Klaas Schilder

Wijlen Joop den Uyl noemde hem ooit 'een integere extremist'. De theoloog Klaas Schilder was een begrip voor de ex-gereformeerde PvdA-politicus, net als voor veel gereformeerde tijdgenoten. Den Uyl vertelde er wel bij dat hij als student Schilders boeken al niet meer las. Wel die van Karl Barth.

Een gereformeerde van voor de oorlog, sprekend over de kerk, komt altijd met Schilder op de proppen. Vaak heeft men hem horen preken - hij trok drommen mensen - altijd weet men van zijn rol in de kerkstrijd, die in 1944 leidde tot de Vrijmaking. Daarbij ontstonden - om een ingewikkeld conflict met Schilder in de hoofdrol - de vrijgemaakte kerken, zeg maar de huidige GPV'ers.

Nu kon je ook moeilijk om deze Kamper sigarenmakerszoon heen. In de gereformeerde kerken in het interbellum heerste een klimaat van gearriveerdheid. Alles was voor elkaar: een stevige kerk, degelijk christelijk onderwijs, politieke invloed via de eigen partij, een eigen krant, wat kon er gebeuren? In de jaren twintig had ds. Geelkerken weliswaar onrust gezaaid met zijn niet-sprekende slang in het paradijs, maar hij werd snel uit de kerk gezet.

In dit bolwerk begon zich in de jaren twintig de scherpzinnige Schilder te roeren. Hij was niet alleen een groot geleerde, maar vooral ook een felle polemist. In de gereformeerde leescultuur van die dagen droeg die kwaliteit spoedig aan zijn faam bij. Hij provoceerde zo, dat zijn lectuur tot vandaag spannend is. Hij hield van tegenspraak, om des te feller naar zijn bestrijders te kunnen uithalen. Die eigenschap zou hem later in de kerkstrijd opbreken. Hij had zich zoveel vijanden gemaakt, dat verzoening langs geen weg meer mogelijk was.

Zijn rol in de Vrijmaking heeft zijn betekenis als theoloog overschaduwd, maar Schilder was wel degelijk een groot geleerde. Hij wordt vergeleken met Abraham Kuyper, bij wiens wijze van theologie bedrijven hij aansluit. Maar waar Kuyper het zocht in de breedte, boorde Schilder dieper.

Schilder promoveerde in 1933 in het Duitse Erlangen summa cum laude. Zijn proefschrift over de paradox bij Kierkegaard en de dialectische theologie, beoordeeld vanuit Calvijn, verschijnt in Duitsland nog altijd in bibliografieën. Als een van de zeer weinigen, zegt dr. Jan Veenhof, oud-hoogleraar dogmatiek van de Vrije Universiteit, was Schilder zich bewust van de breuk die veroorzaakt was door de Eerste Wereldoorlog. Kuyper en Bavinck waren de gereformeerde voormannen van de negentiende eeuw geweest en in hun sporen hobbelde het theologische establishment verder. Schilder besefte dat dat niet meer kon. Uit zijn werk proef je de geladenheid.

In de protestantse wereld deed Karl Barth inmiddels van zich spreken, met zijn kritiek op de kerk en zijn nadruk op Christus en Christus alleen. De gereformeerden bestreden hem, Schilder ook, maar hij besefte dat er wel een antwoord moest komen.

Hij wilde de gereformeerden losweken uit hun 'vanzelfsprekendheidsgeloof', waarin ze door Kuypers soevereiniteit in eigen kring waren terechtgekomen. Schilder wilde die gezapigheid doorbreken. Hij legde daartoe sterk de nadruk op de Herschepping: in Christus heeft God de aarde opnieuw geschapen. In die Herschepping zijn christenen geroepen Gods medewerkers te zijn, om de aarde weer onder zijn soevereiniteit te brengen. Die roeping komt voort uit het Verbond, waarin God en mens partners zijn.

Schilder deed zo een sterk beroep op de verantwoordelijkheid van de mens: hij heeft een taak op deze aarde. Of in de taal van Schilder (uit: 'Christus en cultuur', 1947): ,,Want het forum van God, dat is vandaag zijn werkplaats, en die is zo groot als de wereld, en daarin is dan ònze werkplaats, ònze fabriek, de rokende oven, de studeerkamer, het atelier; kortom, elk gebiedsdeel, elk onmathematisch vlak, waar 'de mens Gods, tot alle goed werk volmaakt toegerust', 'trouw de knoppen en de bloemen pleegt', maar ook de baggerlaarzen aan heeft.''

Zo redenerend vanuit de herscheppingsgedachte, kon Schilder veel minder dan Kuyper leven met de pluriformiteit van de kerk. In Christus behoren allen één te zijn, geroepen immers tot de ene ware kerk van Christus. Die in principe kerkbrede en oecumenische insteek van Schilder, zou later in de vrijgemaakte kerken leiden tot de exclusiviteitsgedachte dat alleen zij de ware kerk van Christus vertegenwoordigen.

Schilder was een meeslepend schrijver en spreker, maar hij overschatte zijn gehoor wel. Hij doorspekte zijn teksten met aan diverse talen ontleende vreemde woorden. Dat hij daardoor vaak te moeilijk was voor het gemiddelde lid van de Jongelingsvereniging (die hij met zijn onvoltooide studie over de Catechismus op het oog had), ontging hem. Een van de tragische kanten van Schilder was, zegt Veenhof, dat hij op eenzame hoogte stond. Net als later kardinaal Alfrink was hij een primus zonder pares (de wijsgeren Vollenhoven en Dooyeweerd niet meegerekend).

Tot Schilders belangrijkste werken behoren 'Christus en zijn Lijden' (1930), 'Wat is de hel?'(1919) en 'Wat is de hemel?' (1935). Na de Vrijmaking verschenen nog enkele kleinere publicaties zoals 'Christus en Cultuur'. Het was hem niet gegeven om zijn grote dogmatische hoofdwerk, zijn commentaar op de Heidelbergse Catechismus, te voltooien. Schilder stierf op 61-jarige leeftijd.

,,De kaars moest aan beide zijden tegelijk branden, dat gaf veel licht, maar de was teerde snel op'', schreef Trouw in het In Memoriam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden