Review

KIOSK

DE BRANDSTAPEL-INTENSITEIT IN BELGIE EN NEDERLAND

Men vraagt zich af in hoeverre de wetenschappelijke naspeuringen door katholieke vooringenomenheid gehinderd werden, zoals wel vaker het geval in België. Eerst schetst de historicus een algemeen beeld van de hekserij. Hij maakt onderscheid tussen de betoveringen van vee en gewas die altijd en overal opgeld doen, en de demonische hekserij, waarbij de heks een persoonlijk, vaak seksueel, pact met de duivel sloot met de bedoeling de christelijke samenleving te ondermijnen. Dat laatste waandenkbeeld nam aan het einde van de Middeleeuwen hand over hand toe, en leidde tot de grote vervolgingen die tussen 1450 en 1685 in Frankrijk, Zwitserland en Duitsland zo'n 50 000 levens hebben gekost, vooral van vrouwen. Ook de Nederlanden bleven niet gespaard. Grote verschillen bestonden echter tussen de noordelijke en zuidelijke delen. ,,De Noordelijke Nederlanden kunnen met hun nog geen 160 heksendoden, terecht fier zijn op een erg kleine brandsta-

pelintensiteit.''

Ook als Vansynacker de cijfers aan het bevolkingsaantal relateert, blijft het geschatte aantal van 922 terechtgestelde heksen in de Zuidelijke Nederlanden aan de hoge kant. Vooral het graafschap Namen en het hertogdom Luxemburg onderscheidden zich ongunstig. Vleiend voor de noordelingen is ook dat binnen de Zuidelijke Nederlanden de executies sterk afnemen als men de taalgrens overschrijdt. Ter verklaring van de 'brandstapelintensiteit' voert Vansynacker de verwarde religieuze toestand aan die de Reformatie in de Zuidelijke Nederlanden had geschapen. De katholieke contra-Reformatie zou met veel duivelsangst, en dus met heksenvervolging, gepaard gaan. Interessant is ten slotte de suggestie van de schrijver dat de heksenangst juist verspreid werd door de traktaten van een generatie intellectuelen die zich op zijn humanisme liet voorstaan. De poging van een Vlaamse intellectueel om iets goed te maken wordt met veel verspreidingskaarten en cijfers geïllustreerd.

VAN TSARIGRAD EN RIGA TOT TROMP EN HERFKENS

Ablak ('wolk') is een tijdschrift over Centraal-Europa en de Balkan dat door het Oost-Europa Instituut van de Universiteit van Amsterdam wordt gemaakt. Het neemt een enorme en diverse regio onder zijn hoede, en sommige stukken zijn weinig meer dan wetenswaardigheden uit een ver land. De 'groeipijnen in het Poolse onderwijs' hebben een geringe nieuwswaarde, en 'Een Bulgaarse familiegeschiedenis' behelst eigenlijk alleen de familiekiekjes van een Bulgaars meisje met zóveel heimwee naar een groot-Slavisch verleden, dat ze Istanbul 'Tsarigrad' noemt. Dat Riga zijn 800-jarig bestaan viert is ook meer een zaak voor de VVV. Echt nieuws, zoals over de verkiezingen in Roemenië waar de kiezers in december net geen fascist maar een communist tot president verkozen, loopt in een tweemaandelijkse blad als Ablak trouwens achter de feiten aan. De interessantste mededelingen komen van de PvdA'ers Bart Tromp die voor de uitbreiding van de Europese Unie waarschuwt, en Eveline Herfkens, die Oost-Europa graag in het ontwikkelingsbeleid zag opgenomen. Op het heikele punt van de landbouwpolitiek dat door Tromp als illustratie wordt gebruikt voor zijn bezwaren tegen uitbreiding, zullen de Oost-Europese kandidaten zich zeker als ontwikkelingslanden manifesteren. De 'olijvengrens' die van landen als Italië, Spanje en Griekenland gulzige subsidievreters maakt, zal verlengd worden met de noodlijdende landbouweconomieën van Polen, Tsjechië, enzovoorts. Dat gaat de rijke landen, weer, meer geld kosten. De scheve verhoudingen in de Unie, hebben al vaker voor boos gemor gezorgd - We want our money back -, in de woorden van Margaret Thatcher. Tromp gaat niet in op de vraag of zulke offers van de rijken niet de noodzakelijke prijs zijn voor de schepping van een beschaafd klimaat in Europa.

DE LANGE GESCHIEDENIS VAN HET OUDE MOSKOU

Prospekt, tijdschrift over Rusland, komt uit dezelfde Amsterdamse stal als Ablak. Ook dit is eigenlijk geen academisch tijdschrift, maar een voorlichtingsblad voor een breed publiek. Dat blijkt wel helemaal uit de special over Moskou, die een beredeneerde opsomming van bezienswaardigheden is: Kremlin, metro, stalinistische architectuur, nachtclubs en het Tretjakovmuseum. Een bijzondere plaats daarin neemt het artikel 'Geschiedenis' in van Dmitri Silvestrov. Het is een lang stuk dat over de stichting en ontwikkeling van de stad Moskou gaat, en dus ook over de geschiedenis van Rusland, want zonder Moskou is Rusland ondenkbaar. Op de grens van drie vorstendommen, op een heuvel die de samenvloeiing van twee rivieren overzag, op de kruising van de handelswegen tussen noord en zuid en oost en west, ontwikkelde een houten vestinkje van een feodale onderknuppel zich tot het centrum van een imperium. Silvestrov beschrijft precies de combinatie van toevalligheden en expansiedrift die Moskou zijn wilde vormen gaf. Branden en Tataarse en Napoleontische invallers streden met de ambities van verschillende Moskouse vorsten en tsaren om van hun stad een fort te maken, of een klooster, een marktplaats, een lichtend voorbeeld van cultuur, de zetel van het imperiaal bestuur. Die wensen werden allemaal een beetje vervuld, maar nooit helemaal. Al was het maar omdat de toestroom van mensen die op die dromen afkwamen steeds de afbraak van oude wijken en een nieuwe uitleg van de stad noodzakelijk maakte. Bezoekers geven de voorkeur aan Sint-Petersburg, de creatie van Peter de Grote's (1672-1725) vastbeslotenheid om een ordelijke hoofdstad te scheppen. Maar de redactie van Prospekt breekt een welsprekende lans voor het ontembare Moskou.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden