Kippentandarts

Begin vorige week was ik op weg naar een kerkhof in Amerika, en alles viel tegen. U vraagt zich af hoe meevallers er uit zien als je op weg bent naar een kerkhof, maar ik bedoel het lichtvaardiger. Het regende namelijk en flink ook, en dat had ik niet verwacht in Hollywood. Terwijl we over Sunset Boulevard reden werd de naïviteit waarmee ik naar deze stad kijk mij op onnodig brute wijze duidelijk gemaakt. Ik had gerekend op niet al te veel verkeer, bestaande uit Packard Convertibles, Cadillacs, Lincolns, Dodges, en een enkele Rolls, bij voorkeur met Erich von Stroheim achter het stuur. Mooie net naoorlogse modellen die loom over de weg rolden richting studio, bar of restaurant. Het hele tafereel ademde die aanstekelijke tevredenheid met zichzelf die de Amerikanen kort na hun overwinning in 1945 nog in alle onschuld voelden. Aan weerskanten droomde ik de indrukwekkende toegangshekken van de paleisachtige residenties van de sterren, alles ontworpen in Art Nouveau, Art Deco of Art So-So.

Maar Sunset Boulevard is gewoon een van de vele kilometerslange winkelstraten die je hier langs de kust aantreft. Een eindeloze opeenvolging van eetgelegenheden, schoonheidssalons, garages, wasserettes, tandartsen, autowasserijen, tankstations, supermarkten, motels, drogisterijen, keukenspecialisten, muziekwinkels, zencentra, makelaars en dierenklinieken. Amerikanen gaan heel ver met hun lievelingen, zoals blijkt uit een oogkliniek voor dieren, een cursus yoga voor honden (doga) en de prachtig verzorgde dierenbegraafplaatsen. Een advertentie met de tekst 'We care for dental chickens' leek mij het zoveelste bewijs voor de plaatselijke gekte, want waarom geen kippentandarts? Maar het bleek te gaan om kinderen die bang zijn voor de tandarts.

Het kerkhof 'Hollywood Forever' bevindt zich door een symbolisch gezien rake speling van het lot pal achter Paramount en wie voor de luttele prijs van vijf dollar een plattegrond koopt kan op zoek gaan naar wat resteert van de sterren. De graven die ik wil zien kan ik natuurlijk niet vinden: Marilyn Monroe (waar Joe DiMaggio tot zijn eigen dood elke week een bos rozen op liet zetten) en Mae West ('Als een vrouw het verkeerde pad op gaat, gaan kerels er meteen achteraan'.) Dus ik moet het doen met Douglas Fairbanks (prachtig neo-klassiek tempeltje) en Tyrone Power die zacht rust onder Hamlets grafschrift: Good night, sweet prince.

Het is niet druk, door die rotregen natuurlijk. Het grootste deel van het kerkhof is gewoon de joodse begraafplaats voor de plaatselijke gemeenschap en een schoonmaakploeg gaat ook in de stromende regen door met het zinloze wassen en vervolgens zemen van de glimmende zwartmarmeren graven.

Als Europeaan voel je je al gauw een stoïcijn in Amerika, want het streven naar kwantiteit hier is vrijwel oorverdovend. De auto's, de pizza's, de ijsjes, de drankjes, de koekjes, de steaks en een aanzienlijk deel van de bevolking, ze zijn allemaal veel groter, dikker, zwaarder, vetter en ecologisch gesproken verwoestender dan hun Europese equivalenten. Amerika is een monster waar erg veel olie in gaat en waar van achteren een ongelooflijke hoeveelheid nauwelijks verteerbare bagger uit komt. En dat houdt nooit op, want alles kan nog groter. Zo zag ik in plaats van een barbecueset een complete outdoor-kitchen die je in alle weersomstandigheden in de tuin kunt laten staan, voor de prijs van 10000 dollar. Wat er materieel aan een bestaan valt toe te voegen waarin drie maaltijden, individuele vrijheid, een dak boven je hoofd en goede gezondheidszorg geregeld zijn, is een vraag die hier op ontmoedigend veel manieren beantwoord wordt.

Het verraderlijke van reizen is dat je (door jetlag geholpen) bij de buren zoveel beter lijkt te zien dan thuis hoezeer je mensen de gekste dingen kunt laten doen, als je ze juiste stimuli voorhoudt: roken, moorden, kopen, eten, niet-roken, joggen, drinken, noem maar op. Wie voldoende prime time weet te kopen, kan ons door elke hoepel laten springen. Dat dat in Nederland niet zo opvalt, komt doordat ik me daar zelden in het althans in dit opzicht vrijwel breinloze deel van de kudde bevind: toeristen.

Maar in de befaamde San Diego Zoo troep ik braaf mee naar 'het orca-avontuur' om zelf als zoet varkentje aan de trog te verschijnen voor mijn portie slurperij.

We waren nogal vroeg bij de dierentuin en we hadden iets te laat in de gaten dat we ineens veel te hard stonden te praten, want rondom ons viel iedereen stil. Enkele oudere mannen kregen een binnenwaartse blik en legden lichtelijk ontdaan een hand op hun hart. Pas toen hoorden ook wij de klanken van het volkslied, dat werd gespeeld voordat we naar binnen mochten gaan. Hoort u het Wilhelmus al bij het opengaan van De Efteling 's morgens? Bij de capriolen van de orca's werd ik geplaagd door een episode uit het leven van onze landgenoot Colonel Parker, de manager van Elvis, die jaren in het circus werkte. Parker had een nummer met dansende kippen. Dacht men. In feite zette hij de dieren op een gloeiendhete zinken plaat. Ik bedoel maar: wat moet je doen met een orca om hem zo gek te krijgen dat hij een trainer op zijn snuit niet opvreet maar er netjes een rondje mee zwemt?

De dag kon nog gered worden door twaalf dolfijnen die in een spontane opwelling (zonder Parker-streken) sierlijk rechtop in het water achteruit dansend een glitterende monstrans hoog zouden houden onder het zingen van Tantum Ergo.

Maar ook dat viel tegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden