harnais), rátjetoe (een verbastering van ratatóélje, dat wel de klemtoon van het Franse ratatouille heeft behouden).

Het meeste leengoed danken we aan het Standaardfrans en zijn voorloper, het dialect van Parijs en het Île de France. Maar in de Middeleeuwen heeft het Nederlands ook uit andere Franse dialecten geput, zoals het Picardisch. Vandaar bijvoorbeeld de k in kampioen, kans en kasteel, waarvoor het Standaardfrans de beginklank heeft van champion, chance en château.

Hoezeer het Nederlands door het Frans gestempeld is, blijkt ook uit de overname van vele achtervoegsels, van -aard en -ant tot -tiek. Ze zijn soms achter woorden van andere komaf geplakt: gierigaard, lerares, herbergier. We hebben er zelfs pseudo-Frans mee gevormd: barones (Frans baronne), importeur (importateur), vacature (vacance).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden