Kirkoeki's zijn zakkenvullers beu

De verkiezingsstrijd woedt volop in de Iraakse oliestad Kirkoek. Politici praten vooral over aansluiting bij Koerdistan, maar volgens de kiezers hebben ze maar weinig voor de gewone man gedaan.

„Het belangrijkste is dat Kirkoek terugkeert naar zijn moederland”, zegt het Kirkoekse parlementslid Khalid Shwanny van de Listi Kurdistani, een gezamenlijke lijst van de Koerdische regeringspartijen PUK en KDP. Hij stelt zich verkiesbaar voor een tweede termijn. Oplossingen voor de vele aanslagen, hoge werkloosheid of politieke machtsstrijd in Kirkoek biedt hij niet. Liever houdt hij zijn kiezers de jaren oude droom voor van Kirkoek als hoofdstad van Iraaks Koerdistan.

De Koerden in Noord-Irak hebben een (autonome) federale staat, met eigen parlement, visa en veiligheidsdiensten. Maar tot hun frustratie valt oliestad Kirkoek net buiten die federale staat. Volgens de grondwet zou met een volkstelling en referendum de toekomstige status van de stad bepaald worden: bij Irak, of bij Koerdistan. In de stad zelf, waar naast Koerden Arabieren, Turkmenen en een kleine christelijke minderheid wonen, zijn de meningen daarover verdeeld.

Kirkoek kampt met een demografische verandering – grote groepen door Saddam Hoessein geïmporteerde Arabische Irakezen verlieten de afgelopen jaren de stad, terwijl zeker 450.000 Koerden binnenkwamen – en daarmee ook met onenigheid over wie stemrecht verdient. Mogen de nieuwe Koerdische bewoners ook stemmen? En helpen zij daarmee de Koerden aan een meerderheid?

Politici voerden de afgelopen weken de retoriek op. Dat heeft zijn weerslag in de theehuizen, waar oudere mannen al domino spelend en theedrinkend discussiëren. De Koerdische Natham Hoessein (58) klampt de verslaggeefster aan. „Ik wil dat Kirkoek bij Koerdistan komt. Er is al die jaren niets gebeurd aan de ontwikkeling van de stad.”

In de nieuwe Koerdische wijk Pencha Ali zeggen velen hetzelfde. Wie de oorspronkelijke Koerdische inwoners om een salomonsoordeel vraagt, krijgt te horen dat ze graag bij het meer ontwikkelde en veiligere Koerdistan aansluiten, maar dat scheiden van Arabieren en Turkmenen ’niet mogelijk’ is. Koerdische politici sturen echter aan op maar één oplossing: heel Kirkoek bij Koerdistan – ook al is zo’n 35 tot 40 procent Turkmeens of Arabisch.

Even verderop zit de Turkmeense Shoekar Moestafa Hoessein (90) met een Koerdische en een Assyrische vriend te praten. „Irak is een rijk land. Waar is al het geld gebleven? Waarom blijven we achter in onze ontwikkeling? Omdat onze politici corrupt zijn.” Kirkoek bij Koerdistan? „Moeilijk”, zegt de oude man hoofdschuddend.

„Stemmen op een Koerd? Wees reëel, ik stem op iemand die voorstander is van één Irak”, zegt ook de sjiitische Arabische Diar (25), lid van het Iraakse jeugdparlement en tv-journaliste in Kirkoek. „Niemand is erbij gebaat om Irak te verdelen.”

Diar werkt mee aan een campagne om jongeren te stimuleren te gaan stemmen. „Veel jongeren zijn sceptisch. De politici zijn hen vergeten. Het parlement had bijvoorbeeld de kans om 150.000 overheidsbanen te vergeven, maar heeft die beslissing uitgesteld tot na de verkiezingen.”

Achter de oude citadel van Kirkoek is het in de Turkmeense buurt druk als altijd, ondanks de zeven doden die daar twee maanden geleden bij een bomaanslag vielen. In de eeuwenoude markt met smalle gangen onder gewelfde witte plafonds hebben Turkmeense, Koerdische en Arabische handelaren hun waren uitgestald aan de smalle gangpaden – toiletartikelen, joggingpakken, hoofddoeken.

In een winkeltje achter een vitrine met gouden sieraden zitten de Arabische zussen Amel en Bedria Kalaf, met tegenover zich de Turkmeense Najiba. Alle drie zijn ze begin vijftig. Of ze gaan stemmen? Jazeker, knikken ze. Een Koerdische goudverkoper schreeuwt: „Ik wil dat alle politici vertrekken, ze willen alleen hun eigen zakken te vullen”.

„Wij stemmen op degene die investeert in Irak”, zegt Amel, die gehuld gaat in een zwarte hijab. „De Iraqi-lijst.”

Die lijst wordt aangevoerd door oud-premier Alawi, een sjiitische politicus die met veel soennitische Arabieren op zijn lijst een niet-religieus programma voert. De soennitische zussen stemmen dus niet op een soenniet, maar voor een politicus die naar ze verwachten echt iets voor de gewone man zal doen – onder oud-president Alawi is eerder het nieuwe leger gevormd waarmee veel banen werden gecreëerd.

Bedria: „Kijk naar het geweld. We willen dat het ophoudt. Er is nu geen autoriteit in Irak. Ik wil een goed mens die zijn land dient.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden