Kirow Opera neemt afscheid met stralende 'Onegin'

AMSTERDAM - Als vierde en laatste programma in zijn korte Nederlandse toernee presenteerde de Kirow Opera uit St. Petersburg dinsdagavond in een uitverkocht Amsterdams Concertgebouw Tsjaikowski's populairste opera 'Yewgeny Onegin' in een muziekdramatisch hoogst indrukwekkende concertuitvoering.

Het gastoptreden was een triomf voor solisten, koor en orkest en vooral voor muzikaal directeur Walery Gergjew, die de uitputtingsslag van deze week glansrijk doorstond. Gisterenavond herhaalde het gezelschap in Utrecht nog 'Boris Goedoenow', vandaag wordt in Haarlem een serie populaire Russische orkestwerken voor cd opgenomen.

De balans van deze week Russische muziek pakt uitermate gunstig uit. Het Kirow-koor had in 'Onegin' een wat bescheidener rol, maar kweet zich ook van die taak voortreffelijk. Een gedisciplineerd ensemble, met veel jonge, duidelijk goed getrainde stemmen, opmerkelijk goed in evenwicht met elkaar. Een koor met een eigen geluid, dat zich dienend kan opstellen zoals in 'Onegin', maar met even groot gemak een hoofdrol voor zijn rekening neemt, zoals in 'Vorst Igor' en 'Boris Goedoenow'.

Het Kirow-orkest is een volkomen gelijkwaardige partner. In de eerste scenes van 'Onegin' speelde vermoeidheid kennelijk parten, ging een en ander fout (hoornsoli) en bleef ook de totaalklank vlakker dan de dagen ervoor. Gergjew weet zijn musici echter wel door zo'n dip heen te stuwen, Tatjana's briefscene werd alweer met alle zorg omringd en in de balscene straalde het orkest als vanouds, om dat niveau ook vast te houden tot het eind.

Ook leek het in het begin alsof Gergjew de rauwe passies van de voorgaande uitvoeringen nog niet helemaal van zich af had kunnen zetten. De zuivere lyriek van Tsjaikowski kwam minder geprononceerd tot zijn recht dan we gewend zijn, maar dat bleek een bewuste keuze. Gergjew maakte met zijn heftige, rijk geschakeerde dynamiek, zijn vaak vinnige attaque duidelijk in 'Onegin' een groot menselijk drama te zien, geen Tsjechowiaans plattelandsgetob. De lyrische kanten van melodieenkoning Tsjaikowski kwamen zeker niet in het gedrang, maar stonden in een veel groter muziekdramatisch kader, waardoor de hele handeling boven zichzelf uitsteeg.

Nog meer dan de vorige dagen kon Kirow een van zijn andere sterke troeven uitspelen. Gergjew heeft de beste Russische zangers aan zijn ensemble weten te verbinden en slaagt er ook in ze vast te houden, zelfs als zij ook in het buitenland furore maken. Opvallend aan deze jongere generatie is dat zij in stemtechniek en -gebruik meer naar westerse normen is toegegroeid, maar toch haar typisch slavische karakter heeft bewaard. De hevige tremolo's waarmee hun voorgangers hun vaak indrukwekkende materiaal voor onze oren verstoorden, behoren goeddeels tot het verleden. Daarvoor in de plaats is zuiverheid van intonatie en expressie gekomen, zonder verlies van persoonlijkheid.

Sergej Leiferkus in de titelrol is een van de indrukwekkende voorbeelden hiervan, maar op gelijk niveau stonden de Tatjana van Marina Schaguch, de Olga van Olga Borodina, de Lenski van Gegam Grigorian, de Gremin van Nikolaj Okhotnikow. Aparte vermelding verdient de Monsieur Triquet van Wladimir Solodownikow: eindelijk eens geen afgeschreven tenor, maar iemand die zijn aandoenlijke lied ook werkelijk zingt. In feite is zo'n bezetting van dat kleine rolletje symptomatisch voor wat het Kirow in totaal te bieden heeft: een niveau waar weinig theaters aan kunnen tippen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden