Review

Kippenvel van griezelpulp

Zonder boos telefoontje van een uitgeverij was deze recensie er niet gekomen. Het zit zo: aan het begin van de Kinderboekenweek deze maand, op 2 oktober, opende de Kunstbijlage van Trouw met een groot artikel van Andrea Bosman over de griezelboekenrage die Nederlandse kinderen sinds het begin van de jaren negentig in zijn greep heeft.

'Grumor grijpt kinderen bij de lurven', zo luidde de titel. In dat artikel zocht Andrea Bosman naar een verklaring voor deze plotselinge hausse aan het eind van de twintigste eeuw, die in elk geval níet stoelt op een eigen horrortraditie, zoals bijvoorbeeld in de Engelse literatuur. De schrijfster vroeg zich af of het succes van het genre misschien als laatste redmiddel gebruikt wordt om 'de erfgenamen van het televisie- en computertijdperk nog enigszins aan het lezen te houden'. Daarbij blijkt grumor een gouden greep. Die term is uitgevonden door nationaal griezelboekenfenomeen Paul van Loon, die grenzeloos populair werd met zijn 'Griezelbus'-trilogie, en dit jaar het kinderboekenweekgeschenk 'Lyc-drop' schreef. Grumor is een samentrekking van griezelen en humor: de humor relativeert de horror zodat het nooit te eng wordt.

Nu het boze telefoontje. Dat kwam van uitgeverij Kluitman, omdat Andrea Bosman Kluitmans griezelboeken uit de 'Kippenvel'-reeks pulp voor kinderen had genoemd: “In de verhalen van R. L. Stine en J. R. Black gaat het er niet bepaald zachtzinnig aan toe. Het bloed vloeit welig - wat bij Van Loon bijvoorbeeld niet gebeurt -, vampiers, weerwolven en afzichtelijke monsters bevolken de pagina's.” Trouw moet zelf weten of het onze boeken pulp noemt, was de reactie van Kluitman-redactrice Annemarie Dragt, maar er vloeit nauwelijks bloed in en de Kippenvel-serie afzetten tegen de boeken van Paul van Loon is onterecht.

“Schrijf er maar een ingezonden brief over”, raadde Andrea Bosman haar aan, maar dat vond ze te defensief. Een stapeltje ter recensie opsturen wilde ze echter wel. Dat was nooit eerder gebeurd met de 'Kippenvel'-reeks. Kennelijk een soort zelfselectie, zo van: dit recenseert Trouw toch niet, is niet literair genoeg. Mis dus. In deze rubriek gaat het inderdaad primair om literaire kinderboeken, maar belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen in de kinderliteratuur worden ook gevolgd, en de griezelboekenrage hoort daarbij.

Zijn de 'Kippenvel'-boeken nu pulp of niet? Schrijver R. L. Stine (54) blijkt qua populariteit een soort Paul van Loon te zijn, maar dan op z'n Amerikaans: volgens de informatie van Kluitman worden er alleen al in Amerika 1,25 miljoen exemplaren van zijn 'Kippenvel'-boeken per maand verkocht; daarnaast is er een televisieserie van gemaakt en is de reeks in 18 talen vertaald. In Nederlandse warenhuizen worden al 'Kippenvel'-artikelen verkocht als video's, spellen en schildersets, en dus zullen ook hier de verkoopcijfers wel florissant zijn.

Stine is met een productie van twee boeken per maand een veelschrijver. En dat is te merken. Zoals in zijn nieuwste (dertiende) 'Kippenvel'-boek, 'Koppensnellers', waarin hoofdpersoon Mark naar een afgelegen eiland gaat waar zijn tante samen met een collega-professor onderzoek doet naar uitgestorven inheemse volken. Als blijkt dat de tante verdwenen is, is het de vraag of de inheemse bevolking, een stam van koppensnellers, misschien toch nog bestaat. Spannend is het allemaal wel, met enge beesten, angstaanjagende geluiden en gloeiende ogen in het donker, en, zoals de schrijfcursussen leren, een cliffhanger aan het eind van elk hoofdstuk. Maar het is zo ongeloofwaardig als het spookhuis op de kermis, terwijl die ongeloofwaardigheid niet, zoals bij Paul van Loon, wordt gerelativeerd door olijke knipoogjes van: je weet wel beter. Het is dus geen 'grumor', maar realistisch bedoeld. En dan maakt Stine het niet aannemelijk dat een kind 's nachts in zijn eentje een onbekend oerwoud ingaat.

Daarnaast haalt hij allerlei platte, negentiende-eeuwse clichés over niet-westerse culturen uit de kast: zijn 'inboorlingen' zijn gevaarlijke, maden-etende wezens met wezenloze blikken en mysterieuze toverkracht. Net 'Kuifje in Afrika', compleet met blanken die aan een paal gebonden worden, en vóór zich een enorme, dampende kookpot op een vuur, waar ze in gegooid dreigen te worden. Ongelooflijk dat zulke aftands-stereotiepe vijandbeelden anno 1997 geproduceerd kunnen worden. Ongelooflijker is het dat uitgevers deze rommel uitgeven. Als het maar verkoopt, zal men denken. Dit is dus inderdaad je reinste pulp, niet eens omdat 'het bloed welig vloeit', maar omdat het slecht geschreven is en onzindelijke ideeën over niet-westerse volken ventileert.

Niet al zijn boeken zijn zulke uitglijders. Voor iets jongere kinderen verscheen van hem zojuist 'Een griezel met zes poten', over Sander, een jongen die op zijn computerscherm een advertentie leest van een bureau waar je van lichaam kunt ruilen met iemand anders. Omdat hij veel gepest wordt wil hij dat wel. Er gaat iets mis, en hij verandert in een bij. Het is best aardig om te lezen wat Sander als denkende bij allemaal meemaakt bij zijn pogingen om weer in zijn eigen lichaam terug te keren. Daarin heeft Stine zich goed ingeleefd. En spanning vasthouden is zijn specialiteit: een bij leeft maar kort... Om een eind aan het verhaal te breien heeft Stine echter zijn toevlucht moeten nemen tot een flauwe net-op-tijd truc. En de verwachting dat Sander zich na dit avontuur beter kan weren tegen zijn kwelgeesten blijft in de lucht hangen.

J. R. Black (39) is een andere Amerikaanse griezelauteur bij Kluitman. Haar nieuwste boek, 'Een monster onder mijn bed', is geïnspireerd op films als 'E.T.' en 'Independence Day', en op life-talkshows; gesprekken worden gevoerd met de voortvarendheid van GTST, en een vleugje New Age completeert het trendy karakter van het boek. Toch bevat het ook aardige ideeën. Het gaat over een ruimtewezen van de fictieve planeet Zabar, die zich kan veranderen in een mens en van wie het de vraag is of hij goedaardig is of niet. Het idee dat de Zabarianen niet méér hersenen hebben dan mensen, maar ze effectiever, met meer geestkracht, gebruiken, en dat tijd en ruimte bij hen 'vloeibaar' zijn, is inspirerend. Maar ook hier komt het slot als een duveltje uit een doosje tevoorschijn. Een onschuldig verhaal, niet bloederig, en geschreven met de geforceerde vlotheid van RTL-4. Pulp? Ja.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden