KISTKALF EN BATTERIJKIP WACHTEN BETERE TIJDEN

L'Express, 8/1, ¿ 10. De Talen, januari, ¿ 17,50, uitg. Wolters-Noordhoff, Groningen.

JAAP DE BERG

Valt er dan iets te vieren? Voor een westerling, min of meer gefortuneerd - en dat is hij in vergelijking met de rest van de wereld al gauw -, ogenschijnlijk wel. Die indruk wekt althans het weekblad L'Express. Het blikte deze week alvast vooruit naar de eerste decennia van de volgende eeuw. Vijftig pagina's achtereen regent het prognoses, merendeels afkomstig van wetenschappelijke waarzeggers.

Vooral in de medische sector heeft L'Express, op gezag van Britse verkijkers - die de klemtoon vermoedelijk graag op 'ver-' gelegd zien - zich aan precieze dateringen gewaagd. De inplantbare kunstnier staat op de agenda voor 2015, de kunstlever voor 2020, hersenimplantaten voor 2025, het kunstoog voor 2030. Omstreeks 2010 kan men de eerste mensen verwachten met organen of bloedvaten, weggesneden uit transgene varkens. 'Kunstmatige verbetering' van de menselijke intelligentie volgt pas twintig jaar later. In hoeverre iemand, laat staan de wereld, daar beter of gelukkiger van wordt, bespreekt L'Express niet. Aangenamer tijden breken in elk geval aan voor het kistkalf en de batterijkip. Genetische manipulatie maakt hen stressbestendig.

In het algemeen lijkt de bèta-afdeling van de Spécial XXIe siècle beheerst te worden door de gedachte dat wat kan, ook moet. Als de rijke landen zich gezamenlijk een beetje inspannen, moet tegen 2020 de eerste mens op Mars kunnen arriveren. Aan de thuisblijvers belooft L'Express onder veel meer een machine die automatisch koffie gaat zetten wanneer de eigenaar uit bed stapt.

Niet alleen de batterijkip is in de volgende eeuw gebaat met genetisch geknutsel dat hem stress bespaart. De meeste werknemeers van morgen - voorspelt niet alleen Jean Boissonnat van het Franse Centraal Planbureau - wacht geen baan-voor-het-leven, hooguit een beroep-voor-het-leven, dat voortdurend verandert.

Om hun toch enige zekerheid te bieden, bepleit Boissonnat de invoering van een contrat d'activité, naast of ter vervanging van de traditionele arbeidsovereenkomst. Je sluit zo'n contract met een netwerk van bedrijven en instellingen, die elkaar naar behoefte de contractarbeiders kunnen toespelen. Het netwerk financiert om- en bijscholing, maar niet op filantropische basis. Voor hen die uit zo'n opleiding onvoldoende rendement halen, is het: einde contract.

Hoe het over een jaar of twintig met de werkloosheid staat, becijfert L'Express niet. Wel citeert de redactie een weinig hoopgevende Duitse studie uit 1994. Als alle 'robottechnieken' waarover men toen beschikte, in Duitsland werden toegepast, zouden 9 van de 33 miljoen banen-voor-mensen verdwijnen. In elk geval gaat de Franse arbeidersklasse de boeren achterna, verwacht Boissonnat: ze omvat nu nog 30 procent van de bevolking, maar zal in twintig jaar worden gehalveerd.

Krimp staat ook het traditionele platteland te wachten. L'Express voorziet een stormachtige groei van de bevolkingsgroep die schuilgaat achter het neologisme rurbains (urbain 'stedelijk', plus de r- van rural 'landelijk'). Ze woont in verstedelijkte spinnewebben die het blad, vooruitblikkend, ruim bemeet. Een ervan strekt zich uit van Lille tot Amsterdam. Dat zich in zulke gebieden een groeiende schare berooide buitenlanders zal vestigen, lijkt Hervé Le Bras, demografisch expert, onwaarschijnlijk. Hij meent dat de immigratiestroom de komende dertig jaar niet alleen 'stabiel' zal worden gehouden, maar ook goeddeels kan worden beperkt tot geschoolde werkers uit andere industrielanden.

WEG MET DEN GOUDEN WONDERBAREN VLINDER

Wat L'Express wel aanroert maar niet breed uitmeet, zijn de zegeningen van Internet. Hoge verwachtingen daarvan blijken te leven bij dr. Henk Verkuyl, hoogleraar semantiek en Nederlandse taalkunde. In het maandblad De Talen verwelkomt hij een toekomst waarin hij al zijn woordenboeken, encyclopedieën en andere naslagwerken de deur uit kan doen omdat de desbetreffende informatie sneller en vollediger te vinden is via Internet.

Wat bij Verkuyl meespeelt, is dat hij de meeste huidige woordenboeken nogal gebrekkig vindt. Ook de Grote Van Dale voldoet lang niet aan zijn criteria, samengevat in de 5 C's: compleetheid, consistentie, correctheid, courantheid en citatie. Met dat laatste begrip is bedoeld dat de citaten informatie behoren te bieden omtrent de trefwoorden. Ze mogen de lezers niet afleiden - zoals Van Dale onder vlinder doet - met literaire fantasieën over “den gouden wonderbaren vlinder, die de ziel is (Felix Timmermans)”. Daar is Verkuyl, die wil weten wat vlinder betekent, of ziel, niet mee geholpen.

Hij betreurt ook dat Van Dale zo belabberd schaakt. De omschrijvingen van loper en toren staan nog altijd onder raadsheer en kasteel. Blijkbaar heeft de redactie bord en stukken in de jaren dertig de deur uit gedaan, nadat Oom Jan (Max Euwe) zijn lexicografische neefjes de eerste beginselen had bijgebracht.

Ofschoon van Nederlanders wel wordt gezegd dat ze hun talen proberen te beheersen, heb ik De Talen nog nooit in een kiosk aangetroffen. Het blad, zojuist begonnen aan zijn 113e jaargang, bevat vooral vertaalopgaven (Frans/Duits/Spaans/Engels-Nederlands, en omgekeerd) met uitwerkingen en commentaar. Maandelijks kunnen de lezers onder pseudoniem hun huiswerk insturen. In een volgend nummer vinden ze het deskundig beoordeeld (Engels: uitstekend - Sheepdog, Lady Godiva, Rana-Star, Young; (. . .) ruim onvoldoende - Domme Eend, Novo, Houyhnhm, Elly, Hoopoo, Don'').

Ook iets voor Internet? Voorlopig niet, zal Verkuyl wel zeggen. “Het is niet eenvoudig om de uitgevers (. . .) te laten inzien dat Internet een geweldige toekomst te bieden heeft.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden