KIOSK

De o zo geheimzinnige Afghaanse massagraven

Op de voorpagina herinnert redacteur Alain Gresh in 'Doelwit: Bagdad' aan de boter die de Amerikanen op hun hoofd hebben. In de jaren tachtig steunden de Amerikanen (en de Fransen) Saddam Hoessein van harte in zijn moorddadige oorlog tegen het Iran van ayatollah Khomeini, en zij protesteerden niet tegen de inzet van strijdgassen tegen de Koerdische opstandelingen in 1988. Vandaag heeft hij, in de woorden van Bush' nationale veiligheidsadviseur Condoleezza Rice, 'chemische wapens tegen zijn eigen volk gebruikt en tegen zijn buren'. Nu moet om die reden een 'preventieve oorlog' tegen Irak worden gevoerd, vijftien jaar geleden was dat wangedrag voor het Amerika geen reden om Saddam af te vallen. Gresh wijst er ook op dat de internationale wapeninspectie in Irak door toedoen van de Amerikanen, die spionageactiviteiten in het werk van de Verenigde Naties smokkelden, mislukt is. 'Nú zomin als gisteren is het Witte Huis uit op een terugkeer van de inspecteurs. Het zoekt veeleer een voorwendsel voor een militair avontuur dat de kloof tussen de moslims en het Westen nog groter dreigt te maken'.

Een andere beschuldiging komt van de BBC-journalist Jamie Doran die bezig is een documentaire te maken over wat zich eind november 2001 afspeelde na de inname door de Noordelijke Alliantie van het Taliban-fort Mazar-i-Sjarif. 'Die o zo geheimzinnige massagraven in Afghanistan...' insinueert de titel van zijn bijdrage. Vooral de Amerikanen zouden zwijgzaamheid bewaren over de toedracht, omdat zij wel eens als opdrachtgevers te voorschijn zouden kunnen komen uit een onderzoek naar de verdwijning van enkele duizenden Taliban- en Al-Kaida-strijders die door de krijgsheer Dostoem en zijn trawanten gevangen waren genomen. Doran heeft mensenresten gevonden in het gebied rond Mazar-i-Sjarif en gefilmd, en met verschillende getuigen gesproken die op een of ander moment bij de gevangenneming en het transport van ongeveer 5000 gevangenen betrokken waren. 'In Zeini hebben we 25 containers opgeladen met bestemming Shebergan. (Waar volgens persberichten zojuist een weelderig paleisje voor Dostam is opgeleverd.) In elke container hebben we ongeveer 200 mensen gestopt.' 'Ik heb op de containers geschoten om luchtgaten te maken. Er vielen doden.' 'Wat is dat voor stank?', vroeg ik de pomphouder. 'Kijk maar achter je', zei hij. Ik zag drie vrachtwagens met containers. Overal liep bloed uit.' 'De toestand was heel beroerd, want de gevangenen konden niet ademhalen. Daarom hebben we op de containers geschoten. In Sheberghan hebben we degenen die nog tekenen van leven gaven uitgeladen.

Maar er waren ook Taliban die het bewustzijn hadden verloren omdat ze gewond of uitgeput waren. Die hebben we naar een plaats gebracht die Dasht-i-Leili heet, en daar afgemaakt'. Dat is ook de plek waar Doran knekels en kleren ('het leek wel perkament') gefilmd heeft. Het bewijs dat hij aanvoert voor de Amerikanen als initiatiefnemers van de moord, is niet doorslaggevend. Wel wettigt het een grondig onderzoek. Maar voor het zover is, zal de volgende strafexpeditie het leed en de sporen van vorige waarschijnlijk al hebben uitgewist. Getalsmatig lijken de slachtoffers van 11 september in ieder geval gewroken.

***

Alle kritiek op de islam is fascistisch gebral

Manière de voir is een verzameling van artikelen die door de jaren heen in Le Monde diplomatique zijn verschenen. Ditmaal is de noemer 'islam tegen islam'. De 23 artikelen zijn in een aantal rubrieken ondergebracht, die de betrekkingen tussen de islam en het Westen in het verleden tot onderwerp hebben ('de vergeetachtigheid van het Westen'), de vele gezichten van de islam in verschillende landen waaronder Koeweit en de Filippijnen, de tegenwoordigheid van de islam in Europa en Amerika, en de pogingen om de islam te vernieuwen. Inleiding en conclusies, plus een uitgebreide bibliografie, completeren dit bijzondere nummer van Manière de voir.

Maar bij deze methodische aanpak wordt de geëngageerde toon een nadeel. De bijterigheid van de stukken, die het goed doet in de onderzoeksjournalistiek van Le Monde diplomatique, begint te hinderen als over een groot onderwerp een afgewogen oordeel geveld moet worden. Of liever, oordelen levert geen problemen op - dezelfde Alain Gresh van hierboven krijgt daarbij assistentie van de hoofdredacteur Ignacio Ramonet - maar de analyse van de islamitische stand van zaken, in het verleden en nu, in het Westen en elders, lijdt onder de grimmige vastbeslotenheid van de schrijvers het ongelijk van de critici van de islam aan te tonen.

Het is al de vraag of de antipathie die de islam de laatste tijd wekt bestreden kan worden met informatie over de glorieuze geschiedenis en de mooie gebruiken van die beschaving. Maar de geloofwaardigheid heeft bovendien veel te verduren van de onophoudelijke schimpscheuten aan het adres van islamofobe rechts-extremisten. Gematigde en precieze kritiek wordt op één hoop gegooid met fascistisch gebral. Gresh besluit dit nummer met een 'second thought', in de vorm van een vraag, die hij jammer genoeg meteen de kop indrukt: 'Geweld maakt maar een klein deel uit van de moslimwereld, ook al hebben de daders de neiging om hun eisen in islamitische termen te formuleren. Moeten wij ze daarom op hun woord geloven? Er is geen enkele religieuze draad tussen de onveiligheid in de Franse voorsteden, het Israëlisch-Palestijns conflict, de blokkade van Irak, het uiteenvallen van Joegoslavië, de spanningen in West-China, en de troebelen in Indonesië.' Op de vraag volgt een antwoord dat elk onderzoek meteen de pas afsnijdt. Zozeer zijn ook deze luizen in de pels van het Westen in de ban van de tegenstelling. Tot een echt vergelijk van de goeie islam en de kwaaie is het nog niet gekomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden