Interview

Klaas Dijkhoff: ‘De vaccinatiediscussie is volkomen verzwartepiet’

VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff: Beeld Patrick Post

VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff heeft de ondankbare taak om een eigen geluid te geven aan de grootste regeringsfractie. Het leverde hem dit jaar veel kritiek op. Hij zou wat al te scheutig zijn met losse flodders in het publieke debat. Dijkhoff ligt er niet van wakker. 

“De tafel stond ­gedekt. Op kerstavond aten wij ­altijd hazenpeper, volgens klassiek familierecept, met brood. Mijn oom die erg veel trek had, begon stiekem al met proeven. Dat herinner ik me goed: alles stond klaar en je moest nog wachten. We reden door de kou naar de kerk. Daar was het warm. Veel zingen, ­gelukkig minder preek.”

Klaas Henricus Dominicus Maria Dijkhoff (1981) bewaart mooie herinneringen aan de kerk uit zijn jeugd. Zijn oudoom Heerom doopte hem, hij deed communie in het Eindhovense Tongelre en het vormsel bij bisschop Bär. Het Brabantse gezin (drie zoons, Klaas is de oudste) kerkte in verschillende ­parochies, ze verhuisden vaak.

En toen was daar ineens, in september dit jaar, de open brief aan kardinaal Eijk. Die had de VVD-fractievoorzitter in de media een ‘hyperindividualist’ ­genoemd, en ‘kleinzielig’, naar aanleiding van een uitspraak over de plek van kerken in de samenleving. Dijkhoff sloeg terug. Zijn open brief over de kille opstelling van de kardinaal ging vergezeld van een demonstratieve uitschrijving bij de rooms-katholieke kerk.

U had de kerk toch al verlaten?

“Toen ik Eijk die brief stuurde, heb ik mijn moeder gevraagd: wat zou oma hiervan gevonden hebben? Zij zei: oma had zich zeker kunnen vinden in je brief. Zij was veel met het geloof bezig, maar minder met de kerk. Al was die vast tevreden met de tien kinderen die ze heeft grootgebracht. Zij is in haar ­leven ook aangesproken op zaken waarvan ze vond dat de kerk zich daar niet mee moest bemoeien.

“Ik weet niet eens meer wanneer we als gezin echt gestopt zijn met de ­kerkgang. Dat ging gradueel, op een gegeven moment bleef alleen kerstavond nog over. Gingen we uit nostalgie? En was dat hypocriet? Mijn ouders waren daarvoor al kritische kerkgangers. ­Wanneer in de preek dingen werden ­gezegd die minder liefdevol, omarmend of liberaal waren, bijvoorbeeld over homoseksualiteit, dan legden mijn ouders mij en m’n broers uit dat zij het anders zagen.”

Toch noemt u zich nog Brabants-katholiek.

“Ja, dat is een zelfbedachte term. Het houdt in: geen diensten meer bezoeken en moeite hebben met de conservatieve geloofsleer, maar wel een kaarsje ­branden in een kapel als er iemand in je omgeving ziek is. Mijn idee is dat mensen meer betrokken waren gebleven bij de kerk als die meer met hen was mee­gegroeid. De kerk zit vol rituelen, van doop tot aan de dood, als een omlijsting van het leven. Dat is mooi, maar het ­instituut staat ook voor strenge standpunten die ik niet deel.”

U heeft een verzoeningsgesprek gehad met Wim Eijk. Hoe verliep dat?

“Heel open, vriendelijk. Hij deed geen poging mij terug in de kudde te krijgen. Ik bespeurde geen wrok. Ik heb wel ­gezegd hoe jammer ik het vind dat hij niet luistert naar liberale parochianen.”

Hoorde u nog nieuwe zienswijzen van zijn kant?

“Nee.”

Waarom moest uw uitschrijving zo ­demonstratief, zo politiek?

“Eijks kritiek is breder dan alleen mijn persoon. Hij richt zijn pijlen op het ­liberalisme, dat volgens hem louter berust op individualisme en egoïsme. Maar de liberale gedachte gaat uit van individuen die samen een verband zoeken. Niet omdat ze gedwongen worden, maar uit vrije wil. Het goede van het ­gesprek met Eijk was dat we zorgen ­bleken te delen over het gebrek aan ­bezieling in de samenleving. Alleen die link naar het uitschrijvingsformulier die onder mijn brief stond, dat had niet gehoeven. Het is gezien als een brede oproep om de kerk te verlaten. Terwijl dat ieders eigen keuze is.”

De politieke loopbaan van Dijkhoff kende een komeetachtig verloop. Van de Bredase gemeenteraad stoomde hij in korte tijd door naar de Tweede Kamer, werd staatssecretaris van asielzaken, beteugelde op veel­geprezen wijze de migratiecrisis in 2015 en viel kortstondig in als minister van ­defensie. Na een succesvolle verkiezingscampagne waarin de VVD in maart 2017 33 zetels behaalde, werd hij ruim een jaar geleden de fractievoor­zitter van de grootste regeringspartij. Een functie die geldt als een van de zwaarste op het Binnenhof: de coalitie bij elkaar houden, toch de eigen partij kleur geven en tegelijkertijd in de ­schaduw staan van de premier en ­partijleider.

VVD-senator Annemarie Jorritsma zegt dat u bezig bent met een ‘verbouwing terwijl de winkel open is’. Waarom is er een nieuwe VVD nodig? Voldoet de oude niet meer?

“Toen ik hieraan begon dacht ik aan dat liedje van dEUS, The Architect: ik sluit me voor een jaar op en kom dan met een blauwdruk hoe het moet. Maar zo ging het niet, het proces is opener ­geworden. Ik moedig de fractieleden aan zelf na te denken, geen stand­punten van hun voorgangers zomaar over te ­nemen. De partij wil zelf ook vernieuwen. Na zoveel jaren aan de macht ­hebben we dingen bereikt, problemen aangepakt. Er zijn nieuwe zorgen voor in de plaats gekomen. Passen dan de ­oude oplossingen nog wel?”

Medewerkers van de fractie bedenken de term ‘Klaasverhaal’, als virtuele strik rond al de filmpjes, Facebook-posts en de Podklaas. Wie er op de VVD-site doorheen scrolt, ziet een bont palet aan standpunten en reacties op de actualiteit. Van het wijkenplan (onder meer misdaad in probleemwijken strenger straffen, kernenergie (moet geen taboe zijn bij terugdringen CO2-uitstoot), ­vaccinatieplicht (als ouders die weigeren hun kinderen in te enten daarmee anderen schade berokkenen) of een ­demonstratieverbod (bij de intocht van Sinterklaas). Het duurt niet lang of er klinkt ­kritiek op zijn ‘proefballonnen’. Dijkhoffs stijl zou populistisch, repressief en te bot zijn.

Op het VVD-congres steekt hij er de draak mee, door 500 proefballonnen op te laten met zijn ­eigen hoofd erop. Wat ook weer kritiek oogst vanwege het milieu.

U zit in een positie dat alles wat u doet of zegt reacties oplevert. Hoe gevoelig bent u voor kritiek?

“Dat ligt eraan van wie het komt. Hoe beter mensen mij kennen, hoe oprechter het wordt gebracht, hoe serieuzer ik het neem.”

En als Hans Wiegel uw voorstellen ­wegzet als ‘bloopers’ en zegt dat u daarmee de partij schaadt?

“Dan geldt hetzelfde. Hoe vaker ik ­iemand gesproken heb, hoe beter ik ­iemand ken, hoe meer ik het me aantrek.”

U spreekt elkaar nauwelijks.

“Dat klopt. Maar ik denk wel na over wat hij zegt. Wiegel is niet de enige die dit vindt, dat weet ik heus wel. Hij was zelf trouwens ook niet vies van het ­benoemen van bepaalde zaken.”

Van wie krijgt u eigenlijk ­complimenten?

“Haha. Dat zeg ik niet, want dan krijg ik ze niet meer. Het is ook niet relevant. Ik doe mijn werk met veel plezier, omdat ik mezelf kan zijn. Als ik heel ­geaffecteerd moet gaan praten, in plaats van wat volkser met een ­Brabants accent, dan kun je beter een vervanger zoeken. Ook goed. En ik sta heus wel open voor kritiek, als mensen serieus reageren.

“Je moet je realiseren dat het Binnenhof niet de omgeving is waar ­mensen even rustig nadenken en dan pas inhoudelijk reageren. Wie het eerst ‘onzin!’, roept over een idee, krijgt een hoop aandacht. Dat is niet mijn stijl. We ­zullen niet provoceren om te provo­ceren en niet polariseren om te polariseren, maar als we een omstreden standpunt hebben, dan is dat maar zo.”

Kwamen er ook serieuze reacties toen u voorstelde dat ouders in het uiterste ­geval zouden moeten worden verplicht hun kinderen te vaccineren?

“Nou, die discussie is, om het zo te ­zeggen, volkomen verzwartepiet. Een ­gesprek over vaccinaties blokkeert op feiten. Mensen komen aan met ­onderzoeken die wetenschappelijk ­gezien kul zijn. En dan zeg je daar wat van en volgt er een scheldpartij. ­Frustrerend. Er ­ontstaan serieuze ­gezondheidsrisico’s omdat ouders die vaccinaties afwijzen. Ik kreeg wel veel brieven van bezorgde ouders die er net zo over denken als ik.”

Speelt uw persoonlijke situatie mee op zo’n moment?

“Zeker, we hebben vorig jaar een kind gekregen. Het VVD-verhaal over vaccinaties is ook echt mijn eigen verhaal. Dat geldt ook voor mijn oproep om ­kritischer om te gaan met demonstraties rond intochten van Sinterklaas. Ik stond voor een eigen afweging: wil ik mijn dochter meenemen naar dat feest? Ja. Wil ik het risico lopen dat ze mensen over en weer ziet schreeuwen naar ­elkaar? Nee. We zijn niet gegaan.”

Toen u het wijkenplan via een ochtendkrant lanceerde, heeft u heel bewust de coalitiepartners niet ingelicht.

“Ja. Soms kom je als partij met moties, die zijn heel concreet. Dan ga je dat eerst even in de coalitie bespreken. Maar we hebben onderling wel de ­afspraak dat we niet alles op elkaar ­afstemmen.”

Er is een regeerakkoord, met gezamenlijke afspraken. En alles daaromheen is vrij spel?

“Nee, dat vind ik niet. Maar ik zit hier niet alleen voor deze vier jaar, om het regeerakkoord braaf uit te voeren. Ik ga verder met nadenken. Zie de problemen rond integratie. Die gaan we deze kabinetsperiode niet oplossen. Een oppositiepartij komt iedere dag met voorstellen die geen meerderheid halen, de VVD doet dat ook. En soms is er wel degelijk weerklank. Denk aan ons pleidooi voor meer kernenergie. Daar mag je anders over denken, natuurlijk, maar de motie van de oppositie die opriep in de toekomst geen geld uit te trekken voor kernenergie is door de Kamer verworpen.

“Toen ik vorig jaar begon aan deze baan klonk de waarschuwing dat je als fractievoorzitter van de grootste partij flets kan worden. Dat je steeds zaken aan het verdedigen bent, terwijl de ­andere drie heel fijn hun eigen mening aan het uiten zijn. Alsof de grootste partij als enige de verantwoordelijkheid heeft om de boel bij elkaar te houden. Zo werkt het niet. Dat is een onvolwassen systeem en een achterhaald beeld. Soms voel ik die verantwoordelijk wel, als er bijvoorbeeld iets in de krant staat dat tot frictie kan leiden. Dan bel ik als eerste de collega’s.”

Dit kabinet bestaat nu ruim een jaar. Wat is eigenlijk de gezamenlijke ­boodschap van deze coalitie?

“Dit fascineert mij echt. Iedere dinsdagmiddag zitten wij met z’n vieren, de coalitieleiders, op mijn werkkamer, na het vragenuur. Dan vragen we even aan elkaar ‘wat heb jij tegen welke camera gezegd’ en dan constateren we: we zijn het ongeveer wel eens, ja. Totdat een van ons op internet kijkt om ergens te lezen dat we ruzie hebben, haha.

“We hebben wél een gezamenlijk verhaal, maar de buitenwacht is daar niet naar op zoek. We vinden elkaar bijvoorbeeld rond de klimaatagenda. Dat we de doelen willen halen staat buiten kijf. Daar is geen onderlinge strijd over. We denken wel bij ieder besluit na wat het betekent voor de portemonnee. ­Alleen maar lasten verhogen met het argument dat het beter is voor Nederland over vijftig jaar, daar gaan we de strijd niet mee winnen.”

Nu eerst kerst. Hoe gaat u het vieren?

“Geen kerk meer, wel met familie. We groeien door in onze rol: mijn groot­ouders zijn er niet meer, mijn ouders hebben kleinkinderen, wij zijn nu de ouders. Alleen het recept van de hazenpeper is precies hetzelfde. Nog altijd even lekker.”

Lees ook:

Klaas Dijkhoff is niet de enige: af en toe laat ook God een proefballon op

De comeback van proefballon hebben we te danken aan VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff, proefballonvaarder bij uitstek, schrijft columnist Stijn Fens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden